|
Jaar:
1970
Tracklist:
Band: Info: Discografie: |
Pink Floyd - Atom Heart Mother In
het begin van de jaren ‘70, om precies te zijn op 1 oktober 1970, bracht
EMI de nieuwe Pink Floyd, “Atom Heart Mother” uit. Zowel voor de band
als voor de fans betekende deze plaat bijzonder veel, want de lp met die
koe op de hoes vormde het begin van een ware koersverandering. Alhoewel de
heren individueel het nieuwste speeltje van de Abbey Road Studio, de
achtsporenrecorder, al konden uittesten voor het succesvolle
"Ummagumma" uit 1969, waren de opnamen voor “Atom Heart
Mother” de eerste voor de groep op dat nieuwe apparaat. Er moet een
wereld zijn opengegaan voor de heren Gilmour, Waters, Wright en Mason.
Tegenwoordig lachen we daar maar om, maar voor de creatievelingen van Pink
Floyd betekende dit indertijd een aanzienlijke verrijking. Vanaf toen kwam
de band met steeds complexere epische prog en werd de psychedelica steeds
verder naar de achtergrond geschoven. De
mannen van Pink Floyd, de pioniers, hadden het in hun vingers, met name
Roger Waters was behoorlijk bedreven geraakt in het manipuleren van de
opnameband. Tot op heden weet dat geëxperimenteer enorm veel indruk te
maken. Er werd wat af gefröbeld op de plaat met allerlei
omgevingsgeluiden en stereo-effecten. Zo hebben Waters en Mason de
instrumentale Atom Heart Mother
suite, die de gehele a-kant van de lp in beslag neemt, voorzien van
hinnikende paarden, explosies en optrekkende motoren. Deze zitten zo
listig in de muziek dat ze het ritme cadans geven. Ook het slotnummer van
de plaat, Alan’s Psychedelic
Breakfast, zit vol omgevingsgeluiden. Wat heet: de luisteraar is er
gedurende 13 minuten te gast aan de ontbijttafel van ene Alan Stiles. Te
horen valt dat hij eieren bakt en zo. Dat alles wordt een aantal maal
onderbroken voor enkele gave passages muziek. De balans is hier naar mijn
idee iets te ver doorgeslagen naar de geluiden, maar zo aan het eind van
de plaat kan dat wel. Tegenwoordig zou men kunnen spreken van een
‘hidden track’ die weliswaar niet verborgen is. Naast
de toegevoegde geluidseffecten is het vooral de verrijking van het lange
titelnummer met koor en orkestarrangementen dat het album zo memorabel
heeft gemaakt. Het
orkest in kwestie heet The Abbey Road Session Pops Orchestra. Voor
de partijen heeft Pink Floyd samengewerkt met Ron Geesin, een
experimenteel componist en vriend van Nick Mason. Geesin heeft maandenlang
aan de partituren gesleuteld en het resultaat mag er zijn. Euforisch en
bombastisch banen hoorns, tuba’s en trombones zich een weg door het
nummer om de zes delen ervan bij elkaar te houden. Hiertoe is er het
loeisterke thema, zoals dat in het openingsdeel, Father’s
Shout, al gepresenteerd wordt. Als
de vader is uitgeraasd en moeder het overneemt wordt de muziek mild van
aard met kabbelend orgel en stemmige viool. Dan komt Gilmour met zijn
inmiddels beruchte gitaarfratsen door heerlijk met zijn bottlenek over de
snaren van zijn Stratocaster te glijden. In het derde deel, Mother
Fore, is de sfeer wat gedragen. Het koor, dat onder leiding staat van
John Aldiss, klinkt er door de hoge vrouwenstemmen enigszins etherisch.
Het duurt een beetje lang maar precies op tijd is daar het magnifieke Funky
Dung. Te horen is hoe stuwend orgelspel met overheerlijke gitaar
overgaat in een stuk met een
imposant koor dat een Aziatische vechtsport lijkt uit te oefenen. Na een
herhaling van de bombastische opening van dat lange nummer is het even
uithijgen bij het vage Mind Your Throats Please.
Dit is typisch Pink Floyd al zullen de achterwaarts klinkende
Mellotronpartijen de nodige stekels hebben doen oproepen, want Pink Floyd
laat toch nog regelmatig hun liefde voor de psychedelica horen. Aan het
begin van het slotdeel Remergence
bijvoorbeeld komen allerlei fragmenten uit het nummer op een wat
kakofonische manier voorbij. De akkoordwendingen zijn er zo knap, hier is
geschoold vakmanschap aan te pas gekomen. De Suite
eindigt trouwens even kolossaal als dat hij begon. Het lange nummer ligt nogal zwaar op de maag en dan bedoel ik met ‘zwaar’ niet heavy of druk, maar omdat de muziek zo bombastisch klinkt is er sprake van een bijna 24 minuten durende luistersessie die een hoop energie van de luisteraar vergt. Mede hierdoor is de b-kant een stuk lichtvoetiger en niet complex gehouden. Akoestische gitaar en vleugel spelen er een grote rol en behalve de prachtige lapsteel gitaar van Gilmour in het door Waters gezongen en getokkelde If, komt de elektrische zessnaar pas weer uit de koffer voor een solo halverwege Fat Old Sun, het derde nummer van de b-kant. Dit door Gilmour geschreven nummer groeide rap uit tot een enorme live-favoriet. Het is vooral die solo, welke voortkomt uit enkele riffs, die de kalveren daadwerkelijk op het ijs laat dansen. Het is buitengewoon hoe de mannen Floyd met relatief eenvoudige muziekpatronen zo’n enorme sfeer weten te creëren. Geef ze een paar akkoorden, laat ze ermee pingelen en je krijgt prachtnummers als If en het melancholieke Fat Old Sun. Summer ’68 is er ook zo een. De blazers uit de Suite maken er weer hun opwachting. Vrolijk trompettert de trompet door dit Beach Boys-achtige nummer en het is duidelijk dat assistent geluidstechnicus Alan Parsons een prima voorbeeld heeft gehad. Dit nummer zorgt met z’n geblaas min of meer voor een link tussen beide plaatkanten, waardoor “Atom Heart Mother” toch als geheel overkomt, ook op cd. Ondanks die zwart-witte grazer op de voorkant. Dick van der Heijde |
|
|