|

Jaar: 2006
Label: Wichita
Tracklist:
· Dead
Queen (8:13)
· Widow’s
Weed (6:51)
· Cruel
Storm (5:17)
· Children
Of Stone (8:54)
· Mansfield
And Cyclops (5:57)
· Dead
King (8:02)
· Moon
Occults The Sun (6:47)
Band:
Meg Baird: zang, gitaar, toetsen
Helena Espvall: zang, cello
Otto Hauser: drums, percussie
Brooke Sietinsons: gitaar
Chris Smith: bas
Greg Weeks: gitaar, zang, toetsen, percussie
Info:
www.espers.org
Discografie:
Espers II (2006)
The Weed Tree (2005)
Espers (2004)
|
Espers
- Espers II
"Espers" is de
meervoudsvorm van een term uit de parapsychologie, Extra-Sensory
Perception (ESP), oftewel het vermogen om ‘iets’ boven je zintuigen op
te merken. De term komt al vroeg in allerlei sciencefictionboeken voor en
later ook in films en games. Het is tevens de naam van de psychedelische
folk-groep Espers en het is een goed gekozen naam. De band rond Greg Weeks
betovert de luisteraar al vanaf de eerste track met folkrock uit de school
van Pentangle en Fairport Convention, maar niet zonder in
elk nummer iets raars toe te voegen. Een scheurende gitaar, een snerpende
cello, spookachtig zingende dames, zoet fluitspel, de raarste inheemse
instrumenten, Espers heeft het allemaal. De trage, voortslepende sound van
Espers maakt – samen met de relatieve toegankelijkheid van de
composities – dat men zich als een kameleon kan verbinden met
verschillende stijlen en hun liefhebbers.
"II" is de dérde plaat van de groep uit Philadelphia, maar
blijkbaar telt Espers "The Weed Tree", een verzameling covers,
niet in hun officiële discografie mee. De stijl van de groep komt
goeddeels neer op langzame, broeierige composities, gestoeld op de
akoestische gitaar. Daarover zingen de vrouwen Meg Baird en Helena Espvall
met hun mysterieuze stemmen een vaak prachtige melodie, terwijl man Greg
Weeks soms ook meedoet.
De plaatopener Dead Queen laat het allemaal al horen. Met
raadselachtig, doch mooie teksten als "green and white, blue has yet
to die" en "crimson tides flowing fluid and wild". Traag en
meeslepend zuigt het nummer je als het ware een uitgestrekt Scandinavisch
woud binnen, om daar verstrikt te raken tussen de wortels van eeuwenoude
bomen. De feeërieke zang van Baird en Espvall, samen met de klaaglijke
echo’s van de gitaren en de subtiele cello’s, maken het beeld
compleet. Dit is wonderschone muziek, met een heerlijk dissonant
achtergrondje.
Widow’s Weed is totaal het omgekeerde van Dead Queen. In
dit nummer is juist het dissonante, haast Godspeed You! Black Emperor-achtige
dat de boventoon vormt. Het is het meest spookachtige nummer van de plaat
en laat samen met de eerste track de dubbele zijde van deze unieke groep
goed zien. Zoals bijna alle nummers is het een sterk akoestisch opgezet
nummer, waarin bij elke luisterbeurt nieuwe details bovenkomen. Pas na een
minuut of drie komt er structuur in de chaos en verandert de
ogenschijnlijke simpele riff in een hypnotiserende drone.
De overige vijf nummers volgen min of meer het plan van deze eerste twee
belangrijke nummers. Ze doen niet onder voor de twee genoemde, maar de
basis voor de rest van de plaat is gelegd. Dead King bijvoorbeeld
is – zoals de titel al voorspelt – het antwoord op Dead Queen,
in de zin dat het nummer inderdaad mannelijker klinkt. Het is ook het
beste voorbeeld dat de beide sferen van Espers het scherpst tegen elkaar
afzet. Het zeer meeslepende Children Of Stone, waar voor het eerst
op deze plaat Weeks zijn stem dubbelt met één van de dames, kan gelden
als een hoogtepunt, vooral vanaf het moment dat de fluit zijn intrede
doet. Dan doet Espers zich haast voor als het stoute, jongere zusje van White
Willow. Ook wil ik graag Mansfield And Cyclopseven even in
de schijnwerpers zetten, dit nummer valt op door het Tortoise-achtige
drumspel van Otto Hauser. Ik kan gemakkelijk élk nummer van deze plaat
wel naar voren halen. Elke minuut is er wel ergens een listig cellotje of
een interessant percussie-instrument dat de aandacht vraagt. Belangrijker
dan dat is echter de totale sfeer die "Espers II" met zich
meebrengt.
Wel eens naar rustige muziek geluisterd die je in opperste staat van
opwinding brengt? Bezoek dan zeker het land van Espers eens. En laat je
meevoeren door deze hippies het donkere bos in. Je zult met liefde willen
verdwalen.
Markwin
Meeuws
terug naar cd recensies
progwereld.org
|