Er was een tijd – nog niet zo lang geleden eigenlijk – dat Echolyn
gold als een veelbelovende nieuwe band. De haast onnavolgbare, maar
hypermelodieuze mix van Gentle Giant-achtige rock en typisch Amerikaanse
roots-achtige muziek deed halverwege jaren negentig menig proghartje in
7/8 kloppen. Klassiekers als "Suffocating The Bloom" (1992) en
"As The World" (1995) werden slechts overtroffen door het magnum
opus "Mei" (2002).
Nu bestaat Echolyn alweer een tijdje en presenteren ze zich op deze eerste
dvd als een stel oude rotten in het vak. De afwisseling van het concert op
de eerste dvd met ‘oude’ beelden (met andere woorden: lange
haren-tijdperk) is een verrassing: ze zijn echt al een tijdje bezig.
Slechts één belofte is ingelost, namelijk onze muzieksoort voorzien van
een stevige nieuwe impuls. Zo is Echolyn plotsklaps veranderd van een
veelbelovende in een invloedrijke en gewaardeerde band. Zeg maar de Camel
van de jaren negentig.
Deze dvd, met de raadselachtige titel "Stars and Gardens volume
4", mag gezien worden als een afsluiting van de afgelopen veertien
jaar. Het in het Sellersville Theater, Pennsylvania opgenomen concert
geeft ons een goede dwarsdoorsnede van waar de muziek van Echolyn voor
staat, met als hoogtepunt uiteraard het ruim 50 minuten durende epos Mei.
Met vier nummers elk zijn "As The World" en "Cowboy Poems
Free" (2000) wel overmatig vertegenwoordigd ten opzichte van
"Echolyn" (1991) en "Suffocating The Bloom" (1992).
Het gevoel bekruipt mij dat als Mei niet in de setlist zou zitten,
de verhouding wellicht wat beter was geweest. Maar ja, je kunt niet alles
hebben.
De uitvoering van het zeker niet gemakkelijke materiaal is van zeer hoog
niveau. De vijf muzikanten, op Mei nog eens aangevuld met zes
gastmuzikanten, spelen stuk voor stuk als ware meesters op hun instrument.
Daarvan is Tom Hyatt (gelukkig weer terug) de meest veelzijdige. Als (vijfsnarige)
bassist is hij onovertroffen, maar daarnaast speelt hij ook niet
onverdienstelijk akoestische gitaar en conga’s (zoals aan het begin van Brittany).
Gitarist Brett Kull is zonder enige twijfel de beste muzikant, haast
vergroeid met zijn instrument. Solo’s en riffjes worden door hem
moeiteloos en met tamelijke snelheid verbluffend uitgevoerd. Hij kan ook
aardig zingen, maar het is Ray Weston die het beste zingt. Hoe hij
uithaalt aan het begin van The Cheese Stands Alone is onnavolgbaar
knap, terwijl ook zijn zangpartijen in A Little Nonsense veel
waardering verdienen. Deze twee nummers zijn - samen met As The World -
de hoogtepunten van de set voor Mei. Boordevol tempowisselingen
zijn deze nummers haast een uitdaging voor de ‘tellers’ onder ons,
maar drummer Paul Ramsey werkt ze af met schaamteloos gemak en
ontspannenheid. Christopher Buzby tenslotte weet elk nummer weer prachtig
af te werken met veel Hammond en nog meer Hammond. Op een aandoenlijke en
grappige manier half gebogen over zijn te lage toetsenpaneel, zorgt zijn
swingende en aanstekelijke spel voor een totaal andere kijk op het
fenomeen ‘toetsenist-binnen-een-progband’.
Echolyn is zonder ook maar één van deze muzikanten incompleet. Dat is
vooral wat het concert en de dvd ons toont. Het geluid mag fantastisch
genoemd worden, als ook de uitvoering van het materiaal, maar over de
beeldkwaliteit ben ik niet zo positief. Het kan een kwestie van budget
zijn, maar ik moest direct denken aan toen mijn vriendin net een handicam
gekocht had en alle foefjes en trucjes op het gefilmde materiaal
uitprobeerde. Daar doet de registratie van het concert mij aan denken. Een
misser in mijn ogen en het toont ook weinig professioneel.
Zoals gezegd vormt het epos Mei het absolute hoogtepunt van het
concert. Deze suite krijgt een werkelijk weergaloze uitvoering, waarin de
aanwezigheid van het strijktrio, de twee blazers en percussionist Jamie
Diete onmisbaar blijken voor het totaalgeluid. De compositie wordt zonder
aanpassingen in zijn geheel gespeeld, zodat er is dus weinig tot geen
verschil is met de studio-uitvoering. Maar dat is ook niet nodig, want het
is al knap dat men dit stuk foutloos van begin tot einde weet uit te
voeren. Belangrijker nog is de ‘drive’ waarmee men Mei brengt
en het speelplezier dat men etaleert. De onderlinge interactie is er één
om van te genieten. Leuk is ook nu eens goed te zien wie welk stuk zingt.
Ik zal het nog een keer zeggen: Mei is een waar meesterwerk, dé
manier om een lang muziekstuk tot één geheel te smeden zonder dat het
gekunsteld klinkt. Deze live-uitvoering zal de legende alleen maar
versterken.
Voor de fans kan ik stellen dat de verpakking oogverblindend mooi is, zeer
verzorgd zitten de twee cd’s in een uitklapbaar luxe kartonnen hoesje.
En tot slot bevat de tweede cd een interessant, licht humoristisch
interview met alle bandleden. Tom Hyatt gaat op luchtige wijze in op zijn
stiekeme vertrek enkele jaren geleden en de reacties daarop – leuk en
herkenbaar kijkvoer voor gefrustreerde en nooduitgang zoekende
progmuzikanten anno nu. Deze gesprekken laten in elk geval vijf zeer
sterke persoonlijkheden zien, maar nu wat ouder en wijzer. Dat geeft hoop
voor de toekomst. Want wat hebben wij als fans nou liever: een
veelbelovende of een veelbetekenende band?