Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Ever Ship – Ever Ship

Ever+Ship

Het hier besproken album is de gelijknamige debuut-cd van de Amerikaanse band Ever Ship. De ontstaansgeschiedenis van dit werkstuk gaat terug naar 2005 als de grote man achter Ever Ship, alleskunner Shane Atkinson, zijn huis verkoopt en naar Nashville Tennessee verkast om daar een geluidsstudio en een commerciële productiemaatschappij ten behoeve van onder andere filmmuziek op te zetten. Het doel daarvan is om financiën te genereren voor het verwezenlijken van deze cd. Het is een wirwar aan ideeën bij Atkinson die al vele jaren met allerlei vormen van muziek in de weer is. Er wordt flink geselecteerd en vervolgens worden in 2009 de eerste demo’s gemaakt. Het hele project staat enige tijd stil, maar in de periode 2013-2016 maakt Atkinson samen met een aantal bevriende muzikanten, waaronder zijn broer James op gitaar, de productie af. Naast de gebruikelijke instrumenten heeft de muziek ook af en toe een koor ter vervolmaking. Het geeft een weldadig randje bombast aan deze bijna zestig minuten durende portie goed doordachte artrock.

Het album telt maar zes tracks waarvan de eerste vijf variëren tussen de negen en dertien minuten, terwijl de laatste slechts een kort ‘uittrootje’ is. Deze epische indeling blijkt bij elke luisterbeurt de perfecte pasvorm te zijn voor de mengeling die de band maakt van niet al te heftige progmetal en neoprog. Je mag Ever Ship dan ook gerust typeren als ‘Dreamtheater-light’. Het wemelt er van de tempo- en sfeerwisselingen, temeer omdat een aantal nummers opgebouwd is uit verschillende delen. Complexiteit troef dus bij Ever Ship en zo kan het gebeuren dat je de ene keer iets Moon Safari-achtigs hoort en de andere keer iets á la Kansas of Queen.

De nummers zitten vol sterke toetsenthema’s van mister Atkinson himself, de man die en passant ook nog even de drums bespeelt. Tevens heeft hij wat bijzondere instrumenten aan het geluidsbeeld toegevoegd, zoals de theremin en de dulcimer. Daarnaast zijn de invullingen van de verschillende gitaristen om door een ringetje te halen. Niet dat je wordt doodgeknuffeld met allerlei solo’s, integendeel. Men staat over het algemeen helemaal in dienst van de nummers te spelen en elke uitspatting is to the point en adequaat, of het nu de elektrische, de akoestische of de klassieke gitaar betreft. Verder is er heerlijk spel op de basgitaar en ook de violiste doet smaakvolle dingen. De grootste verworvenheid echter is de manier waarop Beau West de zang verzorgt. Het siert hem dat zijn timbre zo aansprekend is, het siert hem dat zijn bereik zo lekker groot is, maar het siert hem vooral dat hij zich bedient van zeer melodieuze zanglijnen die enorm pakkend en toegankelijk zijn. Hij is buitengewoon meeslepend in zijn manier van zingen en de muziek vraagt eigenlijk exact zo’n soort zanger.

Na dit alles kan een kijkje naar het gebodene geen kwaad. Zo gaat van het alsmaar intenser wordende openingsnummer Silver Light een zuigende werking uit die je oortjes zal doen spitsen. We horen gedreven gitaarpartijen en heerlijke deiningen in de sfeer van Within Temptation. Onder invloed van het charmeoffensief dat West aan de dag legt maakt het nummer je nieuwsgierig naar wat komen zal. Daar gaat hij dan.

Met het in zessen opgesplitste A Slow Descent Into Reality levert de band pure artrock af. Door de piano en de nodige bombast doen de eerste paar delen erg aan de muziek van Robby Valentine denken en ook de statige finale doet dat. Ondertussen komt in het bijna instrumentale deel vijf, The Battle Within, een heerlijk stukje Kansas voorbij, compleet met orgel en een smekkend gitaartje. In Evermore komt de band weer met een vloeiende aaneenschakeling van melodieuze, ingetogen en uitbundige momenten. Het is verbluffend dat men na drie nummers al een ‘typerend Ever Ship-geluid’ heeft. Zo is dat korte toetsensolootje aan het eind helemaal te Atkinson.

De  opbouw van Ultima Thule ligt in de lijn van Silver Light met zijn aanzwellende karakter. De tokkels van de akoestische gitaar kietelen de muziek en dat heeft een fraaie glans aan het nummer gegeven. Het komt het album goed uit dat het materiaal lange tijd in de maak is geweest. Het dertien minuten durende Flying Machine dateert al vanaf het ontstaan van Ever Ship en heeft zelfs nog twee oudgedienden in de gelederen. Dat het een fröbelnummer is geworden mag de pret niet drukken. Het eerste gedeelte heeft een prachtige, melancholische gloed en deel twee is geheimzinnig – instrumentaal met stemmetjes. Vervolgens word je in het slotdeel meegenomen in de droomwereld van iemand die gewichtsloos wil zijn. Het is een metafoor voor het losbreken uit de vaste patronen in het leven. Een overdonderende finale vol euforische Mellotronklanken begeleidt dit. Het heeft een kollossaliteit die doet denken aan de finale van The Last Human Gateway van IQ. Wat een ontketening.

Tot slot is daar de korte afsluiter, de klank van iets naderends in de ruimte. Een specifieke uitleg valt niet te geven. Het is wat geluid, meer niet.

Shane Atkinson heeft met dit album een prachtige bijdrage geleverd aan het prog-idioom. Zelfs als je absoluut geen waterrat bent, zal je eindeloos lang op dit bootje willen vertoeven.

Dick van der Heijde

Progwereld | Recensies