|
Dagmähr
- As Far As We Get
Lust je een gebakken eitje? Met
kwal? Wat, lijkt je dat vies? Misschien is het wel een delicatesse in
sommige culturen...
Onbekend maakt onbemind, zo gaat het gezegde. Tja, dat mag dan wel zijn,
maar symfonische rockfans staan doorgaans bekend om hun durf nieuwe bands
te leren kennen. De uit Quebec, Canada afkomstige band Dagmähr is wat dat
betreft een eitje voor je. Tenslotte, de band kent vele ingangen die elke
symfonische rockliefhebber moet aanspreken: aan de ene kant de duidelijke
invloeden van Peter Hammill en King Crimson, maar aan de
andere kant schrijft de band duidelijk GENESIS met hoofdletters.
Tel daarbij op de invloeden van de Zweedse ‘sectie’ als White
Willow, Anekdoten, Liquid Scarlet en Landberk en
je weet een beetje wat je moet verwachten. Laten we het eitje eens
langzaam afpellen en kijken hoe het smaakt, als we het als maaltijd
verwerken.
Waar het debuut "My Magnificent Instability" zich nogal eens
kenmerkte door een grote mate van briljante instabiliteit, op "As Far
As We Get" laat Dagmähr horen ook met weloverwogen composities en
een veel meer volwassen sound verder te komen dan waar ze gezien de titel
aanspraak op maken. Vormde het debuut een verzameling interessante
composities waar het speelplezier vanaf spatte, deze opvolger smaakt
gelijk al als een geheel. De ingrediënten van deze roerbakei zijn zo meer
tot smaak gebracht. Daarom kan gerust gesteld worden dat "As Far As
We Get" een dijk van een plaat is, grenzend aan een klassieker.
Vind je het ook niet fijn als een plaat gelijk indrukwekkend begint? Dat
je hem opzet en denkt: ja! Deze cd heeft dat absoluut. Outsider The Egg
opent gelijk indrukwekkend en Dagmähr zegt als het ware: hier zijn we,
meer dan bereid je een uitstekende maaltijd op te dienen. Ervan uitgaande
dat je van ei houdt. Hoe vind je die enorme drumslag op 1:57? Massief hè?
Lessard zingt aanmerkelijk rustiger en meer beheerst dan op het debuut. De
opbouw en spanning van dit nummer, de gelaagdheid, de haast Beatles-achtige
zang, dit allemaal vindt zijn verlossing aan het einde van het nummer met
een knap in de mix weggemoffelde toetsensolo. Zo, we zijn wakker! Hier
krijgen we trek van zeg! Heb je nog meer?
Een ei is een zowel fragiel als stevig geheel. Stevig, omdat het tal van
noodzakelijke eiwitten en koolhydraten geeft. Zwak, omdat het zo breekbaar
is. De muziek van Dagmähr is net zo. Last Reaction is wellicht wel
het hoogtepunt van de cd, met de mooiste toetsenmelodieën, het beste
drumwerk en emotionele zang van Lassard. Het mooiste stukje zit precies op
5:54, als de gitaarmelodie als het ware verschuift naar een nieuwe
prachtige melodie die het leidende motief vormt in de verdere opbouw
daarna. Sowieso zijn Lessard’s gitaarsolo’s en de klankkleur van zijn
gitaar sowieso erg mooi en als Pierre Massicotte dit nog vermenigvuldigt
met zijn Mellotron- en MiniMoog-capriolen is het simpelweg genieten
geblazen.
Deze Massicotte excelleert in onze volgende gang, het langzaam beginnende An
Odd Season In The Blasphemous Garden Of Social Desease. De lange,
vreemde titel ten spijt is het een eenvoudige compositie die een enorme
extra dimensie krijgt in het tweede gedeelte, als Massicotte zijn
registers wagenwijd opengooit en ons een blik naar de hemel gunt. Och, zo
mooi! En denk je net beland te zijn op een wolk van proggenot, word je
rustig door Dagmähr meegevoerd naar nog mooiere vergezichten. Wat kennen
wij toch een fraaie muzieksoort en wat valt er toch veel moois te
ontdekken!
De drankjes worden ondertussen opgediend middels het volledig
instrumentale Inside The Egg, dat gesplitst in twee gedeeltes over
de plaat wordt uitgesmeerd.
Met Pertual Attrition zijn we duidelijk aanbeland bij het
hoofdgerecht van deze maaltijd. Een nummer waarin de talenten van drummer
en percussionist (vooral dat laatste hoor je) Philipe Lachance helder tot
uitdrukking komen. Ook een nummer waar gestrooid wordt met zo’n beetje
de hele geschiedenis van de symfonische rock, zonder ook maar een moment
een duidelijke invloedsbron te kunnen aanwijzen. Ja, Genesis misschien,
maar dat is niet eerlijk. Feitelijk is het nummer een lange jam op de
hoofdmelodie, maar ook weer niet geheel structuurloos. In het tweede
gedeelte komt immers het beginthema weer kort terug. Aan het einde
vertoont Dagmähr zelfs wat progmetal-invloedjes, zonder die fans nou
gelijk en-masse voor zich te kunnen winnen hiermee. Massicotte laat een
angstige toetsensolo horen en ik stel mij voor dat het nummer live
moeiteloos twee keer zo lang zou kunnen duren.
Lightly Engaged, tenslotte, is het toetje. Het is een akoestisch
beginnend nummer dat in het tweede deel een haast Afterglow-achtig
sfeertje krijgt. Maar het is ook een stevig toetje, dat aan het einde
ervan een haast zure nasmaak achterlaat en doet denken aan het debuut.
Misschien laat Lessard toch nog even horen wel degelijk therapie nodig te
hebben.
En zo brengt Dagmähr ons deze tweede cd, die een veel meer volwassen
indruk maakt dan het toch al niet misselijke debuut. Het wordt tijd –
niet alleen voor een opvolger – dat menig symfonische rockfan kennis
gaat maken met de kwaliteiten van dit viertal uit Quebec.
Zo, ben je verzadigd door deze maaltijd? Heb je dat eismaakje nog in je
mond? Wel lekker hè?
Markwin Meeuws
terug naar progarchief
progwereld.org
|