|
Jaar:
1971
Tracklist:
Band: Info: Discografie: |
Pink Floyd - Meddle Een
nummer is nooit zomaar een nummer en zeker niet in de prog dat nogal een
albumgericht genre is. Ik doel hier niet zozeer op het fenomeen
conceptalbum, maar meer op de samenhang van een plaat, op de posities van
de nummers. Dient een nummer als opener of is het een afsluiter?
Moet het wat variatie op het album aanbrengen of moet het juist de
algehele stijl van de band wat meer duiden? Is het bedoeld als rustpuntje,
als 'leven in de brouwerij schopper' of bijvoorbeeld als
showcase voor de muzikanten? Er
is altijd wel sprake van een bepaalde mate van coherentie omdat de nummers
hoe dan ook invloed op elkaar uitoefenen. Wat dat betreft is de op 5
november 1971 uitgebrachte Pink Floyd klassieker "Meddle" een
mooie prooi voor een nadere analyse.
Het
zes nummers tellende album is geconstrueerd volgens de zogeheten sandwich-methode,
hetgeen hier wil zeggen dat het eerste en het laatste nummer helemaal top
zijn en dat de mindere nummers er tussenin staan. Bij deze methode komt
het er op neer dat het negatieve minder negatief overkomt als het wordt
omringd door iets positiefs. Zo simpel is dat en zo is dat ook met
"Meddle". Het jazzy San
Tropez en de blues van Seamus
zijn feitelijk minder dan dat ze zijn, maar de nummers doen nu dienst als
grappige opwachtertjes voor het echte werk, het 23 minuten durende Echoes.
Tevens geven ze wat frisheid af aan het album. Zo bevat het door Roger
Waters geschreven en gezongen San
Tropez naast sprankelend pianospel van Richard Wright, een luchtig
shuffleritme en frivole gitaar van Waters zelf. Seamus
wordt gekenmerkt door de zang van... een hond. Neem dit vooral niet te
serieus. Die paar minuten kunnen wel door de beugel als je beseft dat dit
als afsluiter van de A-kant diende. Beide nummers geven toch wat welkome
openheid aan het hier en daar wat ongrijpbare geheel. De opmerkelijke hoes
(wederom een Hipgnosis-creatie) symboliseert dit eigenzinnige geheel met
z’n soms beklemmende, haast claustrofobische sferen middels een oor dat
onder water ligt. De totstandkoming van het album heeft nogal wat voeten in de aarde gehad. Aanvankelijk werd de Abbey Road studio weer gekozen voor de experimenteerdriften van de vier, maar het beperkte aantal sporen aldaar deed de heren uitwijken naar de Air- en de Morgan-studio. Hier hadden de Floydmannen maar liefst zestien sporen tot hun beschikking. Zodoende kon er naar hartelust geëxperimenteerd worden. Toch is “Meddle” absoluut geen fröbelplaat geworden en dat komt puur omdat Pink Floyd de experimenten in dienst hield van de muziek. De
drang anders te zijn dan anderen heeft van "Meddle" geenszins
een onbenaderbare plaat gemaakt. Integendeel zelfs. De eerste basaanslagen
van One Of These Days werken
zeer uitnodigend. Ze leiden een tijdloos nummer in dat bol staat van de
suggestie die dwingt tot luisteren. One Of These Days is zowel een intrigerende opener als een
spraakmakend nummer. Diverse baspartijen zwemmen er rond in een bak vol psychedelische geluiden. De bas, die ter experiment zijn klanken door een echoapparaat zag worden gehaald, wordt er eerst bespeeld door David Gilmour en later door Roger Waters. Niet dat dit veel uitmaakt, het effect is groots. Heerlijk ronken de orgelakkoorden, heerlijk sliert de bottleneck over de snaren. Stoïcijns stoot de synthesizer zijn loopje uit. Pink
Floyd is bekend komen te staan vanwege z’n vele gebruik van
omgevingsgeluiden. Ook “Meddle” heeft daaraan z’n steentje
bijgedragen. Een zeer memorabele sfeerwisseling vindt plaats aan het einde
van het popnummer Fearless. Dit overigens vrij middelmatige stuk krijgt een raar
vervolg met een buitenopname van het FC Liverpool publiek dat luidkeels
hun lijflied “You’ll Never Walk Alone” zingt. Het is toch wel vreemd
om anno nu de tv aan te zetten voor een avondje Champions League voetbal
om dan dat lijflied van Liverpool weer te horen. “Meddle”
kan samen met “Atom Heart Mother” beschouwd worden als voorloper op de
grote Floyd albums zoals ”The Dark Side Of The Moon” etc. In feite mag
“Meddle” gelden als het ‘eerste’ Floyd-album met de scheppende
kracht van Gilmour. Zijn aandeel in Echoes is zo prachtig en zo groot, een voorbode van wat komen gaat.
De epic is onevenaarbaar in sfeer met monumentaal
gitaarspel en angstaanjagende diepgang. Echoes
heeft zoveel uitstraling dat het de A-kant onbewust
meetrekt in de ”Meddle"-roes. De
diepzeepeilingen aan het begin weten de luisteraar die zelfs maar
enigszins ontvankelijk hoeft te zijn voor de progressieve psychedelica van
Pink Floyd, onverbiddelijk te hypnotiseren, daar hoef je echt niet stoned
voor te zijn. Een experiment waarbij een vleugel via een Lesliebox zijn
klanken de rumte inslingert, dient er als basis voor de tot de verbeelding
sprekende tekst. Als de dromerige zang van Gilmour en Wright je nog niet
van de wereld heeft geblazen doet waarschijnlijk dat zinderend stuk
ritmiek met Waters en Mason dat wel. Het geklooi met omgevingsgeluiden
kent halverwege het nummer een zeer discutabel moment als de walvissen
gaan mekkeren. Sommigen vinden dat langdradig en niet om aan te horen,
anderen vinden het geweldig. Wat volgt is een vooral zinderend stuk dat
zijn ontlading kent in een blok berustende zang. Als de piano aan het eind
wegebt heerst er een voldaan gevoel. “Meddle" heeft ondanks zijn grote variatie een sterke coherentie. Met name op cd heeft het album de juiste zeggingskracht qua context. One Of These Days en Echoes verdienen echter alle eer. Al decennia lang blijkt het: “Meddle" is er een wereldplaat door. Dick van der Heijde |
|
|