Maak kans op toegangskaarten voor Habitants in De Effenaar te Eindhoven op Zondag 7 April 2019, met in het voorprogramma Thalamus. Klik hier voor onze wedstrijdpagina!

Evership – Evership II

evership-evershipII

Evership is een moderne progrockformatie rondom multi-instrumentalist Shane Atkinson. Deze drummende toetsenist runt vanuit z’n huis in Nashville een studio waarin hij naast spelen dag en nacht bezig kan zijn met het componeren, arrangeren en produceren van muziek. Het zal je vent maar zijn.

Niet dat het tot niets leidt. Met het titelloze debuutalbum uit 2016, dat maar liefst tien jaar in de maak is geweest, zet hij Evership  overtuigend neer als ‘ontdekking van het jaar’. Liefhebbers van zowel complexe als toegankelijke prog lopen weg met dat schijfje vooral omdat het er een smaakvol en creatief samengaan is van artrock, retro- en neoprog. Om het plaatje helemaal compleet te maken: de melodieuze muziek en de elastische zangstem van Beau West brengen regelmatig bands als Mystery en Kansas in gedachten. Het is Dream Theater-light wat de band laat horen met hier en daar een beetje Queen. Atkinson heeft de lat met dat album behoorlijk hoog gelegd en daar komt bij dat hij, vanaf het moment dat de plaat op de markt is, via z’n website aankondigt materiaal voor nog wel vier albums te hebben. Eerst zien, dan geloven.

Met zo’n geweldig debuutalbum is, ondanks het hoge verwachtingspatroon, enige scepsis ten aanzien van een opvolger best wel terecht. Zou Atkinson z’n kruit al niet verschoten hebben? Eenmalige beluistering van het hier besproken “Evership II” verpulvert deze gedachte echter totaal. “Evership II” is minstens zo goed als z’n voorganger, zo niet beter.

Het album is met z’n vijf nummers, die variëren tussen 7:39 en maar liefst 28:27, een pot epische extravaganza zoals onze architecteninslag dat graag heeft. Op zich zegt dat natuurlijk niks, het gaat om het gebodene. Evership laat er wat dat betreft geen gras over groeien en treedt met het slepende openingsnummer The Serious Room genadeloos in z’n eigen voetsporen. Vanaf de intro, dat een fraaie zanglijn kent die stemmig omlijst wordt door zweverige toetsen en marimba-klanken is het een weldaad aan creativiteit en smaak. Het bevat zeer aanstekelijke riffs en zo hoor je een klavecimbel met een klassieke gitaar en een Mellotron klinken. Virtuoos is het nummer zeker ook, al staat dat nergens op een voetstuk. Neem de zalige gitaarsolo van Jesse Hardin die afkomstig is uit een opname van de band tijdens ROSfest 2017 en hoor hoe lekker het klinkt.

Het daaropvolgende Monomyth overschrijdt in al z’n weelderigheid de tienminutengrens. Een fijn moment is het als de akoestische gitaar het klankbeeld gaat bepalen. Meteen komt de vergelijking met Styx naar boven maar ik zou het wel uit willen schreeuwen dat Atkinson, ondanks welke vergelijking dan ook, zijn Evership overal langsheen laveert en constant een eigen koers vaart. De volgende twee nummers hebben iets met het begrip ‘ballade’. Zo gaat Real Or Imagined rustig van start, het mondt echter uit in een stuk progressieve classic rock met een intens zingende West. Wanderer daarentegen gaat juist net andersom, dat begint met vlotte neo-prog hetgeen ruimbaan maakt voor een orkestraal aangeklede ballade waarin je regelmatig iets Beatles-achtigs zal aantreffen.

Wat in deze eerste vier composities glashelder naar voren komt is dat Atkinson in muzikaal opzicht een bovengemiddeld gaaf brein heeft. Wat weet die man zich op dit album weer goed uit te drukken. Het is een bevestiging van zijn capaciteiten en het beste moet nog komen. In het in zes delen opgesplitste Isle Of The Broken Tree gaat hij daadwerkelijk poolstokhoogspringen en geen lat ligt hem te hoog. Hoor hoe hij de akoestische gitaar van John Rose laat samensmelten met zijn eigen pianopingels en hoor hoe hij in de compositie speelt met het begrip dynamiek door ruimte te maken voor pittige riffs, lekkere bassen en stuwende toetsenpartijen. Er is een hemels koor en maatje West zingt de naden uit z’n kousen, de ene keer subtiel, de andere keer met een intensiteit die doet denken aan die van Robert Plant bij Led Zeppelin. In het afsluitende deel The Tree And The Door zit een gitaarsolo in Gilmourstijl en ook al is deze vrij obligaat, het is de spijker op z’n kop.

Niemand zal ooit nog met enige scepsis naar Evership willen of durven kijken. Atkinson heeft met dit tweede album iedereen de mond gesnoerd. Van een belofte voor de toekomst naar een verrijking ervan. Wie had dat ooit gedacht?

Dick v/d Heijde

Progwereld | Recensies