|
Jaar:
1981
Tracklist: Band:
www.rush.com Discografie: |
Rush - Moving Pictures Prachtig vind ik het als de symboliek van een hoes afdruipt. Wat dat betreft is de omslag van "Moving Pictures" uit 1981 dan ook geweldig. Niet alleen telt het museum op de afbeelding drie gewelven, ook worden er drie schilderijen naar binnen gebracht en dat staat symbool voor het steeds kleiner wordende hardrock aandeel in de muziek van Rush. "Moving Pictures" is het vierde en tevens laatste studioalbum van de tweede fase waarin het trio op dat moment verkeert, een fase die verder bestaat uit de albums "A Farewell To Kings", "Hemispheres", "Permant Waves" en de afsluitende live plaat "Exit…Stage Left", een fase waarin steeds meer ruimte is voor symfonische experimenten. Sommigen vinden zelfs dat "Moving Pictures" het laatste album is van de ‘echte’ Rush. Daar ben ik het niet zo mee eens. Wel vind ik "Moving Pictures" een dijk van een album dat nooit meer overtroffen is. Daarnaast is het een richtingaanwijzer hoe Rush in de jaren ‘80 zal gaan klinken. De nummers zijn korter, bondiger en songmatiger. Ze bevatten meer toetsen (heerlijke Oberheim-klanken) en er is een geslaagde integratie met stijlen als reggae en pop. Deze koerswijziging, waarbij ook de melodielijnen van de zang meer pakkend gebracht worden, wordt al enigszins ingezet op voorganger "Permant Waves". Het maakt "Moving Pictures" tot het perfecte overgangsalbum met het beste van beide werelden. Met Tom Sawyer opent de plaat ijzersterk. De eerste seconden vragen direct alle aandacht. Het nummer ontwikkelt zich met krachtige gitaarakkoorden en een aanstekelijke 7/8-ste riedel op de toetsen tot een dynamisch geheel. Af en toe gebruikt Geddy Lee z’n vermaarde hoge kopstem, waardoor de hardrockinvloeden van de band nog enigszins aan het licht komen. De gitaarsolo van Alex Lifeson is erg goed, maar het drumwerk erna is fenomenaal. Wat heeft die Neal Peart toch een energieke stijl! Elke keer als ik hem hoor stijgt mijn ontzag. Na deze opener kan de plaat eigenlijk al niet meer stuk en dat gaat hij ook niet. Het daaropvolgende Red Barchetta gaat erin als koek. De gitaar gaat richting Andy Summers van The Police met wie Rush overigens nog in 1979 op Pinkpop stond geprogrammeerd. Tevens doet dit nummer regelmatig denken aan de symfonische hardrock van bijvoorbeeld The Trees op "Hemispheres" vooral als Geddy Lee zijn kopstem weer gebruikt. De chemie bij Rush is altijd erg groot en lijkt op die van een eeneiige drieling. Met het instrumentale YYZ is het dan ook weer goed raak. In dit vrij korte nummer dat vernoemd is naar de code van het vliegveld in Toronto, gaan bas en gitaar hand in hand om elkaar pas los te laten voor enkele spetterende breaks. Neil Peart kan raken wat hij wil, de muziek blijft retestrak klinken. Tevens bevat deze ‘tour de force’ het mooiste stukje Rush aller tijden, want als de gitaarsolo afgelopen is, volgt een magistraal toetsenakkoord om Canadees kippenvel van te krijgen. De akkoordenreeks die volgt, is omgeven met een staande noot zodat je nog meer kippenvel krijgt. Een leuke wetenswaardigheid is dat het ritme aan het begin van het nummer de morsecode is van YYZ. Wat volgt is Limelight, een mid-tempo rocknummer met een geweldige melodie, een effectmatige gitaarsolo en een lekker eind waarmee destijds de A-kant van de lp werd afgesloten. Ik zeg dit omdat ik Rush een typische lp-groep vind, twintig minuten sterk op de ene kant en twintig op de andere. Met een overtuigende synthesizerintro gaat The Camera Eye, het vijfde nummer, of zo je wilt het eerste nummer van de B-kant, van start. De opbouw van dit elfminuten stuk is super, evenals de productie van het album door Terry Brown en Rush zelf. De galm op de gitaar en de zang heeft een ruimtelijk effect waardoor met name de vele gitaararpeggio’s sprankelend uit de boxen komen. De drums klinken, zoals altijd bij Rush, zeer naturel, wat de dynamiek uiteraard ten goede is gekomen. Het album vervolgt met het vrij donkere Witch Hunt. Opmerkelijk hier is de gastrol van hoesontwerper Hugh Syme op synthesizer. Vital Signs is het laatste nummer van het album. Hier is de vermenging met andere stijlen zoals pop en reggae het grootst. Alhoewel het nummer erg veel weg heeft van The Police is het toch onmiskenbaar Rush, Rush en nog eens Rush. Die doordringende stem aan het eind, die kan maar van één iemand zijn. "Moving Pictures" heeft het heilige vuur. De heren van het instituut hebben het elastiek uit hun sokken gespeeld en daardoor mijn onvoorwaardelijke sympathie gewonnen. Toen het album vers van de pers kwam werd ik een fan, een Rush-fan voor het leven, dus kom op. Dick van der Heijde |
|
|