Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Devin Townsend Project – Deconstruction

Devin Townsend Project – Deconstruction

In interviews had Devin Townsend beloofd dat “Deconstruction”, het derde deel uit het Devin Townsend Project-vierluik, het hardste album zou worden dat hij ooit heeft gemaakt. Mensen die bekend zijn met het werk van Strapping Young Lad, Townsends inmiddels ter ziele gegane extreme-metalband, weten dat die kwalificatie wel moet betekenen dat “Deconstruction” ongekend ruig is. Echter, hoewel het album bij vlagen zo ontleend zou kunnen zijn aan de discografie van Disaster Area, de “loudest band in the universe” in Douglas Adams’ “The Hitchhiker’s Guide to the Galaxy”, is “Deconstruction” geenszins een rechttoe-rechtaan stampplaat. Integendeel, het album wordt gekenmerkt door een rijke gevarieerdheid, daar Townsend op zijn typische wijze laveert tussen genres en extremen.

Voor “Deconstruction” heeft Townsend uitgepakt als nooit tevoren: niet alleen wordt hij bijgestaan door een groot aantal befaamde gasten uit de metaalindustrie, maar ook heeft hij de hulp ingeroepen van een voltallig orkest en een groot koor. Mede hierdoor is het geluid op “Deconstruction” veelal nog voller dan op oudere Townsend-platen als “Ziltoid The Omniscient” en “Accelerated Evolution”. Dit gaat echter niet ten koste van de dynamiek, zoals meteen blijkt uit de fraaie opener Praise the Lowered, dat ingehouden begint maar net als de composities op “Ki” langzaam steeds verder lijkt te ontsporen. Het tweede nummer, Stand, werkt op vergelijkbare wijze: na een ingetogen start, met steeds iets rauwer wordende zang van Townsend, transformeert het nummer naadloos naar harde metal met fenomenale grunts van Opeth-zanger Mikael Åkerfeldt. Met nummers als deze toont Townsend eens te meer dat hij bijzonder spannende composities kan maken.

Tevens toont “Deconstruction” ook aan dat Townsend op detailniveau de metal meester is. Het album kent een aantal fenomenale riffs, zoals aan het begin van Planet of the Apes of het einde van Praise the Lowered, en ook een aantal schitterende zanglijnen, zoals aan het einde van Deconstruction. Hierbij zijn vaak verwijzingen verwerkt naar Townsends eerdere werk: zo bevat Stand muzikale frasen uit Vampira van “Synchestra”, en duikt in The Mighty Masturbator Ziltoid the Omniscient op. Feitelijk is “Deconstruction” een samenvatting van al Townsends vroegere werk, en als zodanig kan het gezien worden als cathartisch: door al zijn oudere werken nogmaals de revue te laten passeren op een over-the-top album probeert Townsend zijn verleden uit zijn systeem te krijgen om dan weer met blanke lei verder te kunnen musiceren.

Helaas is het album niet op alle fronten even overtuigend. Hoewel de muziek nergens middelmatig te noemen is, wil Townsend soms teveel tegelijk. Dit is met name het geval in het lange “The Mighty Masturbator”, dat weliswaar bijzonder komisch is, maar te weinig samenhangend. Hoewel de individuele delen goed tot briljant zijn met name het dancemetalstuk in het midden, met gastscreams van Greg Puciato van The Dillinger Escape Plan, is fenomenaal ”“ is het onderlinge verband niet overal even duidelijk, waardoor het nummer soms dreigt in te storten onder zijn eigen gewicht.

Hierbij moet echter wel de kanttekening geplaatst worden dat een dergelijk effect wel in de blauwdruk van het album opgenomen is: “Deconstruction” is bedoeld als een album dat in de eerste plaats moet overrompelen. Het moet allemaal net te veel, te groots en te hard zijn, om zo een bepaalde luisterervaring te creëren. Dat Townsend deze intentie heeft blijkt eveneens uit de humoristische wijze waarop hij zijn eigen werk ondermijnt. Zo is er de conclusie van The Mighty Masturbator, dat eindigt met een door voltallig koor gezongen “Amen”, alsof het hier een achttiende-eeuws oratorium van Händel of Haydn betreft. In Deconstruction laat hij datzelfde koor in hemelse tonen een reclamejingle van een hamburgerketen zingen ”“ om vervolgens zelf in een vreemd stemmetje te verkondigen dat hij helemaal geen burgers eet daar hij vegetariër is. Zo moet dit album een sonische weergave van krankzinnigheid zijn. Het grappigste stuk zit trouwens in The Mighty Masturbator, waar een karakter de volgende mededeling doet met op de achtergrond een honkytonk-gitaartje: “You don’t even know. Oh, I’m real good at that savin’ the world thing there. Oh yeah. Oh yeah. No, I’m ready, I got my special savin’ the world boots on…” (Als je het hoort is het leuker.)

Echter, de intentie maakt nog niet het effect, en bij vlagen komt de plaat niet optimaal uit de verf. Toch valt te concluderen dat Townsend met “Deconstruction” wederom een bijzonder fraai album heeft uitgebracht. Af en toe lijdt het album onder zijn eigen ambitie, maar de muzikale waanzin die Townsend met dit album over de luisteraar uitstort is doorgaans volledig overtuigend. De gastmuzikanten hebben stuk voor stuk indrukwekkende bijdragen geleverd, en op zijn best is de muziek geniaal te noemen. Hoewel het over de gehele linie minder indrukwekkend is dan “Ki” uiteindelijk toch het beste album uit de Devin Townsend Project-tetralogie ”“ is “Deconstruction” niets minder dan wat we van Townsend kunnen verwachten ”“ en dat zou voldoende moeten zeggen.

Christopher Cusack
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies