|
Yes
- Tales From Topographic Oceans
Dawn of light lying between a silence and sold sources, chased amid
fusions of wonder, in moments hardly seen forgotten. Coloured in pastures
of chance dancing leaves cast spells of challenge, amused but real in
thought,we fled from the sea whole.
Dawn of thought transferred through moments of days undersearching earth.
Revealing corridors of time provoking memories, disjointed but with
purpose. Craving penetrations offer links with the self instructor's sharp
and tender love as we took to the air, a picture of distance.
Dawn of our power we amuse redescending as fast as misused expression, as
only to teach love as to reveal passion chasing late into corners, and we
danced from the ocean.
Dawn of love sent within us colours of awakening among the many won't to
follow, only tunes of a different age, as the links span our endless
caresses for the freedom of life everlasting.
Gaat er een golf van herkenning
door je heen, begin je al lustig mee te zingen en ken je deze tekst
praktisch uit je hoofd? Dan ben jij waarschijnlijk één uit kamp A
van de Yes-fans. Zij die "Tales From Topographic Oceans" op
handen dragen. Er is ook nog een kamp B van Yes-fans. Dat zijn zij die
vinden dat Yes te ver ging op deze dubbelaar-met-vier-plaatkantvullende
nummers. De waarheid, zoals normaal, ligt natuurlijk in het midden. Er
valt bijzonder veel te genieten op "Tales From Topographic Oceans".
En er valt ook heel veel kritiek te geven op de majestueuze dubbelaar.
Ben je klaar voor een reis langs deze topografische oceanen. Deze trip zal
lang worden en veel ‘o-ja’ ervaringen kennen. Misschien is de recensie
te lang. Maar dat is de plaat ook. Ik zal proberen net zoveel bij
de les te blijven dan Yes doet op dit monument. Niet dus ;)
Om bij het begin te beginnen (en dat ik tot kamp A behoor zal nu al geen
geheim zijn) was na het succes van met name de plaatkant-vullende epic Close
To The Edge, van het gelijknamige meesterwerk uit het jaar daarvoor,
de behoefte om zoiets raars te doen als het maken van een dubbelaar met
één track per kant uitgegroeid tot een obsessie. Het waren met name
Anderson en Howe die daarvoor verantwoordelijk waren. Squire en de
nieuweling White volgden als makke schapen en het was met name Wakeman die
in de jaren erna stevige kritiek zou uiten op het idee. Pas nog later zou
hij erkennen dat de muziek dan toch wel erg sterk was en dat zou
zijn hoogtepunt beleven op de uitstekende live-versie van The Revealing
Science Of God op "Keys To Ascension", de
deels-live-reünie-plaat uit 1996.
Losjes gebaseerd op Paramahansa Yogananda’s "Autobiography Of A
Yogi" is het tekstuele gedeelte een afwisseling van mooi bedoelde,
doch voor een normale sterveling onbegrijpelijke teksten over religie en
geloof, over leven en sterven, over de schoonheid van de schepping en over
de noodzaak tot herinnering. Het gegeven wordt uitgewerkt in vier
beeldschone tracks die ondanks, of dankzij (afhankelijk van welk kamp je
kiest) de lengte laat horen hoe Yes perfect een lang nummer tot één
geheel kan smeden. Alle vier nummers kennen een structuur die ongelooflijk
ingenieus is. Toegegeven, alle nummers hadden korter gekúnd. Maar dat was
niet de bedoeling. In dat opzicht moet ik bij dit werk vaak denken aan de
componist Anton Bruckner. Zijn symfonieën zijn ook allemaal veel
te lang, maar de structuur en de verlossing van de thema’s zijn van
hoogstaand niveau. Ze zijn te lang, maar ze hadden niet korter mógen
zijn. Wellicht is deze constatering zeer van toepassing op "Tales
From Topographic Oceans".
Vanaf het moment dat met bovenstaande tekst The Revealing Science Of
God over ons neerdaalt, weten we in elk geval dat we zijn beland in
Yes-land, waar Yes-regels gelden die nergens anders gelden, in een
Yes-wereld welhaast fraaier geschapen dan de oogstrelende Roger Dean-hoes.
Het is in dit nummer dat Anderson terecht durft de zingen ‘we must
have waited all over life for this moment’ en dat is handig
opgemerkt. Feitelijk draait de compositie rondom de handige dichtregels
waarmee de track begint en eindigt... en zitten we inderdaad intussen een
kwartier te wachten tot rond de 18 minuten het wérkelijke hoogtepunt
inluidt: de spetterende Mini-Moogsolo van Rick Wakeman. Het is één van
bruutste en meest ontladende toetsensolo’s die ik ooit hoorde en de
onbetwiste verlossing van een langzaam opgebouwde spanning. En het duurt
maar één minuut.
In The Remembering merkt Anderson fijntjes op dat ‘the song
might take you silently’ en dat klópt ook. Van de vier nummers komt
deze het moeizaamst op gang en het is niet voor niets dat in de toer, die
volgde op dit album, waarbij "Tales From Topographic Oceans"
eerst integraal werd gespeeld, juist deze track het eerst werd geschrapt.
Toch bevat het mooie passages, met name de eb- en vloedgeluiden,
nagebootst door Wakeman’s toetsenarsenaal. Voorts kent het nummer de ‘Relayer’-passage,
de titel van Yes’ navolgende plaat, zodoende de schijn opwekkend dat
hier allemaal over nagedacht is. Zeker Alan White is aardig op dreef
achter zijn drumkit, maar ik moet zeggen dat het melodische materiaal niet
boeiend genoeg is voor de volle twintig minuten van het nummer.
Desalniettemin revancheert The Remembering zich volledig in de
laatste vijf minuten. De manier waarop de verschillende thema’s
terugkeren, worden verwerkt tot een laatste hoogtepunt en als ook het eb-
en vloedgeluid weer mag terugkeren in zijn nog vollere glorie, is het hier
werkelijk grote klasse. Surely surely.
The Acient is eigenlijk geen epos, maar eerder een lange, min of
meer instrumentale exercitie, waarop een soort van ballad volgt. In dát
opzicht heeft Jon Anderson gelijk als ie zingt ‘is the movement
really light’. Toch is dit nummer het meest ontoegankelijke en
progressieve van het viertal en het ademt het een sterk Oosterse sfeer.
Anderson proclameert losse woorden uit Yogananda’s (waarschijnlijk door
geen enkele Yes-fan gelezen) boek (in tegenstelling, denk ik, tot
"The Snow Goose" van Paul Gallico, er komt bij elke progfan een
dag dat hij naar de bieb loopt daarvoor) in het eerste, heftige gedeelte.
Dat gedeelte wordt voornamelijk gedomineerd door verbluffende ritmes, die
als het ware een labyrint vormen, of zijn als de Grotten van Han, waarin
Steve Howe’s gitaar als een vleermuis gevangen zit tussen twee
drumslagen. Hoe mooi is dan ook het einde, als een korte reprise van
enkele thema’s van het begin de gitaar uiteindelijk wél laat
wegvliegen. Fly, Steve, Fly.
Ritual is jarenlang de favoriete compositie geweest van dit
geplaagde meesterwerk. Terecht, want ondanks de opmars en waardering
achteraf van met name The Revealing Science Of God, is Ritual spannender,
beter gestructureerd en voorzien van mooiere melodieën. Ergens zou je het
kunnen zien als de zonnige tegenhanger van het epos op "Relayer"
van een jaar later, namelijk The Gates Of Delirium. We zijn de zon!
Ondanks alle strijd is er toch hoop! Dat schijnt Yes uit te zingen in dit
nummer. De strijd wordt perfect weergegeven in het verbluffende
instrumentale gedeelte halverwege, met daarin een verbluffende bassolo van
Chris Squire en een geweldige percussiesolo van (ik vermoed) de hele band.
Verandering, die vaak binnen de compositie plaatsvindt, is een deel van
het leven. Van ons, van iedereen, ook van Yes. En als we het moeilijk
hebben, zijn er vast naaste familieleden of vrienden in onze omgeving die
met ons meezingen. Om op precies de 11e minuut te eindigen met
de 11e keer ‘at all’ te zingen. Wonderlijk? Ach, dat is Yes.
Wat maakt het allemaal verder uit?
Yes’ "Tales From Topographic Oceans" is zonder enige twijfel
een klassieker. Het is een prachtplaat waar zoveel meer nog te ontdekken
valt. Ik heb slechts een glimp van de pracht in woorden weten uit te
drukken en ik meen Yes-fans te hebben kunnen trakteren op menige glimlach
bij sommige conclusies en zinnen. Voor zij die de plaat niet kennen –
wellicht afgeschrokken van iets té negatieve recensies – ga het
beluisteren! Lees deze recensie alsjeblieft daarna, wellicht jaren later,
nog eens. Kijk, oude Yes-fans voelen wel aan wat ik bedoel. Tenminste, dat
zeggen ze.
Markwin Meeuws
terug naar progarchief
progwereld.org
|