Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Dream Theater – Six Degrees Of Inner Turbulence

Dream Theater - Six Degrees Of Inner Turbulence

Dream Theater is een band die door velen geliefd, maar evenzogoed verguisd wordt. Feit is dat deze band met hun tweede album, “Images And Words” uit 1992, hun positie aan de absolute top van de progressieve metal weet te verwerven om deze vervolgens te behouden door op consequente basis sterke albums af te leveren en hiermee, hoe dan ook, de criticasters te verbazen. Telkens weer weet Dream Theater te verrassen en ondanks de toenemende kritieken aan hun adres staat de band nog steeds zijn mannetje.

In 2002 ziet de zesde studioplaat het levenslicht. Voor het eerst brengt Dream Theater hiermee een dubbelalbum uit, waarbij cd 2 een enkel epic bevat en cd 1 een vijftal zeer verschillende nummers. De zes nummers delen een thema, namelijk dat van geestelijke onrust. De heren van de band voelden zich geroepen een plaat te maken over de thematiek van krankzinnigheid met als bekroning van de uitwerking van deze thema’s het 42-minuut durende titelnummer, dat het verhaal van verschillende geestelijk labiele mensen vertelt.

Wat het eerste opvalt als de luisteraar cd 1 opzet is de enorme variëteit die Dream Theater hier tentoonstelt. Al spelende hopt men van harde metalnummers naar alternatieve rocknummers zonder daarbij de karakteristieke stijl en het kenmerkende geluid van de band uit het oog te verliezen. Nog steeds zijn de nummers gelardeerd met gitaargeweld, toetsenbombast en talloze tempowisselingen waarvan de luisteraar de knopen in de gehoorgang worden gelegd door de band wanneer de leden met schijnbaar gemak de noten in hoog tempo uit hun instrumenten persen, terwijl tussendoor James LaBrie zijn coupletjes afjodelt. Dit gebrek aan consistentie is enerzijds een sterk punt van de plaat, terwijl het anderzijds afbreuk doet aan het geheel. Wanneer wij namelijk onze blik richten op de oudere albums van Dream Theater, valt op dat elk album een consistent geheel is, met de daarbij behorende stijlkenmerken, waarbij geen enkel nummer afdoet aan de integriteit van het album. Zo is de voorganger van “Six Degrees Of Inner Turbulence”, “Metropolis Pt. 2: Scenes From A Memory” een welhaast symfonische metalplaat, waarbij nieuwkomer Jordan Rudess meteen het geluid een flinke verandering heeft doen doormaken. De plaat daarvoor, “Falling Into Infinity”, is juist weer een ontzettend toegankelijke plaat waarop Dream Theater meer de rockkant aanspreekt dan de metalkant. Aantrekkelijk aan deze plaat is dat het toont waartoe Dream Theater in staat is: de band kan net zo goed hoogwaardige progressieve thrashmetal (The Glass Prison) als alternatieve rock (Disappear) maken en de afzonderlijke nummers bieden basis voor uitwerking op latere albums, zoals we zien op de opvolger “Train Of Thought”, dat in essentie muzikaal en tot op zekere hoogte tekstueel een vervolg is op The Glass Prison.

Cd 1 begint met het stevige metalnummer The Glass Prison, dat vooral een festijn is voor de mensen die kwijlen bij de vingervlugheid van John Petrucci of euforisch worden van het dubbele-bassdrumwerk van drummonster Mike Portnoy. De gitaarriffs zijn zwaar en dreigend en onderwijl vinden we LaBrie zingend, schreeuwend en bij tijd en wijle zelfs bijna gruntend, klinkend als het vocale kind van Jon Anderson en James Hetfield. De tekst van dit nummer gaat over de alcoholverslaving van Mike Portnoy, een concept dat nog een vervolg zal krijgen op “Train Of Thought” (This Dying Soul) en “Octavarium” (The Root Of All Evil). Referenties die bij dit nummer opkomen zijn er niet veel: vooral Metallica is een naam die opkomt.

Vanuit het brute, donderende geweld van The Glass Prison worden we aan de hand meegevoerd naar het volgende nummer, onze trommelvliezen nog resonerend van het drumgeweld. Blind Faith neemt ons mee terug naar de gloriedagen van “Images And Words” Gedacht moet worden hierbij aan met name Learning To Live en Under A Glass Moon. Vervolgens een nummer met de niet te misvatten titel Misunderstood, dat een wat meer psychedelische of alternatieve en rustiger kant toont van onze metaalmannen. Dit nummer evolueert van een fraai akoestische intro tot een wat ruiger middenstuk, waarna het nummer uitmondt in een typisch Dream Theater-esque instrumentaal stuk met een experimentele grondslag, in de vorm van spelletjes met samples en instrumentmisbruik. Het geluid van dit nummer roept de smaak op van bands als Muse maar dan met een zeer overheersende smaak van Dream Theater, een geluid dat nog altijd gekruid wordt door bands als Rush, Yes, Iron Maiden en Metallica. Hierbij een pluim voor LaBrie, die dit nummer met zijn zang de deprimerende klank geeft die het poogt te krijgen.

Terwijl wij trachten te bekomen van de sequence-uitgeleide krankzinnigheid van Misunderstood sleurt een loodzware baslijn van de langharige Japanner Myung ons mee in The Great Debate, dat de vraag opwerpt of genetische manipulatie toegestaan moet worden. In een Pink Floydiaanse stijl worden geluidsfragmenten toegevoegd aan het nummer, maar in plaats van honden of kassa’s zijn het ditmaal nieuwslezers die het nummer inluiden. Wat het meest opvalt aan dit nummer is de zang met geluidseffecten en de maffe geluiden die technocraat Rudess uit zijn veeltoetsige Kurzweil opwekt. Veertien minuten later is ons op smakelijke wijze de maatschappelijke betrokkenheid van het Theater voorgeschoteld en wordt ons een uitsmijtertje gepresenteerd in de vorm van Disappear, niet te verwarren met het nummer I Disappear van Metallica. Disappear is een traag, psychedelisch nummer waarvan de intro zelfs beelden oproept van ”˜echt progressieve’ acts als Tortoise, waarna de akoestische gitaar de basis legt waar overheen LaBrie zijn boodschap etaleert. Dit nummer, met zijn bijna zeven minuten relatief kort, wordt weer gekenmerkt door de vreemde, experimentele gedaante die het nummer ontleent aan de orkestraties van Rudess en de mangel van stemvervormende effecten waardoor LaBrie’s stem gehaald is.

Alsof deze vijf nummers amper kiezenvullend zijn, wordt de luisteraar verder gevoerd door de wondere lekkernijenfabriek van de heren van het Theater, die in dit geval eerder een Prozac- producerende instantie blijkt, die niet zozeer dromen dan wel nachtmerries oproept.

Het huzarenstukje dat ons nog te wachten staat is een 42-minuut durend epos dat de complete tweede disc beslaat. Dit nummer is in drie woorden te omschrijven: Metropolis Part Three. Muzikaal gezien ligt plaat twee volledig in het verlengde van de magnifieke voorganger van dit album, terwijl het concept een akelig gewaagde benadering is van Pink Floyd’s “Dark Side Of The Moon“. Daarmee vertoont “Six Degrees Of Inner Turbulence” toch een zekere consistentie, hoewel het de nummers onderling aan samenhang ontbreekt, maar teleurstellend is dat het een voortzetting is van de vorige plaat, terwijl de band toch bekend staat om het feit dat elk album een andere hoek van het genre verkent.

Na het verorberen van de zware, doch voedzame maaltijd die bestaat uit 94 minuten Dream Theater, kan de lekkerbekkende luisteraar slechts constateren dat het Droom Theater op deze plaat een revuetheater is, weliswaar van hoge klasse, maar qua sfeer meer een interim-stadium tussen het thuis van de voorgaande platen en de schouwburg van een nieuw, meer samenhangend, album. Wat wel gebleken is, is dat deze plaat een voorbode is voor de platen die nog moeten komen: zowel “Train Of Thought” als “Octavarium” tonen zeer sterke overeenkomsten met respectievelijke nummers van cd 1 van “Six Degrees Of Inner Turbulence”.

Christopher Cusack

Progwereld | Recensies