Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Erik Norlander – Music Machine

Erik Norlander - Music Machine

”Music Machine” is na ”Threshold” en ”Into The Sunset” inmiddels alweer het derde soloalbum van toetsenist Erik Norlander. Erik Norlander, de man met de naam van een stoere hunebedbouwer, de man met de naam van een holbewoner met een knots. Zou het een artiestennaam zijn? Zou toch kunnen? Nou nee! Hij heeft al dat soort poespas niet nodig. De laatste jaren heeft hij zich, zowel in z’n eigen band Rocket Scientists als in die van z’n vrouw Lana Lane en op enkele Ayreon-albums, laten gelden als een fantastische toetsenist, componist, producer en arrangeur. Hij is een groot muzikant. Dat kan niet van Johnny America gezegd worden, de hoofdpersoon in het door Erik Norlander geschreven concept van “Music Machine”. Hij is een genetisch gefabriceerde rockster die uitsluitend gemaakt is om de zakken van zijn platenbonzen te vullen. Een grote nepper dus. “Music Machine” is een dubbel-cd die verhaalt over zijn opkomst en ondergang . Nu is het bij dergelijke conceptmatige dubbel-cd’s altijd maar de vraag in hoeverre je dan ook dubbel zo veel kan genieten van het album.

Om ”Music machine” te kunnen waarderen is het wel zo handig dat je enigszins van stevige muziek houdt. Alhoewel ”Music Machine” niet expliciet te afficheren valt als een progmetal- of hardrockalbum, daarvoor integreert Erik Norlander teveel verschillende stijlen in de 21 nummers, is het toch vaak het stevige potje waar hij en de zijnen uit snoepen.
Hij laat zich overigens omringen door een aantal gastmuzikanten om U tegen te zeggen. Wat te denken van o.a. de drummers Virgil Donati (Planet X, Ring of Fire) en Gregg Bissonette (David Lee Roth, Joe Satriani), bassist Tony Franklin (Whitesnake, Lana Lane), de gitaristen Peer Verschuren (Vengeance) en Neil Citron (Lana Lane) naast zangers als Kelly Keeling (Michael Schenker Group) en Mark Boals (Yngwie Malmsteen, Ring Of Fire). Norlander incluis zijn er op dit album maar liefst dertien topmuzikanten bezig en dat is te horen ook. Speciale aandacht verdient de nog onbekende zanger Scott Kail die in de rol van Johnny America uitblinkt met zijn prettig in het gehoor liggende progmetalstem in nummers als Turn Me On en Heavy Metal Symphony. Zijn stem is helder en duidelijk qua uitspraak en in beide hardrocknummers krijgt hij uitstekende ondersteuning van de achtergrondzang van Robert Soeterboek. Geweldig !

In het pakkende Turn Me On zitten een stel korte, scheurende gitaarsolo’s welke afgewisseld worden door flitsend toetsenspel en in Heavy Metal Symphony heeft Norlander plaats gevonden voor een verrassend stukje gesamplede violen. Dat is het leuke van ”Music Machine” : de muziek is constant in beweging waarbij alles lijkt te kunnen.

Prologue: Project Blue Prince is een superstrakke brok progmetal met majestueus vingervlug toetsenspel. Beware The Vampires met Vinny Appice op drums is pure hardrock, terwijl in het snelle The Fall of the Idol de heren moeiteloos naar de hoogste versnelling doorschakelen om een potje onvervalste progmetal te presenteren. Daartegenover staat een keur aan andersoortige nummers. Nu sluiten de mid-tempo rock van het titelnummer en het AOR-achtige The Fire Of Change nog redelijk aan bij voornoemde heftigheid, maar de elektronische exercities van Soma Holiday en Metamorphosis zijn toch heel andere koek. Dat geldt zeker ook voor de jaren 80 symfopop van Andromeda (richting Manfred Mann’s Earth Band) en One of the Machines (Alan Parsons Project-achtig), terwijl in de refreinen van de zoete ballade Fallen zelfs Robbie Williams om de hoek komt kijken. Ook de sterk door Donald Roeser van Blue Oyster Cult gezongen Gary Moore-achtige bluesrockballade Lost Highway is een vreemde, maar wel lekkere, eend in de bijt. Magnifieke gitaarsolo trouwens.

Tour of the Sprawl valt op door zowel het lichtvoetige drumritme van Gregg Bissonette tijdens het begin als het eind van het nummer waar Norlander over de toetsen galoppeert gelijk Jean Michel Jarre. Het middenstuk, dat gezongen wordt door Robert Soeterboek en Erik Norlander zelf zou niet misstaan hebben op een Ayreon-album als “The Dream Sequencer”. Dit nummer heeft de stick van Don Schiff in de basis. Het is een goede zaak dat er muzikanten zijn die dat instrument aandacht blijven geven.

Een bijzonder nummer dat in het kader van de andersoortige nummers niet mag ontbreken is het afsluitende Epilogue: Sky Full Of Stars. Norlander gaat hier bijna de kant op van de New Age.

De meer dan tien minuten zijn gevuld met prachtige symfonische klanken, een hemelse gitaarsolo en een akkoordenreeks van de piano waar geen einde aan lijkt te komen.

Door de vele stijlen en muzikanten zou de indruk kunnen ontstaan alsof “Music Machine” een onsamenhangend geheel is maar dat is absoluut niet het geval. Het genie Erik Norlander is alom aanwezig met zijn giga-arsenaal aan toetsen. Zijn spel is overkoepelend, hij is de constante factor, de grootst gemene deler.

“Music Machine” zit slim in elkaar en toch komt er na veelvuldig luisteren een pietepeuterig minpuntje naar voren. De nummers hadden best aan elkaar gelast mogen worden, het zou het conceptuele karakter van het album alleen maar versterkt hebben. Sommige stilten zijn wat storend zoals die tussen Letter From Space en Lost Highway. Voor de rest niets dan lof voor deze dubbel-cd waarvan het driedubbel genieten geblazen is.

Dick van der Heijde

Progwereld | Recensies