Ben jij een van de 75 prijswinnaars van onze crowdfunding actie? Check het hier!

Big Big Train – The Underfall Yard

Big Big Train - The Underfall Yard

In 2007 veroorzaakte het uit Bournemouth, Engeland afkomstige Big Big Train een ware sensatie onder connaisseurs van goede symfonische rock met hun album “The Difference Machine”. Degenen die de moeite namen het album te beluisteren, zetten de plaat steevast op nummer 1 in hun persoonlijke top vijf voor de Wereldse Tien. Het duurde even voordat de luisteraars (inclusief ondergetekende) wenden aan de gelaagdheid van de muziek, maar hun wachten en doorzettingsvermogen werden ruimschoots beloond. “The Difference Machine” is nog steeds één van de fraaiste platen van 2007 en kan zoals bijvoorbeeld “Night” van Gazpacho, moeiteloos in het rijtje klassiekers van de eenentwintigste eeuw worden geplaatst.

Wat – buiten de prachtige muziek -“The Difference Machine” ook kenmerkte, was het gebruik van de helft van Spock’s Beard. Drummer Nick D’Virgilio en bassist Dave Meros sloegen en plukten zo’n beetje het halve album vol, en daarnaast was een groot aantal gastmuzikanten te bewonderen. Drummer Steve Hughes was ‘not amused’ en pakte zijn biezen en nam in zijn kielzog zanger Sean Filkins mee. Dientengevolge is Big Big Train met het nieuwe album “The Underfall Yard” verworden tot een project van ‘regisseur’ en voornaamste songschrijver Gregory Spawton en zijn side-kick bassist Andy Poole, die opnieuw op deze plaat tekent voor de productie.

David Longdon is de nieuwe zanger, en hoewel zijn stem niet veel verschilt van die van Filkins, is hij wel een veel betere zanger. Dat doet de band goed, want het beperkte stembereik van Filkins was één van de weinige kritiekpunten van “The Difference Machine”. Dat zorgt ervoor dat “The Underfall Yard” nog meer de grens van perfectie bereikt. Net zoals op “The Difference Machine” is de productie om door een ringetje te halen. De plaat klinkt zowel fris en opgeruimd, als warm en knus.

Toch kan ik niet gemakkelijk zeggen dat ik “The Underfall Yard” beter vind dan “The Difference Machine”. Hij is gemakkelijk net zo goed, en de vergelijking met Gazpacho gaat andermaal op. Ook deze Noorse band bracht hetzelfde jaar het meesterwerk “Tick Tock” uit, dat eveneens net zo goed is als het onvolprezen “Night”, dat we niet genoeg kunnen noemen op deze site. Het is fijn dat er binnen de symfonische rock zulke bands bestaan; ze brengen keer op keer klassiekers uit, platen vol prachtige muziek.

“The Underfall Yard” is wat lastiger te doorgronden dan zijn illustere voorganger. Dat ligt vooral aan de openingstracks, die gelijk de minste zijn van de plaat. Evening Star zet weliswaar de warme toon van plaat, ik zal het nummer vaker gaan overslaan. Ook het zichzelf te vaak herhalende Master James Of St. George had aanmerkelijk ingekort mogen worden van mij. Echter, daarna is het schoonheid troef, en wordt de plaat haast per nummer beter.

Grote nieuwe troef, naast Longdon als sterkere zanger, zijn de blaasarrangementen, vooral merkbaar aan het einde van het geweldige Victorian Brickwork. Het geeft de sound van Big Big Train haast een Isildurs Bane-achtig sfeertje, en dat is, voor degenen die deze Zweedse formatie kennen, een groot compliment. Het maakt ook dat het geluid van Big Big Train een landelijk karakter krijgt, waar “Gathering Speed” luchtig was, en “The Difference Machine” een wervelwind bleek. Het zou me daarom niets verbazen als de volgende plaat heel vurig van karakter zal worden.

Wat verder opvalt aan “The Underfall Yard” is dat alle gastmuzikanten, hoezeer ze ook soleren, uitblinken of anderszins excellent musiceren, een integraal deel zijn van de muziek van Big Big Train. Alles staat in het teken van de compositie zelf, met al zijn sferen, thema’s en melodische kracht. Zelfs de normaal niet bepaald bescheiden overkomende D’Virgilio schikt zich keurig, hoewel hij aan het einde van Last Train een driftig staaltje van zijn kunnen laat horen. Ik kan niet wachten op de nieuwe Spock’s Beard, en ik hoop van ganser harte dat Spawton en Poole daarbij ietwat betrokken mogen worden.

Toch is dit ook een plaat van de heerlijke details. De smakelijke gitaarsolo’s van Dave Gregory. De prachtige fluitsolo in Winchester Diver. De schitterende cello van Jon Foyle overal doorheen. De geweldige toetsensolo’s van Jem Godfrey in het lange titelnummer. Over dat titelnummer gesproken: die is in z’n geheel (zo’n 23 slordige minuten) op de site te beluisteren. En Victorian Brickwork (ook ruim 12 minuten) op hun MySpace. De heren uit Bournemouth zijn bepaald niet gierig te noemen!

Ik kan niet anders afsluiten dan met dezelfde (min of meer) alinea die Maarten voor “Tick Tock” gebruikte:

Big Big Train heeft het onmogelijke waar gemaakt. Ze hebben een album afgeleverd dat net zo goed is als “The Difference Machine”. Welke band levert tegenwoordig nog twee meesterwerken na elkaar? Big Big Train dwingt met dit album heel veel respect af. Dit is prog van het hoogste niveau. Het is al december, maar ik kan me werkelijk niet voorstellen dat er het afgelopen jaar een beter album uitkwam dan dit album.

Markwin Meeuws

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies