|
Jaar: 2007
Tracklist: Band:
www.poorgeneticmaterial.de MySpace: n.v.t. Discografie: |
Poor Genetic Material - Paradise Out Of Time De
meeste bands krijgen ooit de neiging tijdelijk iets anders te willen doen
dan dat gebruikelijk is. Verandering van spijs doet immers eten. Sommigen
vatten hun verrichtingen in een nieuw nummer of iets dergelijks, anderen
houden hun geëxperimenteer wijselijk binnenshuis en weer anderen brengen
er een plaatje van uit. “Paradise Out Of Time”, de vijfde cd van het
uit Duitsland afkomstige Poor Genetic Material (PGM) is zo’n
tussendoortje. Dit kortdurende album laat in negen nummers de meer
compacte kant van de band horen. Het
materiaal is toegankelijker en minder complex dan wat de band doorgaans
fabriceert. PGM, dat bekend staat om haar weinig verheffende neo-prog
cd’s, slaagt er met "Paradise Out Of Time" wel in een aardig
product af te leveren. Het is goed om te weten dat dit album niet als
nieuw muzikaal vertrekpunt dient ter afsluiting van hun voorgaande tijd,
waarin gedurende zes jaar een viertal cd’s tellend concept werd
uitgewerkt: zomer, herfst, winter en lente. In het begeleidende schrijven
van dit album zegt de band dan ook al bezig te zijn met een conceptmatige
dubbel-cd. "Paradise Out Of Time" is dus echt een tussendoortje.
Gelukkig maar want één albumpje van deze makelij is eigenlijk meer dan
genoeg. Het had dan ook niet verkeerd uitgepakt als dit slechts een
mini-cd zou zijn geweest. Met liefde wijs ik zo een paar nummers aan die
ik de schrapmes-methode had willen geven. Zo
opent het album uitermate simpel met New Phase waar het slagje van
de gitaar me teveel aan Denise
van Blondie doet denken, een associatie die hier overigens als een
belediging mag worden aangemerkt. Ook het rockende The Key en de
ballade Paradise klinken alsof ze gecomponeerd zijn door de band
van de buurjongen. Dit is muziek volgens het grote leerboek ‘hoe schrijf
ik een popsong?’. Maar
dan……..met het vierde nummer, Out Of Time, keert het tij. Na
een wat duf instrumentaal begin spat de boel op een verkwikkende wijze
open en lijken alle voorgaande nummers betekenis te krijgen. Eigenlijk is
eerder genoemde ballade
Paradise met z’n sfeervolle vioolspel best een fraai moppie.
Natuurlijk, PGM bestaat uit een stel bekwame en ervaren muzikanten die
zich met Phil Griffiths al jaren in het gezelschap weten van een
uitstekende zanger. Dat
het opnameproces een spontane aangelegenheid was, is duidelijk hoorbaar
aan het losse drumwerk, de uitbundige zang, de alom aanwezige
orgelakkoorden en het begeesterde gitaarspel. Deze heerlijke vibe wordt
gelukkig voortgezet in de daaropvolgende nummers. Uitbundige zang zei ik?
Luister even naar die Damian Wilson-achtige
manier waarop Griffiths in het enigszins gejaagde Citizin Cyclops
z’n zegje doet. De grandeur in zijn stem klinkt er fijn, zoals deze op
het gehele album al de perfecte pasvorm blijkt te hebben. Dat toetsenist
Philipp Jaehne zijn synthesizers voor deze plaat thuis heeft gelaten en
zich uitsluitend bedient van Hammondorgel en piano is de organiek van het
geluid ten goede gekomen, zeker als Oliver Berger zijn viool dan ook nog
laat snerpen. Daarnaast bevat de plaat een enkele fraaie gitaarmelodie
zoals in het zinderende Holy Ground
waar Stefan Glomb partij op partij stapelt. Het is spijtig te moeten
constateren dat Glomb zich zo vaak heeft ingelaten met een knullig soort
gitaarspel daar de smiecht dus veel beter kan. Het album eindigt lekker
melodieus met Starlightbound en My Other Life. In het korte Starlightbound
is het voor het leeuwendeel Canterbury
toetsenspel dat de klok slaat en in het gedreven My Other Life zijn
het de viool en de gitaar die de klepel doen slingeren. O ja, en het
meppen op de bekkens. Het
album eindigt nogal abrupt, zo ook deze recensie en dat past goed bij de
'tussendoor'-status van de plaat. Leuk om een paar keer te horen. Volgende
alstublieft... Dick van der
Heijde |
|
|