Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Chimera – Gestolen Lente

hoes+gestolen+lente

Voor het ontstaan van Chimera gaan we terug naar 1974 als het setje Marry en Bas Verkade de mensheid wil verblijden met hun dan nog Engelstalige folkliedjes. In de loop der jaren groeit dit duo uit tot een ware zesmansformatie die vooral beroemd en berucht is in Rotterdam en de rest van de wereld. Begin jaren tachtig verschijnen er twee lp’s van het gezelschap, “Des Duivels Oorkussen” en “Obstakel”, platen die de band een bijzonder aanzien geven binnen de folkscene. Het zijn de avontuurlijke benadering van het genre en de sfeervolle inkleuring van de composities die behoorlijk gewaardeerd worden, waarbij vooral de controversiële zang van Marry opvalt, ze zingt hoog, extreem articulerend en schrik niet: Nederlandstalig. In 1982 valt het doek voor Chimera en na een doorstart later nog een keer. In 2007 ziet de band opnieuw het levenslicht, dit maal met zoon Marijn op basgitaar. In eigen beheer is daar het album “Uitgevlogen” (2010) en het is in november 2016 als het hier besproken “Gestolen Lente” verschijnt. Naast de drie Verkade’s kent het album enkele oud-Chimeraleden die te gast zijn. Aan toewijding geen gebrek dus. Zo en dan kunnen we nu het rugzakje laten voor wat het is en overgaan naar wat “Gestolen Lente” ons daadwerkelijk te bieden heeft.

Op “Gestolen Lente” is de folk beduidend minder expliciet neergezet dan op de albums van weleer  en dat is iets waar de fans van vroeger even van zullen moeten slikken. Als `nieuwkomer` ervaar ik de sfeervolle benadering van het nieuwe album als een verbetering; ik heb niet zo veel met de bijna cabareteske muziek van voorheen. In dat kader verbaast het mij een beetje dat hier nagenoeg dezelfde soort instrumenten zijn gebruikt. We horen wederom bouzouki, mandoline en dulcimer naast standaardinstrumenten als gitaar, toetsen, basgitaar en drums maar ook de blokfluit, de viool en het Indisch orgel zijn weer van de partij. Dat laatste is trouwens een soort harmonium dat een blaasbalg heeft die je met de hand bedient, een instrument met een klank die lijkt op die van een accordeon.

De negen nummers hebben alle een basis van akoestische gitaar met daaromheen fraai fretloos basspel. In een nummer als Illusie leidt dat zelfs tot enige Genesis-vergelijking en verderop in het album heerst af en toe naar mijn mening eenzelfde broeierigheid als op “Rajaz” van Camel (maar dan wel zonder het melodieuze gitaarspel van Andy Latimer). De invullingen van Kees Mook op viool zijn hoogtepuntjes op het album zoals bijvoorbeeld in het nummer Alleen. Er gebeuren best aardige dingen op de plaat. Neem wat dat betreft het stuwende ritme van het instrumentaaltje De Stoomwals of de blokfluit in De Wens. Ook de intro van opener De Idiolist klinkt niet verkeerd maar daarna gaat het toch mis. Voor velen zal de passage die volgt de eerste kennismaking zijn met de stem van Marry Verkade en ik vind het als progfan niet slim om deze te laten plaatsvinden tijdens een potje reggae. Hierdoor legt ze haar kredietwaardigheid in zo’n lage kom dat je haar liever niet dan wel hoort. Haar manier van zingen doet erg denken aan die van Maaike Ouboter (de winnares van ’de beste singer/songwriter van Nederland 2013’) maar dan beduidend minder goed. Daar waar Ouboter lief klinkt heeft Verkade iets onaangenaams, alsof ze boven haar macht zingt. Het schrijven van tot de verbeelding sprekende teksten gaat haar wat beter af. Verkade schrijft over gevoelens en de realiteit, teksten die gaan over geld, het verlies van een dierbare, eenzaamheid, kinderen in het nieuws en zelfs over een transgender van vijf jaar oud.

Een voorbeeld:

Illusie

Toen ik het briefje vallen zag

Was het al later op de dag

’t kwam uit de lucht en landde voor mijn voeten

Ik las het briefje, kreeg het koud

Want het handschrift bleek vertrouwd

Maar de schrijver was niet meer in leven.

Er stond: “ik ben nu wel gewend

Het is hier vreemd en toch bekend

Ik vind het fijn in het hiernamaals, groetjes.”

En och, het klinkt een beetje raar,

Toen viel het briefje uit elkaar

En het verdween, een kleine wolk van stofjes.

In combinatie met haar woorden en zinnen valt het allemaal nogal mee op de plaat. Het is mij in elk geval gelukt een keer of vijftien naar het album te luisteren. Momenteel heb ik het schijfje genoeg gehoord en ben ik blij dat ik een punt achter deze recensie kan zetten.

Dick v/d Heijde

Progwereld | Recensies