|

Jaar:
1979 (heruitgave: 2006)
Label: Polydor (heruitgave: Eclectic
Discs)
Tracklist:
· Love On The Line
(4:38)
· Alright Down Get
Boogie [Mu Ala Rusic] (3:53)
· The Song [They Love
To Sing] (6:11)
· Skin Flicks (6:52)
· Sperratus (5:00)
· Rock ’n Roll Lady
(4:29)
· Capricorn (4:33)
· Play To The World
(7:02)
Bonustracks:
· Sperratus [single
edit] (3:23)
· Rock ‘n Roll Lady
[single edit] (3:23)
· Capricorn [single
edit] (3:37)
· Play To The World
[single edit] (3:52)
Band:
Les Holroyd: zang, bas
John Lees: zang, gitaar
Mel Pritchard: drums
Met medewerking van:
Alan Fawkes: saxofoon op Play To The World
Kevin McAlea: toetsen
Info:
Barclay
James Harvest
MySpace:
BJH @ MySpace
Discografie:
All Is Safely Gathered In (2005)
Revolution Days (2003)
Revival (1999)
Nexus (1999)
River Of Dreams (1997)
Caught In The Light (1993)
Welcome To The Show (1990)
Glasnost (1988)
Face To Face (1987)
Victims Of Circumstance (1984)
Ring Of Changes (1983)
A Concert For The People [Berlin] (1982)
Turn Of The Tide (1981)
Eyes Of The Universe (1979)
Live Tapes (1978)
XII (1978)
Gone To Earth (1977)
Octoberon (1976)
Time Honoured Ghosts (1975)
Live (1974)
Everyone Is Everybody Else (1974)
Early Morning Onwards (1972)
Baby James Harvest (1972)
Barclay James Harvest And Other Short Stories (1971)
Once Again (1971)
Barclay James Harvest (1970)
|
Barclay
James Harvest - Eyes Of The Universe
Is de vlinder gevlogen met het vertrek van Woolly Wolstenholme, de
toetsenist die Barclay James Harvest in de jaren zeventig zo van zijn
symfonische invloeden voorzag? Is de band zónder deze toetsenist in staat
de succesformule voort te zetten? Ja hoor. "Eyes Of The Universe"
laat zonder twijfel horen dat het trio ook zonder de bescheiden toetsenist
nog hoge ogen kan gooien.
Het meest opmerkelijke verschil met de voorgaande platen is wel de
toetsenbijdragen van gastmuzikant Kevin McAlea. Hij is klaarblijkelijk wat
meer bij de tijd (voor 1979-begrippen), want van een Mellotron is geen
sprake meer. Ondanks de gedateerde synthesizerklanken die deze toetsenist
produceert, klinkt de plaat toch opmerkelijk eenduidig en warm, bij vlagen
haast dromerig. Zoals in de jaren daarop zo’n beetje de gewoonte zou
worden, wisselen de composities van John Lees en Les Holroyd zich netjes
af, maar van een tweedeling is nauwelijks sprake. Dat komt met name omdat
de twee lange tracks (Skin Flicks van John Lees en Play To The
World van Les Holroyd) netjes aan het einde van elke ‘kant’ waren
geplaatst.
Zoals ook normaal zal worden in de jaren erna zijn de composities van Lees
wat gedurfder, wat brutaler en die van Holroyd wat tammer, wat braver.
Desalniettemin zijn beide heren op deze plaat in topvorm.
Holroyd opent de plaat voortvarend met het aanstekelijke Love On The
Line, een niemendalletje dat ondanks dat aangeeft dat bij Barclay
James Harvest feitelijk niets is veranderd. Dat blijkt ook uit het
popliedje Rock ’n Roll Lady, dat vreemd genoeg nooit op single is
uitgebracht. De repeterende, haast hypnotiserende klanken die een
compositie van Holroyd op zijn best kan voortbrengen komen echter beter
uit in de andere twee tracks. Zo is The Song (They Love To Sing) een
bloedmooi nummer dat voor al het einde een sterk zuigende werking heeft.
Maar uiteraard excelleert hij in het schitterende Play To The World,
dat inmiddels is uitgegroeid tot een heuse live-favoriet en klassieker.
Het nummer wint het door het prachtige symfonisch/synthesizer-begin, en
het alsmaar herhalende pianoakkoord, wat het nummer een sterk verslavend
karakter meegeeft. De sterke melodie, de subtiele gitaarsolo van Lees,
alsook de sluimerende saxofoon van gast Alan Fawkes draagt daar alleen
maar aan bij.
John Lees’ obsessie voor prostitutie komt andermaal tot uiting in zijn
hoogtepunt, Skin Flicks. Het is een nummer dat gemakkelijk het
meest symfonische nummer van de plaat is en het heeft zelfs ergens de echo
van Question van The Moody Blues. Ondanks dat het nummer in
zes minuten holt van symfonie naar reggae naar Beatles-mania,
klinkt de compositie toch als één geheel. Ik vind het persoonlijk vreemd
dat het nummer live slechts zelden wordt uitgevoerd. Met Alright Down
Get Boogie (Mu Ala Rusic) opent Lees tevens een andere traditie,
namelijk op minstens elke plaat een ‘rare’ track toe te voegen. Het
onder BJH-fans bepaald niet geliefde nummer neemt de toenmalige disco-hype
onder een kritische loep, maar het is eigenlijk helemaal niet zo’n
slecht nummer. Het akelige gitaartje klinkt stekelig genoeg om te
intrigeren en de melodie is in orde. Sperratus, een druk en
hyperbombastisch nummer, is de track die nog het meeste aan de oude BJH
doet denken. Het is een nummer waarin goed te horen is dat Mel Pritchard
nog steeds uitstekend kan drummen, waar hij normaliter zo’n constante
factor is dat je zijn aanwezigheid nauwelijks bemerkt. Qua melodie is Capricorn
echter een veel sterker liedje, voorzien met een prachtig Beatles-achtig
refrein en een aangename baslijn van collega Holroyd.
De remaster, verzorgd door Eclectic Discs, is van hoog niveau en als
traktatie krijgen we ook nog wat single-edits voor onze kiezen. Leuk, maar
een beetje nutteloos. Nu is de productie van Barclay James Harvest altijd
wel van hoog niveau geweest, dus veel verschil met de oorspronkelijke
cd-uitgave hoor ik niet. Maar het boekje is mooi en we laten ons graag
foppen, dus vooruit dan maar!
"Eyes Of The Universe" zorgde voor een toenemende populariteit
in Duitsland, waar het moederland de band zo’n beetje had afgeschreven.
Het is geen wonder dat de band zich in de jaren erna met name op dit land
richtte, alwaar elke uitgave steevast de top tien indook. Het zorgde er in
elk geval voor dat BJH als één van de weinige klassieke bands uit de
jaren zeventig de jaren tachtig met vertrouwen en vooral kwaliteit inging.
"Eyes Of The Universe" is daar de voorzet van en wat een
prachtige voorzet is het!
Markwin
Meeuws
terug naar progarchief
progwereld.org
|