Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Genesis – Abacab

genesis-abacab.jpg

Het is voor Genesis-fans moeilijk om “Abacab” op waarde te schatten. Zeker voor fans die de band al sinds de jaren zeventig volgden, moet deze plaat uit 1981 een bittere pil zijn. In principe zijn maar drie van de negen tracks echt symfonisch en betekende het werk een enorme breuk met Genesis-oude-stijl. De voorgangers “And Then There Were Three” (1978) en “Duke” (1980) waren al aanmerkelijk moderner en meer commercieel, maar konden ons toch niet voorbereiden op de schok van “Abacab”. Plotseling mocht zanger Phil Collins zijn gevonden invloeden van zijn soloplaat “Face value” alsmede zijn ervaringen met Brand X ten tonele voeren. Invloeden van Earth, Wind and Fire komen langs in No Reply At All en reggae-invloeden (haaks als het tot dan toe stond op de symfo) zitten verspreid over de hele schijf. Nee, Genesis-fans hebben altijd al moeite gehad met “Abacab”.

Toch is het achteraf gezien bepaald geen slechte plaat. Het is alleen duidelijk ánders. Het openingsnummer Abacab zet gelijk de toon. Het is een strak nummer, dat ook ruim twintig jaar na dato nog modern aandoet. Het nummer volgt het A-B-A-C-A-B songschema vrij nauwkeurig, maar doet dat met zoveel flair en finesse, dat respect op zijn plaats is. Zeker de uitwerking van het overigens eenvoudige thema aan het eind op toetsen en gitaar is indrukwekkend. Het is ook een nummer om keihard te spelen en heerlijk mee te zingen.

Van hetzelfde laken een pak is Keep It Dark, waarvan een leuk detail is dat de videoclip ervan in Amsterdam is geschoten. Het is een pakkend nummer met een strak ritme. Iedere Genesis-fan weet precies wanneer hij mee moet zingen bij het refrein. “Oh, keep it dark”, de eerste keer gelijk op de maat, maar de tweede keer: ff een maat wachten. Heerlijk, zulk soort details. Tenslotte heeft de afsluiter Another Record ook het strakke waar Abacab op draait. Dit nummer mist echter een beetje de juiste afwerking en had wat langer mogen duren.

Het prijsnummer vind ik de Tony Banks-compositie Me And Sarah Jane, waarvan het eerste deel zwaar door reggae beïnvloed is en het tweede deel een normaal maar toch ook zeer bombastisch karakter vertoont. Tekstueel is het ook een leuk nummer, bijvoorbeeld “And now the city lights are dimming one by one, it costs too much money to keep them on”.

Zeer sterk vind ik het zwaar symfonisch beginnende Dodo, wat samen met Lurker een klassieker vormt in Genesis van de jaren tachtig. Phil Collins zingt in dit nummer op een rare manier, terwijl in het Lurker-gedeelte de dodo in kwestie door Tony Banks op een grappige manier wordt vormgegeven door middel van een toetsenriedel. Hoe plat het nummer in feite ook is, Genesis heeft deze combinatie van zwaar aangezette artrock in combinatie met flauwe sfeerdoorbrekers altijd als stijl gehad. Het beste voorbeeld is wel Back in N.Y.C. op “The Lamb Lies Down On Broadway”, waar Genesis in het refrein het nummer lijkt te verpesten. Je houdt ervan of je haat het.

Whodunnit? is een ander hoogtepunt, of volgens sommigen een dieptepunt. Het is een raar, maar knap nummer, waarin volgens critici de groter wordende invloed van Phil Collins kwam te staan op een fluitconcert van het toenmalige oerconservatieve progressieve rockpubliek. Eerder dan dit nummer is Man On The Corner een typisch Collins-nummer dat hij had mogen bewaren voor zijn soloplaat. Mike Rutherford’s compositie Like It Or Not is redelijk te noemen. Helaas vergeet men de kracht van het refrein, het nummer had beter nog een keer met het refrein kunnen afsluiten, in plaats van de brug eindeloos te herhalen.
De gevreesde blazers, zo veelvuldig aanwezig op Collins’ soloplaat, zitten zoals gezegd alleen maar in No Reply At All. Maar gelukkig is het een sterk nummer, vrolijk, met een pakkend refrein. De blazers storen in het geheel niet.

“Abacab” geldt als een heerlijke popplaat met lichtsymfonische invloeden en het album verdient meer krediet dan dit tot nu toe heeft gekregen. Hoewel de voorgaande negen Genesisschijven allemaal (veel) beter zijn, heb ik een zwak voor Abacab. Waarvan hierbij akte.

Markwin Meeuws

Progwereld | Recensies