Twee nieuwe prijsvragen i.s.m. Poppodium Willem Twee: Maak kans op twee kaarten voor Kayak en/of Soup + A Liquid Landscape.    Klik op de bandnaam en maak kans op deze tickets!

Frost* – Milliontown

frost-milliontown.jpg

Frost is het kindje van producer en componist Jem Godfrey, een man die de afgelopen jaren medeschuldig was aan hits van acts als Atomic Kitten, Blue en Ronan Keating. Toen al die ellende zelfs hem te gortig werd, besloot hij zich toe te leggen op prog. In de bij de promo geleverde tekst krijgt Godfrey de ruimte om te filosoferen over het ”˜progressieve’ karakter van prog. Hoe kan iets progressief zijn, stelt hij, als het teruggrijpt op muziek van dertig jaar geleden? Nee, hij koos bij zijn prog-projekt voor die hypermoderne sound van Yes ten tijde van “90125″. Ja hoor, als je slechts twintig jaar terug in de tijd gaat is het ineens réuze progressief. Wat een onzin!

Of wat dacht je hiervan: “Het schrijven van pophits is moeilijker dan men denkt. Als je mensen in drie minuten iets inspirerends kan vertellen, gebruik makend van een schitterende melodie en dat goed kan produceren, dan heb je een hit. Ik zie niet waarom dat met prog niet zou kunnen”. Lees dat eens goed en kijk nog eens naar de tijden achter de nummers. Drie minuten, yeah right!

Gelukkig is dit geneuzel het ernstigste vergrijp van Godfrey, want de hitjesmaker komt hier uit de kast als een erg knappe componist. En toen de composities klaar waren en hij op zoek moest naar muzikanten om de stukken uit te voeren, bleek hij over een heel gelukkige hand van kiezen te beschikken. Op basis van het succes van Kino vroeg hij John Mitchell en verder wist hij de ritmesectie van IQ aan zich te binden. Zelf nam hij alle toetsenpartijen voor zijn rekening. Ook in dat opzicht is hij een aangename ontdekking.

“Milliontown”, gestoken in een even stemmig als op en top Brits hoesje, opent met het instrumentale stuk Hyperventilate. Dit is één van de meest briljante openingen die ik ooit heb gehoord. Een prachtige akoestische pianopartij ontsluit een overdonderend stuk stormachtige prog met lef, power, lyriek, dynamiek en schoonheid. Mijn bek viel open toen ik het voor het eerst hoorde. Wát een geweldige muziek, superriffs, de speelsheid van Neal Morse, het compositorische vernuft van Tony Banks, een snufje jazz, wat filmmuziek, complex en toch volslagen toegankelijk. Wat een onvoorstelbaar vertoon van klasse. Voor dit éne nummer wil ik het hele repertoire van Blue wel uitzitten. Twéé keer!

Met No Me No You is de betovering van dit huzarenstukje verbroken. Het is zeker geen slecht nummer, met een sterk refrein en een fraai instrumentaal tussenstuk, maar het is wat gewoon. Voor een deel komt dat door de onkarakteristieke stem van Godfrey, maar het ligt ook aan het rechte rock-couplet. Nu valt ook op wat Godfrey bedoelde met zijn referentie aan “90125″: evenals Trevor Horn gebruikt hij de studio als volwaardig muziekinstrument. De geluidseffecten vliegen om je oren. Ook de toetsenklanken zijn modern; geen mellotron of analoge strings maar nieuw digitaal geluid.

Snowman is een langzaam stuk en ondanks alle audiotrukjes toch een redelijk simpel liedje dat ook op het debuut van Kino had kunnen staan. Niet erg bijzonder. Datzelfde geldt voor The Other Me, een wat lullig rocknummer in die typisch Engelse school van Sigue Sigue Sputnik en Babylon Zoo, met een meebrulbaar refrein en een hoop lawaai om niks. Wel knap geproduceerd, maar bepaald niet progressief. Misschien bedoelt Godfrey dit als hij schrijft dat prog nog wat kan leren van popmuziek, maar wat de les dan moet zijn is me niet helemaal duidelijk.Gelukkig zijn we met Black Light Machine weer op het goede spoor. It Bites, (weer) Kino en zeker ook Neal Morse lijken model te hebben gestaan voor deze muziek. Een pittig en opzwepend nummer over een prachtige sequence van gitaarpingels en een lekker arrangement. Knap gitaarwerk van Mitchell en zeker een opvallende rol voor drummer Edwards, die zich door Godfrey kennelijk naar een hoger niveau opgeduwd voelt dan door zijn eerdere werkgevers. Hij drumt veel vrijer en creatiever dan ik van hem gewend ben. Dat belooft nog wat voor IQ! Na een lange gitaarsolo volgt een ingetogen synthesizer-intermezzo en het nummer eindigt stevig met een scheurende toetsensolo. Als compositie stelt het niet zo gek veel voor, maar wat is dit knap gedaan. Fijne muziek.

Sluitstuk en hoofdgerecht Milliontown is wat je tegenwoordig kunt verwachten van een epos: lang, fragmentarisch en meer een potpourri van losse ideetjes dan een coherent geheel. Dat neemt niet weg dat het stuk bolstaat van de bloedmooie muziek, knappe thema’s, stevige rock en complexe prog in het verlengde van het openingsstuk, een ijzersterke afsluiter. Over het muzikaal vakmanschap heb ik – zoals te verwachten met deze topmuzikanten – niets te klagen. Alleen denk ik dat Godfrey er verstandig aan gedaan had als hij ook een zanger had gezocht, of Mitchell vaker voor de microfoon had gezet. Nu zijn de gezongen passages minder interessant dan de instrumentale en dat is zonde van zo’n mooie plaat.

Samenvattend: sterke, zeer toegankelijke progplaat die er niet in slaagt de brille van het eerste nummer te evenaren en daarmee de eigen belofte niet helemaal kan inlossen. Een paar zwakkere nummers en drie echte pareltjes, waarvan alleen al Hyperventilate het aankoopbedrag meer dan waard is. Frost ligt zozeer in het verlengde van Kino dat ik me zou kunnen voorstellen dat die twee bandjes in de toekomst fuseren. Tot die tijd hebben we met “Milliontown” weer een Brits progjuweel van de bovenste plank.

Erik Groeneweg
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies