PRIJSVRAAG: Win kaarten voor het MOMfest 2018, met o.a. Vuur, InFloyd en 5150. Klik hier voor de prijsvraag.

Emerson, Lake & Palmer – Black Moon

Emerson Lake & Palmer - Black Moon

Eind zeventiger jaren van de vorige eeuw waren Emerson Lake & Palmer inmiddels roemloos ten onder gegaan aan hun eigen grootheidswaanzin, maar ook ten gevolge van de punk en new wave die met hun recalcitrante houding de rockscene overnamen en zich vooral afzetten tegen de grote rockdinosaurussen zoals Pink Floyd, Genesis, Yes en Emerson Lake & Palmer.

Desalniettemin zag een aantal ex-leden van voornoemde bands de kans een ware supergroep, Asia, te vormen en daarmee zeer succesvol te worden in de daaropvolgende beginjaren tachtig. Dat was het sein voor Keith Emerson en Greg Lake om hun geesteskind nieuw leven in te blazen. Omdat Palmer het echter te druk had met Asia werd sterdrummer Cozy Powell ingelijfd. De beginletter van zijn achternaam was zeker een prettige bijkomstigheid. Ze namen één album op in 1986 onder de naam Emerson Lake & Powell en ondernamen een tour in hetzelfde jaar. Daarna werd het boek alweer gesloten.

Na wat schermutselingen over en weer lukte het Emerson Lake & Palmer uiteindelijk toch om de roemruchte band van weleer in 1991 in de originele bezetting te herstarten met een jaar later als resultaat het album “Black Moon”.

Wat meteen opvalt bij het beluisteren van “Black Moon” is het metal-achtige drumgeluid en misschien ook wel dito benadering door Carl Palmer. Waar waren de energieke roffels en onnavolgbare achtbanen over het drumstel gebleven? Palmer had, simultaan aan de trend bij Asia, misschien zelfs de trend bij ‘Yes-west’, gekozen voor een meer basale maar snoeiharde benadering van zijn spel, daarbij volledig ondersteund door de beschikbare technische middelen.
De stem van Lake is door de tand des tijds (sigaren en drank?) duidelijk donkerder gekleurd. Het toetsenwerk van Emerson is als vanouds en gelukkig zijn de synthesizersounds niet meer zo gekunsteld als ten tijde van het “Works”-tweeluik en “Love Beach”.

Het muzikale materiaal op “Black Moon” is geen schim meer van het complexe materiaal op bijvoorbeeld “Tarkus”, “Trilogy” of “Brain Salad Surgery”. Tien compacte composities waarvan een beperkt aantal nog de sporen van ”˜progressive rock’ in zich dragen.
Romeo And Juliet, een stevige en zware instrumentale bewerking van de Dance Of The Knights uit de balletmuziek van Prokofiev, gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shakespeare, zorgt voor de gebruikelijke klassieke inbreng. Dit werk heeft in het tweede deel een geweldige synthesizersolo die in samenwerking met de basgitaar, drums, maar natuurlijk ook de Hammond, naar een waar hoogtepunt toe speelt. Changing States is een heerlijk temporijk instrumentaaltje uit de koker van Emerson met veel moois uit de Hammond en de diverse synthesizers. Burning Bridges is een eenvoudige song van producer Mark Mancina met een klassieke hook. Maar onder de instrumentale handen van met name Keith Emerson groeit dit uit tot een prachtig symfonisch nummer. Better Days is een funky popsong die Emerson vakkundig met zijn spinet-geluid inkleurt. In de instrumentale gedeelten van dit nummer weten de heren de zo geliefde ELP-sound en allure tot grote bloei te brengen, like in the old days.

De rest van het album wordt aangevuld met een aantal ballads zoals Affairs Of The Heart, dat nog uit de “Ride The Tiger” sessies van Lake met Geoff Downes stamt. Het moet gezegd dat Emerson zich hier als een subliem instrumentator manifesteert. De andere ballad, Farewell To Arms is van het clichématige en pompeuze soort, zowel qua tekst als muziek.
Verder zijn de eerste twee tracks heavy songs zoals het titelnummer, dat refereert aan de toenmalige Golfoorlog  en Paper Blood. Wanneer je in die laatste twee songs de, overigens heerlijk scheurende, Hammond (luister maar eens naar de intro van Paper Blood) zou vervangen door een distorted gitaar, zouden ze zonder problemen in het muzikale idioom van elke melodieuze hard-rock band  uit die tijd kunnen passen. Ze knallen in elk geval heerlijk uit de speakers.
Het album wordt gecompleteerd met een sfeervol pianostuk van Emerson en een vocaal niemendalletje van Lake.

Ondanks een aantal kritische noten kunnen we stellen dat “Black Moon” een geslaagde comeback voor Emerson Lake & Palmer betekende. De heren hadden hun bandgeluid aangepast aan de geest van die tijd en de minder virtuoze benadering van Palmer’s drumspel geeft meer ruimte aan de muziek om te ademen. Het is alleen jammer dat de band het goede niveau van dit album niet heeft weten vast te houden. Emerson en Palmer werden daarbij ook wel gehinderd door aandoeningen aan hun handen. Voordat beide musici daarvan waren hersteld lag het desastreuze “In The Hot Seat” al in de schappen en lag de band enkele jaren later ten tweede male uit elkaar.

Ruim tien jaar later zou de Manticore nog eenmaal herrijzen uit zijn as om te gloriëren tijdens het High Voltage Festival in Victoria Park in London. Bij het aanschouwen van de registratie van dit optreden op de daarna verschenen dvd/blu-ray bekruipen je onmiskenbaar nostalgische gevoelens, maar toch heeft het optreden niet de glans die het zou kunnen hebben gehad. Het is pijnlijk om te zien dat Emerson alles in het werk stelt om zijn muziek zo goed mogelijk uit te voeren, maar daar door de zenuwaandoening in zijn rechterhand niet altijd in slaagt. Des te pijnlijker is het om nu te weten dat het besef dat hij zijn muziek niet meer adequaat zou kunnen uitvoeren hem uiteindelijk tot een fatale beslissing heeft gedreven.

2017 Heruitgave:

Nadat Emerson, Lake & Palmer in 1979 uit elkaar gingen werden er diverse pogingen ondernomen om de band nieuw leven in te blazen. In 1986 was er een korte heropleving met Emerson, Lake en Cozy Powell op drums, waardoor de (afgekorte) naam intact kon blijven. Enkele jaren later formeerde Emerson samen met Palmer en de Amerikaanse multi-instrumentalist Robert Berry de band ‘3’. Tegelijkertijd werkte Greg Lake samen met Gary Moore.
In 1991 vroeg Phil Carson, baas van Victory Records, Keith Emerson om muziek te schrijven voor een film voor dat label. Emerson vroeg Lake en Palmer om mee te werken aan dit project en na een aantal gezamenlijke repetities, waar met name ‘old-time favourite’ Tarkus werd gespeeld, sloeg de vlam opnieuw over en besloten de heren het idee van de film-soundtrack te laten varen en een comeback-album op te nemen.

Deze ontstaansgeschiedenis van “Black Moon” kun je terugvinden in het uitgebreide cd-boekje, samengesteld door Chris Welch. Lezenswaardig zijn ook de commentaren van Greg Lake uit 2016 over de opnames en de tracks op het album.

Geluidstechnisch biedt deze remaster ‘niet erg veel winst in vergelijking met het origineel uit 1992. Daarnaast zijn de ‘bonustracks’ een aanfluiting omdat het ordinair ingekorte versies van de originelen zijn. Het enig interessante aan deze ‘remaster’ is de toevoeging van het, eveneens geremasterde, “Live At The Royal Albert Hall” uit 1993. Wie deze live-registratie nog niet in zijn bezit heeft, hoort hier een herboren Emerson, Lake & Palmer met vlammende versies van onder andere Tarkus, Knife Edge, Pirates en de sterkste nummers van “Paper Blood”. Dit niveau zouden de heren tijdens hun laatste tournee van 1997/1998 niet meer evenaren.

Aan de ELP-fans die hun oog reeds op de, in aantocht zijnde, “Fanfare 1970-1997 Deluxe Box Set” (minimaal á raison de € 172,-) hebben laten vallen, zou ik willen adviseren deze heruitgave links te laten liggen, want je vindt deze heruitgave van “Black Moon” weer in zijn geheel terug in de genoemde box.

Math Lemmen

Origineel album:
Koop bij bol.com

2017 Heruitgave:
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies