|
Jaar:
1994 (heruitgave: 2005)
Tracklist: Band:
www.no-man.co.uk MySpace: No-Man Discografie: |
No-Man - Flowermouth Het
Engelse duo No-Man maakt bijzonder atmosferische en melancholische muziek,
waarbij experiment en sfeer de voornaamste uitgangspunten zijn bij het
musiceren. Hoewel bandlid Steven Wilson uiteraard veel beter bekend is van
Porcupine Tree en Blackfield, is de muziek van No-Man geenszins minder
interessant dan het andere werk van deze chronische workaholic. Zo is
bijvoorbeeld het in 1994 uitgebrachte "Flowermouth" een
beluisterenswaardig album waarop Steven Wilson en Tim Bowness met een
buslading gastmuzikanten muziek maken die het midden houdt tussen pop,
dance, progressieve rock, minimalistische muziek en postrock. Hoewel de
muziek behoorlijk experimenteel is, is ze geenszins ontoegankelijk, en
"Flowermouth" zou dan ook veel muziekliefhebbers moeten kunnen
aanspreken. Doordat
de nummers op "Flowermouth" gebaseerd zijn op dance- en
triphopritmes ligt, ten opzichte van andere albums van het duo, de
vergelijking met triphopacts als Massive Attack voor de hand. Naast
deze ritmische grondtoon zijn er ook nog andere flirts met de triphop: zo
zit er in Shell OfA Fighter een eindstuk dat doet denken aan "Mezzannine"
van de reeds aangehaalde Engelse triphoppers. Echter, een band waarmee
No-Man beter vergeleken kan worden is het eveneens Britse Talk Talk:
hoewel voornamelijk bekend als synthpop-gezelschap, zijn met name de
laatste twee albums van de heren, "Spirit of
Eden" en "Laughing Stock", interessant voor de
liefhebber van avontuurlijke muziek. "Flowermouth" lijkt qua
benadering enigszins op deze Talk Talk-albums: hoewel het duo Bowness en
Wilson de regie sterk in handen houdt, wordt de muzikale invulling veelal
gedaan door de vele gastmuzikanten. Hierbij staat het creëren van
sfeervolle texturen centraal; net als Talk Talk proberen Bowness en Wilson
bepaalde emoties te laten kristalliseren in hun muziek. Het resultaat is
een album dat ondanks een veelheid aan geluiden nergens te vol klinkt,
hoewel "Flowermouth" nog niet het niveau van weglaten heeft
bereikt dat "Together We're Stranger"
zo bloedstollend mooi maakt. Op
"Flowermouth" worden feitelijk twee verschillende soorten
elektronische beats gebruikt, namelijk de zogeheten breakbeat die gebruikt
werd in drum and bass en afgeleiden als triphop en een meer reguliere
dance-beat. Hoewel dit ten tijde van de oorspronkelijke release van het
album behoorlijk nieuw was, maakt juist de tweede soort beat, de
dance-beat, dat de muziek soms wat gedateerd klinkt; dergelijke beats
worden tegenwoordig toch vooral met een bepaalde periode in het midden van
de jaren negentig van de vorige eeuw geassocieerd. Hoewel dit uiteraard
nog niet duidelijk kon zijn toen het album opgenomen werd, kan het wel
zijn dat de luisteraar het album bij tijd en wijle behoorlijk gedateerd
vindt klinken. Bovendien heeft de onophoudelijke beat soms het effect dat
de sfeer van een nummer beschadigd raakt; de emotie wordt teniet gedaan
door een koud en klinisch elektronisch ritme. Als zodanig is "Flowermouth"
niet volledig overtuigend, omdat op sommige punten de muziek zichzelf
lijkt tegen te werken. Het
is dan ook niet zeer verrassend dat de sterkste sferen voorkomen in de
nummers waar de elektronische ritmes spaarzamer toegepast worden dan
elders. Zo is met het lange Angel Gets Caught in a Beauty Trap de
maatstaf meteen behoorlijk hoog gelegd, en is ook de eigenlijke afsluiter
van album, Simple, ondanks de nadrukkelijke Porcupine Tree-gitaarsolo,
mooi vanwege de openheid van het geluid. Dit wil echter niet zeggen dat
alle experimenten met de drumcomputer overbodig zijn: Shell of a
Fighter is bijvoorbeeld een nummer dat zowel erg elektronisch als erg
sfeervol is. Toch lijken de beide heren musici op "Flowermouth"
nog wat te schipperen tussen het toegeven aan de interesse in bepaalde
muziekstromingen en het uitwerken van de beoogde sferen zonder daarbij per
se bepaalde stijlen te willen verwerken. Op
de remaster van het album zijn twee bonusnummers toegevoegd aan het
origineel. Angeldust en Born Simple zijn ambient-nummers die
vooral sterk doen denken aan "Voyage 34" van Porcupine Tree.
Beide nummers steken ondanks hun dance-invloeden af tegen de rest van het
album, en ze zijn dan ook redelijk overbodig; zonder bonusnummers zou de
heruitgave niet minder geweest zijn. Bovendien zijn de nummers ook niet
van dusdanige kwaliteit dat het een schande zou zijn om ze aan het publiek
te onthouden. Met "Flowermouth" bracht No-Man een album uit dat weliswaar veel sterke kanten kent, maar dat soms vastloopt op de eigenschap die het album onderscheidt van later materiaal van het duo, namelijk de elektronische beats, hoewel deze soms juist wel effectief blijken binnen het sfeerbeeld dat gecreëerd wordt. Het album geeft wel al aan welke richting het duo later zou gaan volgen: het oproepen van een bepaalde sfeer is belangrijker dan het uitwerken van melodieën of het spelen van flitsende solo's. Regelmatig slagen de heren Bowness en Wilson erin om de muziek volledig in dienst te stellen van de atmosfeer, soms echter ook niet… en dan gaat een compositie ten onder aan de elektronische ritmes. Over het geheel gezien echter is "Flowermouth" een fraai album van een formatie die later nog veel prachtiger dingen zou maken. Christopher
Cusack |
|
|