Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Earth & Fire – Song Of The Marching Children (Remaster)

Earth And Fire - Song Of The Marching Children

Het jaar 1971 is niet zomaar een jaar op proggebied. Yes lanceert “The Yes Album”, Pink Floyd vult een plaatkant van “Meddle” met Echoes, Steve Hackett voegt zich bij Genesis op “Nursery Cryme”, Emerson Lake & Palmer laten een kruising tussen tank en armadillo genaamd “Tarkus” op de wereld los en Caravan gaat Nine Feet Underground “In The Land Of The Grey And Pink”. Zo maar een greep uit de oogst van dat jaar, waarbij ik met gerust hart Earth And Fire’s “Song Of The Marching Children” aan dit rijtje durf toe te voegen.

De dame en vier heren hadden duidelijk de vinger aan de juiste pols, want na een voorzichtig debuutalbum, dat nog duidelijk met beide benen in sfeer van de eind jaren ‘60 stond, heeft men op dit album de bakens overduidelijk verzet, zonder overigens geheel de band hiermee te verbreken.

Op het album worden twee verschillende concepten uitgewerkt, waarbij de korte nummers op kant 1 als rode draad de natuur in al zijn vormen heeft en de teksten een onschuldig soort naïviteit uitstralen. Dat is maar goed ook, want dat houdt de boel goed in balans met kant 2 die zo’n beetje topzwaar is. Deze beslaat een minisymfonie die probeert om in zijn thematiek het leven en het oneindige te verklaren, maar daar natuurlijk niet in slaagt. Qua tekst levert dat in het ruim 18 minuten durende Song Of The Marching Children soms tenenkrommende resultaten op. Tenminste, ik kan me voorstellen dat zangeres Jerney Kaagman regels als ‘Into the underworld the others tumbling down, tortured by terrestial vexations’ anno 2005 met het schaamrood op de kaken zal lezen. Maar ach, vergeleken met wat hun tijdgenoten optekenden valt het eigenlijk niet echt uit de toon.

Maar laat je hier niet door afschrikken, want de teksten zitten de muziek absoluut niet in de weg en dat is uiteindelijk toch waar het met dit album om draait: prachtige symfonische rock die zonder dat het er dik bovenop ligt, sterk beïnvloed moet zijn door klassieke muziek. De band presenteert een gloedvol, symfonisch maar toegankelijk geluid waarbij de nadruk meer ligt op het creëren van de juiste symfonische sfeer dan van het imponeren door instrumentale krachtpatserij.

Het album begint echter gelijk met een kleine misser in de vorm van Carnaval Of The Animals. Een nummer dat wat mij betreft thuishoort in de categorie ‘te lullig voor woorden’, hetgeen met name komt door de draaiorgelachtige toetsen en het drumwerk dat dit nummer een soort van hoempapa sfeertje geeft. Gauw overslaan (want dat is het voordeel van het cd-tijdperk) en het album gewoon laten beginnen met Ebbtide: een nummer dat een beetje een atmosfeer uitademt die je ook kunt horen op het debuutalbum van Camel. ‘Waterige’ elektrische gitaar, lichtvoetig ritme en lyrisch fluitspel ondersteund door een orgelpartij, terwijl Jerney Kaagman zingt over een wandeling langs het strand. Haar stem is opvallend, omdat ze voor een vrouwenstem een heel typische klankkleur heeft, waarbij ze zowel een betrekkelijk lage klank heeft als ook in de hoogte ruim uit de voeten kan.

Storm And Thunder is dé hit van het album hoewel de albumversie een stuk langer is door de uitgebreide instrumentale inleiding met klassiek getint orgelspel, dat vervolgens overgaat in een sectie waarin voor het eerst – nog steeds instrumentaal – het Storm And Thunder-themaatje zacht op orgel word gespeeld met daaronder een subtiele Mellotronstrijkers partij. Het couplet is voor de heldere stem van Kaagman, waarna de band in het refrein het Storm And Thunder thema in volle glorie voor het voetlicht brengt. Kaagman zingt krachtig en komt met gemak boven de hele band uit op een manier die mij heel erg doet denken aan Sinead O’Connor ten tijde van Troy (maar ja, dat is natuurlijk wel de omgekeerde wereld). Het instrumentale slot wordt gedomineerd door Gerard Koerts op orgel en Mellotron. Dit nummer is een puik voorbeeld van het toegankelijke symfonische geluid van Earth & Fire dat hen in de paar jaar volgend op dit album zeker geen windeieren zou leggen met nummers als Maybe Tomorrow, Maybe Tonight en Memories.Op het album loopt Storm and Thunder bijna naadloos over in het instrumentale In The Mountains, waarin de hoofdrol wordt opgeëist door het afwisselend jankende en ingetogen elektrische gitaarspel van Chris Koerts. Kant 1 wordt hiermee op een mooie manier afgerond.

En dan wordt het tijd om ons voor te bereiden op die minisymfonie. Het is in dit stuk dat Earth And Fire laat horen dat ze de grote sprong voorwaarts op het goede moment hebben durven maken. Song Of The Marching Children is een schitterend epos waarin – zoals het in de beste symfonische rocktradities hoort – regelmatig heen en weer wordt geschakeld tussen ingetogen passages en volle orkestrale uitbarstingen, waarin het toetsenarsenaal van Gerard Koerts de boventoon voert. Het stuk kent in Theme Of The Marching Children een subtiele intro met orgel, zacht aanzwellende gitaartonen en vibrafoonaccenten waarna in Opening Of The Seal een majestueus thema wordt neergezet, dat fungeert als een rode draad door het gehele stuk. Childhood wordt door stevig bas- en drumspel voortgedreven, afgewisseld met een barok tintje door klavecimbelklanken en de krachtige stem van Kaagman. In het slot van dit deel duikt een typisch Earth And Fire handelsmerk op in de vorm van een mannelijke tweede stem (wie weet wie van de drie het is, mag het mij laten weten: Chris, we weten het nu, dankzij Ton Huurman, het is gitarist Chris Koerts…) die mee gaat zingen, waarna het Seal-thema voor de tweede keer opduikt.

Affliction is een stuk opgewekter van toon, hetgeen ook komt doordat hier voor het eerst een synthesizer opduikt die melodie speelt. Damnation is een variatie op het tweestemmige slot van Childhood en het stevent dan ook onafwendbaar af op een symfonische hoogtepunt. De manier waarop Kaagman hier a la Grace Slick (Jefferson Airplane) de regel ‘There you’ll see your waiting graves’ zingt, is zowel heerlijk dramatisch als ook ijzingwekkend. Voor de laatste keer krijgen we het Seal-thema voorgeschoteld. Purification wordt gezongen door toetsenist Chris Koerts, waarbij zijn broer Gerard hem begeleidt op akoestische gitaar aangevuld met een groepje strijkers. Dit deel gaat naadloos over in The March; drums gelijk aan King Crimson’s Mars (vrij naar Gustav Holst) marcheren onverbiddelijk aan ons voorbij, waarbij spookachtige Mellotronpartijen het geheel een nogal sinister sfeertje geven. De dame en heren zien geen happy end voor ons in de toekomst.Op “Song Of The Marching Children” is het Earth And Fire gelukt om – hoewel waarschijnlijk beïnvloed door het vroege werk van King Crimson en Genesis – al heel snel aansluiting te vinden bij de grondleggers van de symfonische rock, waardoor ze zeker in Nederland tot één van de voorlopers werden. Dat maakt ook dat dit album één van de vroegste voorbeelden van pure symfonische rock van eigen bodem is en (dat afgezien van het onzekere begin) derhalve gerust een parel uit de rijke proggeschiedenis genoemd mag worden.

Christian Bekhuis

Earth and Fire ”“ Song Of The Marching Children (remaster 2009)
Label: Esoteric Recordings (eclec2147)

Het geluid van deze heruitgave klinkt vol en helder. Ik kan me herinneren dat het origineel een stuk stoffiger klonk, maar we spreken hier dan ook over een album uit 1971. Ook hier hebben we te maken met een opgepoetste versie van de originele mastertape. In dit geval heeft men wel tevens alle bandruis verwijderd en bovendien op een prima wijze; er zijn vrijwel geen bijgeluiden waar te nemen die nogal eens willen ontstaan bij het ontruisen van oude opnames. Met name de nostalgische originele Mellotronfrases zijn een genot voor het oor! Het boekje met het hele verhaal van de band en foto’s is smaakvol samengesteld. Heerlijk genieten met deze nieuwe versie van een album van een van de beste symfobands die Nederland ooit heeft gekend.

Joop Klazinga
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies