|
Jaar:
1979
Tracklist:
Band: Info: Discografie: |
Pink Floyd - The Wall Het album “The Wall” van het
Engelse genootschap Pink Floyd kan in meerdere opzichten een
oorlogsdocument genoemd worden. Het product is namelijk een concept dat
opgesteld is uit, enerzijds, de ervaringen als “kind van de Tweede
Wereldoorlog” van bassist/zanger Roger Waters en anderzijds uit ideeën
die onstaan zijn omdat de bassist toenemend ontevreden is met de positie
waarin de band zich gemanoeuvreerd heeft door haar groei: Waters is van
mening dat Pink Floyd zichzelf vervreemd heeft van het publiek. Ook tekent
het album de periode waarin de band Pink Floyd als zodanig het
leven liet; door de wederzijdse onwil tot samenwerking van een aantal
leden, het feit dat Roger Waters zichzelf als dominante figuur dan wel
dictator binnen de band gepositioneerd had, én het gegeven dat de band
veelvuldig gebruik maakte van externe assistentie, kan “The Wall” niet
als een volwaardig groepsproduct geduid worden. Tijdens de uitwerking van
het project culmineerden de interne strubbelingen en dit resulteerde
uiteindelijk direct in het gedwongen vertrek van toetsenist Richard Wright
en, op langere termijn, tot min of meer het einde van de band na “The
Final Cut”, zodat “The Wall” wél het laatste album is waarop de
meest geloofde line-up van de band nog compleet acte de présence geeft.
Echter, met de ontstaansgeschiedenis van het album in ogenschouw genomen,
is “The Wall” zonder twijfel een problematisch element in het oeuvre
van de band te noemen. De muziek op “The Wall” valt
vanwege verschillende oorzaken enigszins uit de toon die de band gezet had
met haar eerdere werk. Ten eerste is het gegeven dat het gros van het
materiaal van deze de dubbelaar nagenoeg zelfstandig geschreven is door
Roger Waters debet aan het feit dat het album niet te classificeren is als
een “klassieke” Pink Floyd-plaat, daar de normale wisselwerking tussen
de melodieuze stijl van Gilmour en de wat houterige, frase-gerichte stijl
van Waters nagenoeg afwezig is en slechts teruggevonden kan worden in een
nummer als het door Gilmour geschreven Comfortably Numb. Los
daarvan heeft de band amper samen gespeeld in de studio, waardoor er veel
minder ruimte was voor experiment, terwijl dat met name het oudere
materiaal kenmerkt. Ten derde is de plaat, zoals reeds vermeld, in hoge
mate onderhevig geweest aan invloed van buitenaf, niet alleen door de
inmenging van producent/mede-schrijver/mede-muzikant Bob Ezrin, maar ook
in de vorm van een veeltallige selectie van gastmuzikanten: niet alleen
zijn er andere toetsenisten en een andere drummer voor een aantal nummers
aangetrokken (zoals Jeff Porcaro voor Mother), ook is er gebruik
gemaakt van een klas schoolkinderen. Daarnaast heeft de band voor een
verdieping van het geluid ook nog een orkest ingeroepen, maar daar waar op
“Atom Heart Mother” het aanwezige orkest actief bijdroeg aan het creëren
van de compositie, is het op “The Wall” ingezette orkest uitsluitend
gebruikt voor muzikale inkleuring. Dit heeft samen met de reeds genoemde
factoren ertoe geleid dat “The Wall” een behoorlijk song-georiënteerd
en relatief ruig album is dat qua stijl regelmatig dichter bij het
solo-werk van Waters dan bij een album als “Dark Side Of The Moon”
staat. De vraag werpt zich op of er dan
daadwerkelijk geen karakteristieke Pink Floyd-elementen te bespeuren zijn
op de plaat. Uiteraard zou het bijzonder drastisch zijn om te beweren dat
het gehele album amper gewag maakt van de naam die eraan verbonden is,
maar overwegend dat het album grotendeels door Waters geschreven is en dat
een aantal van de muziekpartijen is overgenomen door muzikanten van buiten
de band zou het niet vreemd zijn als men tot de conclusie zou komen dat
“The Wall” net zomin een authentiek Pink Floyd-album is als “A
Momentary Lapse Of Reason”. Echter, het zou ietwat voorbarig zijn om
“The Wall” direct op één lijn te stellen met die misstap, daar David
Gilmour op “The Wall” nog tegenwicht biedt aan Waters’
leidersgedrag, terwijl daar vice versa uiteraard geen sprake van kan zijn
bij die liedjescollectie uit 1987. Gilmour is als zodanig voornamelijk
nadrukkelijk aanwezig vanwege zijn gitaarstijl, die met name onmiskenbaar
is in het gros van de solo’s, en natuurlijk is de lange publieksfavoriet
Comfortably Numb de onuitwisbare vingerafdruk die de gitarist op de
plaat gedrukt heeft. Echter, ondanks het feit dat
“The Wall” een problematisch geval genoemd kan worden, heeft het album
tóch een bepaalde charme. Wellicht juist doordat de atmosfeer tijdens de
uitwerking van Waters’ concept allesbehalve vriendelijk of positief was,
is de grimmige teneur van de muziek en het concept des te meer
overtuigend. Regelmatig is de woede in het materiaal te bespeuren, en
hoewel Bob Ezrin soms bemiddelde tussen Gilmour en Waters lijkt er toch
een ondertoon van aversie de plaat te “versieren”, en dit geeft “The
Wall” extra overredingskracht. Ook het feit dat op dit product de rest
van de band nog enigszins erin slaagt enige mate van evenwicht te bewaren
voorkomt dat een en ander compleet wordt gereduceerd tot forum voor de
polemiek van de bassist, wat (met name gezien de lengte van het album) een
nog zwaardere luisterervaring dan “The Final Cut” had kunnen
opleveren. Bovendien is het album als laatste oorlogsdocument voor de
complete capitulatie nog steeds van acuut belang. “The Wall” is een product met
gebreken vanwege het feit dat het meer een Roger Waters- dan een Pink
Floyd-product is. Bovendien nodigt de lengte van het album door de zware
natuur en droefgeestige sfeer van het materiaal niet per se uit tot het
onafgebroken beluisteren van de complete plaat in een ononderbroken
sessie. Echter, in andere opzichten is “The Wall” juist wel
interessant. Niet alleen is een aantal van de composities van behoorlijk
hoge kwaliteit, ook wordt het meeste met veel overtuiging gebracht, wat
wellicht te danken is aan de wederzijdse vasthoudendheid van Roger Waters
en David Gilmour, die waarschijnlijk mede veroorzaakt werd door de
groeiende spanningen binnen de band. Tenslotte is het album ook nog
interessant als document dat uiteindelijk onherroepelijk het einde van het
fenomeen Pink Floyd inluidde, en zowel vanuit een historisch als een
muzikaal perspectief is “The Wall” dan ook een belangrijk product —
zowel binnen de discografie van de band als in het kader van de Westerse
popmuziek. Christopher Cusack |
|
|