Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Charlie Cawood – Blurring Into Motion

Charlie Cawood - Blurring Into Motion

Charlie Cawood is een multi-instrumentalist uit London die bij de meeste liefhebbers van ons genre waarschijnlijk bekend is als bassist van Knifeworld. Daarnaast dook hij vorig jaar op als gitarist op het fraaie debuutalbum van Tonochrome.

Deze man heeft echter beduidend meer op zijn muzikale kerfstok. Als jonge twintiger speelde hij tijdens zijn studie aan het London Centre of Contemporay Music al gitaar en basgitaar in Achilla, een Gothic progressive metal band waarin ene Diego Tejeida (tegenwoordig Haken) de toetsen beroerde.

Met zijn uitgebreide kennis en beheersing van diverse gitaren, sitar, citer, cuatro, draailier (hurdy-gurdy), keltische harp en ga zo maar door beweegt hij zich ook in de wereld van de klassieke muziek en de wereldmuziek. Zo heeft hij meegewerkt aan de Britse première van Philip Glass’ kameropera “Sound Of A Voice” en is hij multi-instrumentalist en mede-arrangeur voor de Mediaeval Baebes. Dit is een Brits vocaal collectief, bestaande uit louter vrouwen, dat het Britse Middeleeuws vocale repertoire in ere houdt.

Als solo-artiest deed hij voor het eerst in 2017 van zich spreken met het solo-album “The Divine Abstract”. Dit album is vooral gevuld met veel wereldmuziek, aangevuld met strijkers en houtblazers.

Op dit tweede solo-album “Blurring Into Motion”, beweegt hij meer richting de klassieke muziek. Met een bezetting van gitaren, piano, houtblazers, strijkers en af en toe een koperblazer lijken we te maken te hebben met een heus kamerorkest. Twee nummers, Fallling Into Blue en Flicker Out Of Being, worden opgefleurd met de hemelse stem van Marjana Semkina van Iamthemorning, die uitstekend past in deze kamermuzieksetting en ook zelf de teksten schreef.

In veel nummers wordt de basis gevormd door gitaar, piano, harp, bas en soms percussie. Daaroverheen worden breed uitwaaierende melodieën gespeeld door fluit, viool, cello, soms afwisselend, soms als een soort vlechtwerk gezamenlijk. Dit geheel leidt tot een impressionistische sfeer die vaak aan de Franse componisten Ravel of Debussy doet denken.

Cawood stelt in zijn toelichting dat hij dit album in ruim drie maanden heeft opgenomen tijdens een zeer intense periode waarin manisch creatieve toppen afgewisseld werden met de meest depressieve dieptepunten. Deze contrasterende gemoedsstemmingen hoor je in de muziek bijna niet terug. Tijdens de beluistering betrapte ik mezelf gaandeweg het album meerdere malen op een bepaalde luistermoeheid. De opbouw is vaak hetzelfde en het frequente gebruik van fluit, viool en cello leiden tot een eenduidig klankbeeld.

Luister je echter via een (goede) hoofdtelefoon, dan word je meteen in de muziek gezogen. Dan blijkt dat Cawood een uitstekend instrumentator is die het ene fluitmelodietje subtiel laat vergezellen door een hoorn en het andere vioolmelodietje een prachtig tegenwicht geeft aan de althobo. Ook de synthesizers worden zeer summier ingezet. Deze ‘kleine’ aanvullingen resulteren uiteindelijk in een veel gevarieerder klankbeeld. Wat ook opvalt is dat de intensiteit in het spel van de strijkers en blazers veel meer tot zijn recht komt via de hoofdtelefoon, evenals de summiere percussie die de muziek iets meer puls geeft.

Het moge duidelijk zijn dat de progliefhebber die houdt van scheurende gitaren, wervelende toetsen en tegendraadse ritmes dit album beter links kan laten liggen. Sta je echter ook open voor een meer ingehouden en akoestische kwaliteitsmuziek en beschik je over een goede hoofdtelefoon, dan kan ik dit album zeker aanraden.

Math Lemmen

Progwereld | Recensies