|
Jaar: 1999
Tracklist: Band:
Info: Discografie: |
Muse - Showbiz Het
zal 1999 of 2000 zijn geweest dat ik met enkele kameraden muziektips aan
het uitwisselen was en dat iemand een nummer Muscle Museum
aankaartte van een band genaamd Muse. Vreemde titel, vreemd liedje… moet
je die zanger eens horen! Het begon zelfs een beetje flamenco-achtig om
dan uiteindelijk in het refrein meer in ‘standaard’ (hard)rock
territorium aan te komen. Ik was wel gecharmeerd van het nummer, al bleef
de charmering enige tijd bij dat ene nummer steken. Muse
is later een grote naam geworden en de diverse cd’s zijn ook hier een
voor een in de kast terechtgekomen. De muziek is tegelijkertijd eigen en
derivatief. Het was indertijd salonfähig om moderne rockbands als Radiohead-kloon
weg te zetten en het moet gezegd: vooral (doch niet uitsluitend) aan
“The Bends” is dit Engelse drietal op “Showbiz” meer dan eens
schatplichtig. Minstens zo karakteristiek is echter (vooral op latere
albums) de bombast die wel wat herinneringen oproept aan het oudere werk
van Queen. Of
de naam van Muse in verband gebracht mag worden met de term
‘progressieve rock’ is een vraag waar al de nodige verhitte discussies
over gevoerd zijn. Persoonlijk zou ik geneigd zijn ze in de periferie te
plaatsen, evenals de beide aangehaalde referenties. Als de kwaliteit hoog
genoeg is, mag een perifere band evengoed ook in het zonnetje staan.
Wellicht dat het ruimhartige gebruik van piano, Hammond orgel en Mellotron
nog wat starre luisteraars over de streep trekt? De manier waarop genoemde
toetseninstrumenten in de muziek verwerkt zijn, mag op zijn minst
geraffineerd genoemd worden, terwijl de heren verder toch niet opvallen
door individuele instrumentale virtuositeit. Als
we het woord ‘progressief’ meer op zichzelf beschouwen, heeft de
Muse-medaille ook twee zijden. Enerzijds zet Muse met dit debuut meteen
een overdonderend eigen geluid neer (of wellicht beter gezegd: een eigen
mix), anderzijds vallen veel Muse-songs terug te voeren op een basisvorm
van een rustig begin, een theatraal crescendo en een groots refrein.
Ofschoon de vorm van de Muse-sound zich voor het overige op de volgende
platen verder zou uitkristalliseren, blijft de inhoud grotendeels
ongewijzigd. Wat de vorm betreft vormen de eerste drie platen een
stijgende lijn naar een climax van bombast op “Absolution”, wat tot op
heden tevens de plaat is die ons progliefhebbers het ‘meest vertrouwd’
voor zal komen. Maar
hier staan we dus nog aan het begin. Afwisselend subtiel en heftig, maar
bij vlagen een beetje stuurloos. De hoogtepunten reiken echter hoog. Naast
het al gememoreerde Muscle Museum zijn daar met name het broeierige
titelnummer, de representatieve single Sunburn, de ballade Falling
Down (wie zei daar Jeff Buckley?) en het in eerste instantie
als jaren ’80 pastiche klinkende Sober. Naast
het terechte begin van een betrekkelijke mainstream rocksensatie, is
“Showbiz” van Muse ook een van de vlaggenschepen van wat we, ietwat
schoorvoetend, als ‘new-prog’ zijn gaan aanduiden; net dicht genoeg
bij wat vroeger al in ruime zin ‘prog’ heette en ‘new’ genoeg om
‘prog’ niet slechts als aanduiding van een vooral nostalgisch genre te
gebruiken. Oh ja, en die vreemde titel Muscle Museum? Dat is niks meer dan de twee woorden die in een woordenboek de naam Muse direct voorgingen en opvolgden. Casper Middelkamp |
|
|