|
Jaar:
2000 Tracklist: Band:
www.odyssice.com Discografie: |
Odyssice - Impression Wat
in het vat verzuurt niet. Een spreekwoord dat zeker van toepassing is op
Odyssice. Opgericht in 1986 werden er in de eerste paar jaren een aantal
demo’s opgenomen waar van er één o.a. nog gedraaid is in het
roemruchte radioprogramma “Countdown Cafe”. Echter in 1990 kwam aan al
het moois een (voorlopig) eind. Eind 1996 kwam er weer een teken van leven
in de vorm van nieuw materiaal op CD: het mini-album “Moondrive”. Dit
uit 4 delen bestaande (en 25 minuten lang) werkstuk voert ons mee op een
autorit door de nacht, die de chauffeur de gelegenheid bied om zijn
problemen te overdenken. Een effectieve “kapstok” om de instrumentale
muziek van Odyssice een gevoel van eenheid te geven. Wat
vanaf het begin opvalt is de sprankelende produktie. En is het meteen ook
duidelijk waar gitarist Bastiaan Peters de mosterd vandaan haalt: zijn
gitaargeluid is het best te beschrijven als een kruising tussen die van Andy
Latimer en (in iets mindere mate) David
Gilmour. De composities staan dan ook volledig in dienst van zijn
gitaarspel, dat regelmatig net zo zingt als bij eerder genoemde
grootheden. Geen technische hoogstandjes, maar vernuftige melodieën is
het credo. De door piano- en strijkersklanken gedomineerde toetsen zorgen,
samen met eenvoudige maar subtiel gespeelde drum- en baspartijen, voor de
solide basis. Kortom, een CD die gewoonweg om meer schreeuwde. Maar
dat was iets waar 4 jaar op moest worden gewacht. Maar geduld is een
schone zaak en Odyssice is een band die ogenschijnlijk naar perfectie
streeft. Perfectie die je al tegemoet straalt zodra je het album
“Impression” in handen hebt. En al bladerend door het boekje valt het
op dat het gehele artwork in dienst staat van de muziek. Korte
begeleidende teksten bij een aantal nummers, toepasselijke foto’s. Er is
alles aan gedaan om de beelden die de muziek oproept te versterken dan wel
te verklaren. En
beeldend is de muziek zeker. Want de lijn die met “Moondrive” is
ingezet word met verve doorgezet. De produktie is, zoals verwacht, van
topkwaliteit. Een genot om naar te luisteren. Het hele album luistert
overigens weg als een soort kleine wereldreis waarin o.a. Japan (Senkan),
Sri Lanka (Anuradphapura) en
Schotland (Flower of Scotland)
worden aangedaan Ook
muzikaal is de lijn van “Moondrive” doorgetrokken want nog steeds is
er een hoofdrol weggelegd voor het gitaarspel van Peeters ondersteunt door
van der Wiel’s sprankelend toetsenspel. De ritmesectie heeft echter een
zekere mate aan “drive” gewonnen. Met name Crusader
is daarvan een mooi voorbeeld met lekker drumwerk van Boomsma. Gebleven
is ook de referentie aan Camel.
Maar bij nadere beluistering kom je er toch achter dat er meer aan de hand
is. Door het gebruik van een gitaarsynthesizer is Peeters in staat om
“gitaarvreemde” klanken aan zijn instrument te onttrekken:
sitarachtige geluiden in Anuradhapura,
fluitklanken in Senkan, een
cello in het emotionele Children of
the Cloud. Samen met de afwisseling in de composities zorgt dit ervoor
dat de verveling niet toeslaat. Ook de, bij vlagen, zwaar orkestrale
toetsen zijn een lust voor het oor. En hopelijk neemt van der Wiel in de
toekomst wat meer de hoofdrol want wat hij in Lokapalas
en Olympus laat horen is in de
beste Wakeman-traditie. Hoogtepunten
aanwijzen op een album als dit is erg moeilijk maar als het toch moet dan
wijs ik op A Prophet’s Dream.
Een stuk waarvan met name het langgerekte slotdeel qua sfeer wel iets weg
heeft van de Camel-klassieker Ice.
Ook zo’n heerlijk langgerekte gitaarsolo waarin Peeters nog eenmaal alle
emotionele registers lostrekt. Het
is niet te hopen dat we nu weer 4 jaar moeten wachten op de opvolger van
dit album dat behoort tot het beste wat er de afgelopen paar jaren is
gemaakt in Nederland. Christian Bekhuis |
|
|