|
Barclay
James Harvest - Everyone Is Everybody Else
Gestoken in één van de lelijkste
hoezen aller tijden, is "Everyone Is Everybody Else" van Barclay
James Harvest een klassieker van ongekende hoogte. Het is niet alleen
één van de beste platen uit het uitgebreide en in de jaren zeventig
behoorlijk constante oeuvre van de Britse groep, het is ook één van
mooiste symfonische popplaten van de vroege jaren zeventig.
Zoals normaal bij BJH worden de songs keurig verdeeld tussen de
songschrijvers en zangers Les Holroyd en John Lees. Normaal gesproken
leverde ook toetsenist Wooly Wolstenholme een bijdrage in, maar producer
Rodger Bain vond de track in kwestie niet passen binnen de plaat. De
geplaagde track in kwestie, het overigens schitterende Maestoso (Hymn
In The Roof Of The World) is terecht nu wel als bonustrack toegevoegd.
Ondanks zijn oorspronkelijke afwezigheid op songschrijversgebied, is Wooly
qua toetsenpalet wel zeer aanwezig. De plaat is gedompeld in Mellotron,
dus liefhebbers van dit instrument kunnen aan "Everyone Is Everbody
Else" hun hart ophalen.
De plaat, hun eerste voor het Polydor-label, kent in elk geval een Lees en
Holroyd in topvorm met gemakkelijk hun beste composities op één plaat
vertegenwoordigd. De plaat kent minstens drie torenhoge klassiekers, die
in latere toeren zouden uitgroeien tot live-favorieten. Barclay James
Harvest staat als studio-groep bekend om hun wat zoetgevooisde, laid-back
stijl, die nog het meest doet denken aan The Moody Blues, een
groep waar ze vaak zeer tegen hun zin, maar niet geheel onterecht, mee
werden vergeleken. Om BJH nou als een Moody Blues-kloon af te schilderen
gaat wellicht wat te ver en zou een verwoede BJH-fan als een belediging
kunnen opvatten, feit blijft dat binnen de symfonische rock BJH net als
hun bekendere voorgangers, kiest voor een weg van de ‘normale’, zij
het sterk klassiek beïnvloede, popsong.
Doch binnen deze stijl, niet door elke symfonische rockfan als ‘progressief’
gezien, is BJH wel meester. Zeker als de composities in orde zijn, zoals
op deze plaat, is BJH een warm bad voor de jaren-zeventig-liefhebber en
zéker voor de Mellotron-fan.
Child Of The Universe is gemakkelijk het bekendste nummer van de
plaat en een uitstekende opener. Het is een John Lees-compositie en een
anti-oorlogsnummer, dat nog niets van zijn actualiteit heeft verloren. Wat
gelijk opvalt en de hele plaat voortduurt, is de in onze oren tamelijk
gedateerde productie, die overigens wel van zeer hoog niveau is. Zeker de
remaster die een paar jaar geleden ons verblijdde, klinkt als een
Zwitserse klok.
Ook het slotnummer van de plaat, het eveneens door John Lees gecomponeerde
For No One, betreft een anti-oorlogsnummer. Het is een heerlijk
nummer, boordevol Mellotron, Mellotron en nóg meer Mellotron.
Naast de tekstueel aandoenlijke, maar muzikaal vernuftige Beatles-homade
(Lees is een grote fan van deze formatie en dat zullen we wéten ook) See
Me See You, kent de plaat ook een onverwachte eerbetoon aan de Bee
Gees, middels The Great 1974 Mining Disaster. Tevens kent de
tekst geinige passages gericht aan ‘the man who sold the world away’
en ‘a major out of space’, hetgeen me in een popquiz geen lastige
vraag lijkt.
Van de nummers gezongen en gecomponeerd door Les Holroyd is Negative
Earth waarschijnlijk één van zijn allermooiste ooit. Verhalend over
het bijna-ongeluk met de Apollo 13 in 1970, heeft het niet alleen een
prachtige melodie en fijne Mellotrontapijten, het kent ook nog twee zeer
passende gitaarsolo’s van Lees. Ook Paper Wings is klassiek BJH,
vol Mellotron, snerpende gitaar, een zestiger-jaren-gevoel en een listig
instrumentale epiloog. Hetzelfde gevoel, maar dan middels een veel meer
uptempo nummer, zit in zijn compositie Crazy City, een heerlijk
nummer met hoog meezing-gehalte.
Poor Boy Blues (van Holroyd) en Mill Boys (van Lees) zijn
twee grappige, in elkaar overlopende korte nummers. Ze stellen niet veel
voor en kennen zelfs wat countryachtige passages die slechts kort
irriteren. Evenwel blijven ze niet lang hangen en op zijn best kent met
name Poor Boy Blues een aardig Stephen Stills-achtig
karakter (expres dié, want Graham Nash of David Crosby noemen is teveel
eer). Ze vormen echter middels één perfect getimede drumslag van Mel
Pritchard wel de opmars naar het hoogtepunt For No One.
"Everyone Is Everybody Else" is in zijn totaliteit één van de
warmst klinkende platen uit het begin van de jaren zeventig en kan
moeiteloos als klassieker bestempeld worden. Het klinkt heerlijk wollig,
lekker oubollig en doet het goed bij een knisperend haardvuurtje tijdens
koude, barre dagen. Alleen die hoes hè?
Markwin
Meeuws
terug naar progarchief
progwereld.org
|