Maak kans op vrijkaarten voor het optreden van Leap Day in de Singer te Rijkevorsel (België) op 15 september 2018. Klik hier voor onze prijsvraag.

Genesis – Invisible Touch

genesis-invisible-touch.jpg

Noem de naam “Invisible Touch” in de nabijheid van een Genesisfan van de oude stempel. Goede kans dat deze een wat vies gezicht trekt. Genesis was immers ooit een van dé vormgevers van de symfonische rock en moet je eens zien wat dit is: commerciële popmuziek (die potdulleme wereldwijd nog écht tientallen miljoenen keren over de toonbank ging ook. Meer dan alle Genesis-met-Gabriel-platen bij elkaar!). Het eenvoudigst lijkt het om me maar gewoon daarbij aan te sluiten en de recensie hier te beëindigen. Another record!

Nee, waarde lezer, daarvoor ben je niet hier gekomen. “Invisible Touch” is niet minder dan het dertiende studioalbum van een groep die eigenlijk continu in beweging is geweest. “Foxtrot” was een andere plaat dan “Nursery Cryme“, “Wind and Wuthering” was anders dan “A Trick of the Tail“, “Abacab” was anders dan “Duke” en “Invisible Touch” is anders dan… juist. Evenals nogal wat andere bands staan de bakens bij Genesis voornamelijk in de jaren ‘80 nogal anders dan in de jaren ‘70. Symfo kreeg een tik van de new wave en nogal wat bands moeten als adagium gehad hebben: ”˜If you can’t beat them, join them’.

Maakte Genesis hier nog wel symfo? Ach, dat is toch vooral een kwestie van definitie. Volgens velen is symfo een deelverzameling van de prog, de grote noemer waar alles op deze site in principe onder valt. Progressief was Genesis beslist nog in zekere zin (zie voorgaande alinea) en als we moeite hebben “Invisible Touch” en ”˜symfo’ in één zin te lezen, laten we dat toch varen en kijken we toch in wat meer algemene zin naar de kwaliteiten van het min of meer progressieve POP-album “Invisible Touch”?

Aldus geschiede. Ramtadamtadam, de drumcomputer zet in en het titelnummer schalt uit de speakers. Dit lijkt wel disco! Misschien wel een heel goed disconummer? Nou nee, heel indrukwekkend is het niet, maar vooruit, het kan ermee door. Fleurig melodietje in elk geval. Tja, het nummer krijgt ook teveel radio-airplay om er nog echt verbaasd over te zijn. Nog bekender is het wat meer rockende Land of Confusion. Best een goed nummer, maar, zoals Genesisfans steevast beweren: ”˜de clip is beter’. Tja…

Dan klinkt Tonight, Tonight, Tonight toch wel weer vertrouwd. Dit nummer had ook op “Genesis” of desnoods op “Duke” kunnen staan. Een feitelijk nog steeds tamelijk simpel nummer krijgt hier toch een degelijke spanningsopbouw. Dat in dit nummer het vrij lange instrumentale middendeel me het meest kan bekoren, zal niet zo heel verrassend zijn. Evenals de rest van de plaat staat het bol van de ”˜rare’ geluidseffecten, maar dat was nou eenmaal het handelsmerk van Genesis in die tijd! Ook vertrouwd klinkt The Brazilian, de instrumentale afsluiter. Hoewel ook dit nummer een onmiskenbare midden jaren ‘80 sound heeft, is het in melodie en structuur een lekker nummer. De lengte van Domino behaalt zelfs dubbele cijfers. Herleven hier de tijden van, pak hem beet, “Wind and Wuthering”? Nee, helaas, dit is nou precies een voorbeeld van hoe het niet moet. Een in wezen aardig melodietje wordt simpelweg opgeblazen door er een mars op de drumcomputer aan vast te plakken. En zo knutselen we een ”˜epic’ in elkaar.

Sinds “Abacab” wordt de carrière van Genesis natuurlijk ook enigszins door Phil Collins’ solocarrière overschaduwd. Niet alleen omdat deze tot inhoudelijke vergelijking uitnodigt, maar ook omdat de tussenpozen tussen twee Genesisalbums langzaamaan nogal op beginnen te lopen. Bij de carrière van de zanger / drummer kwam rond deze tijd die van Mike Rutherford nog die met de ”˜monteurs’ een commercieel wat minder tot de verbeelding sprekend zijproject had. Aangezien Phil Collins in Genesis toch de meest in beeld springende persoon is en aangezien zijn solocarrière veel meer bekendheid krijgt, ligt een vergelijking tussen het dan actuele werk van Genesis en die solocarrière toch het meest voor de hand. We horen dan ook nogal eens misprijzend zeggen: “dit nummer had eigenlijk op een Phil Collins-soloalbum moeten staan”. Dit gaat meestal over ballades of over songs met blazers. Steen des aanstoots op “Invisible Touch” is duidelijk In Too Deep. Dit nummer had ook niet op een Phil Collins-soloalbum moeten staan; dit nummer had helemaal nergens op gemoeten. Het nummer is zowat monumentaal in zijn ongeïnspireerde slapheid en de draaierijen van de heer Collins’ stem roepen een wee gevoel in de onderbuik op. De blazers komen meteen in het volgende nummer, Anything She Does. De combinatie met de synthesizers doet nog wel een beetje grappig aan, maar het refrein werkt nogal op de zenuwen.

Met dat al is “Invisible Touch” een kind van zijn tijd van een band die weliswaar enigszins met zijn tijd meeging, maar daarbij toch wel enige concessies deed aan de eigenheid van zijn muziek. Als symfoalbum stelt dit niks voor, als popalbum is het een wisselvallige affaire. Door alleen op de slechte momenten te wijzen, zou ik hem beslist tekort doen, maar een aanrader kan ik er voor een kritisch poppubliek toch ook weer niet van maken. Zelfs in deze specifieke periode zijn er aanzienlijk interessantere popplaten gemaakt, zoals “So” van een bepaald ander oud-Genesislid. Of grijp eens een plaat van bijvoorbeeld Propaganda, Talk Talk of Tears for Fears, kortom een échte jaren ‘80 popband in plaats van een moeizaam overlevende symfogrootheid uit de jaren ‘70.

Casper Middelkamp

Progwereld | Recensies