Jaar: 1997
Label: Eigen beheer

Tracklist:
·
In Every Failure (10:02)
· Paradox #1 For Two Pianos (1:54)
· Destiny (7:18)
· Just In Words (5:15)
· A L'Aube De ... (2:29)
· Leaving For Paris (16:14) 

Band:
Yves Hall: bas
Philipe Lachange: drums
Mathieu Lassard: zang, gitaar
Pierre Mascotte: toetsen

Info:
http://dagmahr.tripod.com


Discografie
:
As Far As We Get (2001)
My Magnificent Instability (1997)

Dagmähr - My Magnificent Instability

Soms leer je als recensent ineens een band kennen, die je persoonlijk zó goed vindt, dat je het haast als een heilige plicht beschouwt je publiek kennis te laten maken met de groep. Dagmähr is zo’n groep en ik vind de band zo briljant dat ik de muziek wel door ieders strot zou willen duwen.

Dagmähr heeft alles wat je van een moderne symfonische rockgroep mag verwachten anno nu. Een moderne, maar niet te vlekkeloze productie, spannende instrumentatie, erg goede zang en wonderschone melodieën. De band ligt aan de ene kant in het straatje van Anekdoten, White Willow, Liquid Scarlet en Landberk, maar is feitelijk veel en veel symfonischer van opzet. Uiteraard kent het ook zowel Van Der Graaf Generator (of beter: Peter Hammill), King Crimson als erg veel Genesis-invloeden. De soms wat rommelige productie verhoogt de sfeer van de werkelijk fabelachtige composities en de obscuriteit van de naam en de plaat maken dat je je deel voelt uitmaken van iets heel speciaals. Alsof je je eigen geheimpje hebt gevonden en heerlijk in je hoekje koestert.

Het voornaamste kenmerk van dit debuut wordt perfect verwoord in de titel. De plaat komt wat rommelig en instabiel over, alsof Lessard in therapie zit. Desalniettemin – of juist daardoor – is het materiaal op "My Magnificent Instability" van zeer hoge klasse, ja – magnifiek!

De groep staat onder leiding van Mathieu Lessard en heeft zijn oorsprong in Quebec, Canada. In hun begindagen speelden ze vooral covers van Marillion, Genesis en Van Der Graaf Generator. Dat is gelijk goed te horen in het tien minuten durende openingsnummer In Every Failure. Agressief zet de gitaar van Lessard in, terwijl hij een goede imitatie van Hammill’s stem weggeeft, maar dan met een agressie die ik alleen ken van Fish uit zijn begindagen. Na dit quircky begin trakteert de band ons op een zalige toetsensolo en een eveneens hemelse gitaarsolo, waarvoor Arena zich niet zou schamen. Dan worden we even op het verkeerde been gezet met zo’n typisch VDGG-themaatje c.q. overgang, maar de muziek vindt al snel op een briljante manier zijn structuur terug middels het vervolg van de gitaarsolo. Het baswerk van Yves Hall is ook erg goed te noemen in dit eindstuk. Een schitterende viool beëindigt dit stuk lyrisch. Een zeer sterk openingsnummer.

Een kort angstig klinkend pianostukje vormt de opmaat naar het heerlijke (sterk neoprog beïnvloede) Destiny, een nummer dat direct bijzonder aanspreekt. Laat je niet afschrikken door het haast punk-achtige geschreeuw van Lessard, want vooral in het tweede deel krijgt het liedje door de haast Philip Glass-achtige combinatie van cello en viool een nieuwe dimensie.

Emotie druipt af van het korte Just In Words dat zo van "Still Life" (Van Der Graaf Generator) af zou kunnen komen. Ook dit nummer kent weer tal van prachtige thema’s en zit bol met tempowisselingen. Toch klinkt elke overgang – hoe vervreemdend soms ook – heel natuurlijk en prachtig. De toetsensolo van Pierre Massicotte aan het einde is er eentje die iedereen zou moeten horen, zo goddelijk!

Waar we eerst een pianostukje kregen, is A L'Aube De ... de strijkkwartetopmaat van het zestien minuten durende epos Leaving For Paris. Kippenvel krijg ik elke keer van het zeer Marillion-beïnvloede begin van dit prachtstuk. Een typisch en wat druk Genesis-achtig melodietje volgt, waarna een lang stuk volgt waar de ene sfeer soepel verglijdt naar de volgende. Het volgende fragment, zo rond de acht minuten, doet me wat denken aan Twelfth Night. Gezongen gedeelten worden moeiteloos afgewisseld met flitsende gitaarsolo’s en wervelende toetsenmelodieën. Op sommige momenten duurt het nummer wat te lang, maar de eindmelodie doet je haast rondwaren in de Marquee, zo rond 1982 in Londen.

Hoe genietbaar dit debuut ook is, het oneven karakter ervan maakt "My Magnificent Instability" geen hapklare brok muziek. We zullen zien dat Dagmähr op zijn opvolger "As Far As We Get" in staat is een veel stabielere indruk te wekken. Neemt niet weg dat deze therapiesessie van dit groepje erg bijzonder te noemen is.

Markwin Meeuws

terug naar progarchief

progwereld.org


(c) 2004 - ProgWereld. Alle rechten voorbehouden - Online sinds vrijdag 13 april 2001 - design by HandS Webdesign