Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Genesis – A Trick Of The Tail

genesis-a-trick-of-the-tail.jpg

…And then there were four…

Het is eigenlijk wonderlijk hoe unaniem “A Trick Of The Tail” over het algemeen als meesterwerk beschouwd wordt. Niet dat het dat niet ís, maar je zou toch verwachten dat het effect van de vertrokken flamboyante voorman meer invloed zou hebben op de verdeling der meningen; zo dol is de muziek luisterende wereld doorgaans ook niet op veranderingen.

Goed, nog even recapituleren: na “The Lamb Lies Down On Broadway” scheidden de wegen van zanger en voornaamste tekstschrijver Peter Gabriel en de rest van Genesis. Daar is al genoeg over geschreven, dus laat ik het samenvatten: een kostuumdrama. Netto resultaat was in elk geval dat een méér dan bekwame band plotseling zonder zanger en zonder creatief genie zat. De zoektocht naar een nieuwe zanger bleef vruchteloos en ten einde raad stapte drummer Phil Collins, die op eerdere albums al op enkele softere nummers de leadzang voor zijn rekening genomen had, naar de microfoon. En dat bleek te werken. Volgens allmusic.com klonk Phil Collins “nog meer zoals Peter Gabriel dan Peter Gabriel zelf”. Afijn, overdrijven is ook een kunst, maar Phil Collins misstond in elk geval niet in zijn nieuwe functie, waarin hij het materiaal mocht inzingen dat hij samen met zijn drie overgebleven Genesismaatjes geschreven had, in afwachting van een nieuwe zanger.

Muzikaal ontloopt het album oudere platen als “Nursery Cryme“, “Foxtrot” en “Selling England by the Pound” op zich niet al te veel. Toch is er de neiging om “A Trick Of The Tail” als anders te zien… een beetje eentonig misschien? Ja, wel heel goed natuurlijk, maar toch een beetje eentonig? Hoewel de nummers op zich niet echt op elkaar lijken, heb ik ook mezelf wel op deze gedachtegang moeten betrappen. Waarin zit dit toch wat negatieve onderscheid ten opzichte van andere klassieke Genesisalbums?

Pas onlangs viel bij mij het kwartje: op die drie al genoemde klassieke albums, maar ook op opvolger “Wind And Wuthering“, staan langere, meer traditioneel-symfonische nummers kriskras tussen kortere, meer pop-symfonische nummers. Dancing With The Moonlit Knight en Firth Of Fifth sandwichen gezellig I Know What I Like (In Your Wardrobe) en zo zijn er nog diverse andere voorbeelden te verzinnen. Op deze plaat echter zijn in het bijzonder de eerste zes nummers allemaal ongeveer gelijk van toon. Bovendien duren ze allemaal tussen de zes en acht minuten (oké, ik smokkel even een paar seconden bij Dance On A Volcano). De band heeft hier duidelijk gekozen voor een meer uniforme benadering, wat geleid heeft tot een zeer evenwichtig geheel. In plaats van symfo en pop naast elkaar te laten bestaan, is elk nummer een verbinding tussen beide. Een in artistiek opzicht interessante ontwikkeling, maar misschien is hij nét een slagje te ver doorgevoerd.

Het is slechts een miniem puntje van kritiek, want wat zijn die songs afzonderlijk allemaal goed! Het sterkste nummer is toch wel het verstilde Entangled met zijn (dan toch) bombastische akoestische gitaar / Mellotron finale. Ondanks dat ik de sound die de eerste neoproggolf zo tot inspiratie gediend heeft meer terugvind op “Wind And Wuthering” en de Gabriel-albums, is dit voor mij toch wel één van de ultieme instrumentale momenten uit de proggeschiedenis.

Na Dance On A Volcano met zijn 87 tempowisselingen en het genoemde monument is Squonk een wat meer standaard rocksong, die wat mij betreft vooral gedragen wordt door het instrumentale thema dat het refrein telkens uitluidt. Uitermate rustgevend, maar daardoor misschien iets te makkelijk afglijdend is de Tony Banks compositie Mad Man Moon. Ook de instrumentale passage in dit nummer, begeleid door waanzinnig pianospel van Banks, heeft, als de plaat op de achtergrond draait, de neiging wat onopgemerkt voorbij te trekken, wat daarna weer onbegrijpelijk aandoet als je er eens geconcentreerd naar luistert. Dit nummer is daarnaast qua zang ook nog de fraaiste showcase van Phil Collins op deze plaat. Waar nogal wat stemmen mooier worden met het klimmen der jaren, lijkt Collins vroeg gepiekt te hebben.

De teksten uit het Gabrieltijdperk waren meer dan eens doorspekt met humor en met nummers als Robbery, Assault and Battery en het titelnummer lijkt het erop dat ook dit deel van de erfenis veiliggesteld is, al zouden er in het latere post-Hackett tijdperk nog rare uitwassen plaatsvinden onder de noemer ”˜humor’. De instrumentale afsluiter Los Endos evenaart het niveau van de gezongen nummers en herhaalt, in beste “Selling England By The Pound”-traditie deels het thema van (onder andere) het openingsnummer.

De oplettende lezer zal gemerkt hebben dat een viertal andere Genesisalbums enkele malen als referentie opdoken in dit verhaal. Dat is niet helemaal toevallig: die platen zijn namelijk tezamen met “A Trick Of The Tail” mijn vijf Genesisfavorieten. Waar van die vijf de andere wat meer buitengewone hoogtepunten aan iets minder overtuigende momenten paren, is deze plaat van begin tot eind nagenoeg constant van niveau. O ja, eentonig? Een beetje. Doch vooral onderhoudend en ijzersterk.

Casper Middelkamp

Progwereld | Recensies