|

Jaar: 2005
Label: Eigen
beheer
Tracklist:
· Inaugural Bash (26:57)
· August In The Urals
(15:52)
· Abandonded Mansion
· Afternoon (12:14)
· A Squirrel (8:45)
· The Solitude Of Miranda
(7:18)
Band:
Brett D’Anon: bas
Dave Berggren: gitaar
Dan Britton: toetsen, gitaar, zang
Patrick Gaffney: drums
Met medewerking van:
Frank D’Anon: xylofoon, trompet,
fluit, toetsen
Adnarim Dadelos: zang
Jeff Suzdal: saxofoon
Info:
www.delugegrander.com
MySpace:
n.v.t.
Discografie:
August In The Urals (2006)
|
Deluge
Grander - August In The Urals
Sommige debuten, zelfs van
gerenommeerde groepen binnen ons genre, zijn qua productie zo abominabel,
dat van genieten niet echt sprake kan zijn. Het debuut van Echolyn komt
in gedachten, of het vreselijk klinkende debuut van het Zwitserse Clepsydra,
terwijl het debuut van Collage ook niet best is. Daarnaast is er
ook een heel scala van hobbygroepjes met geld en tijd teveel, die in deze
tijd menen hun compositorische kwaliteiten om te zetten in een zilver
schijfje. Omdat het verhoudingsgewijs zo goedkoop is in eigen beheer zo’n
muziekcollage in elkaar te knutselen, worden we hier bij Progwereld vaak
overrompeld door goedbedoelde pogingen hun naam in de annalen van de
proggeschiedenis te krijgen.
Al deze ijver maakt het vaak moeilijk voor ons een cd negatief te
beoordelen. Immers, er is zoveel tijd en energie, en vaak veel geld mee
gemoeid. Het maakt dat we soms wat aarzelend zijn in eerste instantie, om
een cd af te kraken. Aan de andere kant, met de ruim 1000 cd’s die er
binnen het progressieve genre ook weer dit jaar zijn verschenen, moeten we
ook wat kritisch zijn. Immers, de concurrentie is groot en de portemonnee
van de luisteraar vaak klein. Nou, vooruit dan maar.
Deluge Grander is een formatie uit Baltimore en omstreken en komt voort
uit het mij onbekende Cerebus Effect. De nieuw gevormde band staat onder
leiding van Dan Britton, een toetsenist met een passie om zijn composities
middels een nieuwe band onder het gehoor te brengen van een groter
publiek. De vijf tracks die op het debuut "August In The Urals"
staan zijn klaarblijkelijk op volgorde van grootte gezet, met het langste
nummer vooraan.
Inmiddels schrikken wij bij Progwereld niet meer van een track van 26
minuten, maar ik moet zeggen dat ik zelfs een nummer als het instrumentale
A Squirrel, dat nergens lijkt heen te gaan, al te lang vind.
Gitarist Dave Berggren kan prima soleren op de gitaar, maar nergens klinkt
het echt overtuigend. Ook de toetsencapriolen van Britton zijn snel, maar
hangen een beetje in het luchtledige. Het eveneens verschrikkelijk drukke The
Solitude Of Miranda is een stuk beter, vooral door de inbreng van wat
Oosterse invloeden op de akoestische gitaar en een betere dosering van de
thema’s. De achterstevorenzang halverwege is leuk gevonden, daar hadden
ze nog wat meer mee moeten doen, maar voor de rest ben ik nog niet echt
onder de indruk.
Op de overige drie tracks wordt wel gezongen. Tenminste, dat moet ervoor
doorgaan. Het gemompel dat Britton zingen noemt, doet me wat denken aan de
laatste Areknamés, waar de muziek ook wel wat van wegheeft. Maar
waar hun Italiaanse collega’s met hun donkere werkje van 2006 een waar
meesterwerk hebben afgeleverd, ondanks de zang, kan ik Deluge Grander voor
hun ijver niet eens een voldoende geven.
De productie is verschrikkelijk. Alle instrumenten vormen één brei. Daar
excuseert de band zich voor in de promosheet en ze hopen dat het vergoed
wordt door eerlijkheid en integriteit. Dat moge zo zijn, maar ik ken toch
tal van eigen-beheer-producties die klinken als een klok (Strangefish bijvoorbeeld).
Nu zie ik "August In The Urals" meer als een demo, maar zelfs
daarop beoordeeld ben ik niet echt onder de indruk. In het lange nummer Inaugural
Bash zitten mooie thema’s en vooral hoor ik mooi baswerk van Brett D’Anon.
Zeker het mooie rustige stuk, na zo’n 5 minuten, is spookachtig mooi. De
Mellotrongeluiden, waarschijnlijk een sample, zijn mooi genoeg, maar de
gitaar en piano klinken vooral veel te dof. Daarnaast vertoont de
compositie veel te weinig coherentie om de 26 minuten te veroorloven. Een
goede producer had gemakkelijk 10 minuten kunnen snijden en daardoor had
het werkje veel meer kracht en pit getoond.
Nou, en dan is de koek wel op. August In The Urals zelf kent een
aangenaam thema en een heftig instrumentaal tussenstuk wat ik wel
waardeer, maar ook deze track duurt veel te lang. Met een betere productie
had ik dit debuut van Deluge Grander wellicht een positiever oordeel
kunnen geven, maar met "August In The Urals" brengt het
gezelschap uit Baltimore een debuut uit waarvan ik aanraad er met een
grote boog omheen te lopen.
Markwin
Meeuws
terug naar cd recensies
progwereld.org
|