|

Jaar: 2001
Label: Eigen
Beheer
Tracklist:
· Allegro Con Brio
(5:56)
· Phoebus (9:24)
· Melodia Di Fine
Autunno (8:42)
· Aria E Vento (13:24)
· 5/5/1555 (11:32)
Band:
Marco Angelo:
elektrische en klassieke gitaar
Fabiano Cudazzo:
toetsen
Salvatore Marchesani:
bas
Fabrizio Pellicciaro:
zang, elektrische gitaar, 6- en 12-snarige akoestische gitaar, blokfluit
Maurizio Di Tollo:
drums, percussie, zang
Met medewerking van:
Luca Latini:
dwarsfluit
Info:
www.distilleriedimalto.it
Discografie:
Il
Manuale Dei Piccoli Discorsi
(2001)
Live
In Temple Bar (1999)
|
Distillerie
Di Malto - Il Manuale Dei Piccoli Discorsi
De Italiaanse prog
is er één met een rijke historie en een grote verscheidenheid aan bands.
En diezelfde rijke historie blijkt een goede voedingsbodem te zijn in deze
moderne tijd. Bands als bijvoorbeeld Deus Ex Machina, DFA, Finisterre of
La Torre dell’ Alchimista putten allemaal uit die geschiedenis om er
vervolgens ieder zijn eigen ding mee te doen.
Dit debuutalbum van Distillerie Di Malto doet een poging zich bij deze
groep te voegen en dat doen ze absoluut niet onaardig. Het muzikale
vakmanschap van de muzikanten staat buiten kijf, zonder dat overigens één
van de leden echt de hoofdrol opeist. Iedereen is ondergeschikt aan het zo
goed mogelijk voor het voetlicht brengen van de composities van zanger /
gitarist Fabrizio Pellicciaro.
Opener Allegro Con Brio blijkt na beluistering eigenlijk een beetje
een buitenbeentje te zijn op dit album. Dit betrekkelijk simpele
semi-instrumentale stuk (tegen het eind word er nog even redelijk
onopvallend gezongen) is behoorlijk gitaargeoriënteerd en gebaseerd op
een aantal aangename gitaarriffs, waarover door gitaar en ook toetsen
gesoleerd word. Het heeft een beetje een neurotisch, onrustig sfeertje.
Phoebus opent met een soort dronken kermismuziekje alvorens een
zelfde soort gitaarrifje als in het openingsnummer opduikt. De zang is
hier wat prominenter en in het Engels en dat is jammer. Want nu valt eens
te meer de matige uitspraak en oninteressante tekst op. Gelukkig vervult
de zang niet echt een hoofdrol op dit album en voor we het weten zitten we
dan ook in een lekker akoestisch duet tussen gitaar en fluit. De nu
volgende passage laat eens te meer horen waar deze band veel naar heeft
geluisterd: Locanda Delle Fate en PFM. En dit typeert ook
tevens nagenoeg het hele album: goed uitwerkte symfonische rock in een
warm jaren ‘70 jasje. Na een atmosferische gedeelte, waarin wel goed de
spanning wordt vastgehouden, keren we weer terug naar de opening van dit
stuk.
De volgende track mag gerust tot de kroonjuwelen van dit album worden
gerekend. Relaxt openend met tokkelend gitaarwerk en een melancholieke
synthmelodie heeft dit instrumentale werk een lekker, herfstig sfeertje.
Het vlotte middendeel van Melodia Di Fine Autunno is overigens het
enige gedeelte waarin de toetsenist wat meer in het voetlicht treedt met
flitsende sololijnen. Over het algemeen beperkt deze zich tot heel stemmig
spel met een nadruk op mooie toetsentapijtjes. Zo ook in het slotdeel waar
een lage gitaarmelodie het heft van hem overneemt.
Diezelfde -bijna klagende- gitaar opent ook Aria E Vento. En gelijk
moet ik hierbij denken aan een zelfde soort gitaarpartij in het nummer Mariner
van de Rocket Scientists (te vinden op hun tweede album
"Brutal Architecture").
Als de zanger zijn intrede doet, horen we die typische Italiaanse zang
zoals we die al zo vaak hebben gehoord: vol overtuiging en een tikkeltje
dramatisch. En net als in Phoebus is ook hier weer ruimte voor een
korte akoestische interlude. Het is die mooie afwisseling tussen gedragen
passages en drukker werk dat duidelijk de charme van Distillerie Di Malto
is.
Een zelfde charme die ook afstraalt van het afsluitende 5/5/1555.
Dit nummer, maar ook de twee die hier aan vooraf gingen, hebben allen iets
vertrouwds zonder dat het overigens direct jatwerk van illustere
voorgangers is. Het is misschien ook wel de warme productie die aan dit
vertrouwde karakter debet is.
Deze Italiaanse band, die overigens al heel wat jaren bij elkaar is maar
zich nu pas gerijpt genoeg vond om het eerste materiaal voor een breder
publiek beschikbaar te stellen, heeft een goed debuut afgeleverd. Een
duidelijke keuze voor de Italiaanse taal en misschien af en toe wat meer
gepassioneerd spel van de muzikanten zou er maar zo toe kunnen leiden dat
we in de toekomst een potentiële klassieker van hun kunnen verwachten. In
de tussentijd zal ik nog regelmatig van dit album gaan genieten.
Christian
Bekhuis
terug naar progarchief
progwereld.org
|