Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Genesis – Wind And Wuthering

genesis-wind-and-wuthering.jpg

Zoals wellicht bekend begint den Bijbel met Genesis, in dit eerste Bijbelboek wordt het ontstaan der aarde beschreven. Mocht er ooit een volledige progbijbel komen dan is de kans groot dat ook hier met Genesis begonnen wordt: de aartsvaderen van de neoprog die hele volkstammen symfonisch gerelateerde bands inspireerde tot het maken van muziek. De heren verdienen dit ook, want als er één band van grote invloed is op de symfo in het algemeen is het Genesis wel (Floyd fans, kom maar op…).

In hetzelfde jaar dat erkende progalbums als “Animals” en “Going For The One” uitkwamen, bracht Genesis in januari 1977 “Wind & Wuthering” uit. Dit album is behalve Tony Banks’ favoriete Genesis plaat tevens de laatste plaat waarop meestertokkelaar Steve Hackett de liefde bedreef met zijn gitaar op een officiële Genesis lp / cd. Als je de plaat goed beluistert is dit niet zo erg vreemd. De rol van Hackett is niet bepaald groot op deze plaat. Dit is vooral de plaat waarop Banks zijn toetsenspel mag etaleren en waarop Phil Collins al zijn potten en pannen op fenomenale wijze als drumstel mag gebruiken. De rol van Hackett werd steeds kleiner en vooral Banks was niet echt een fan van de geschreven epistels van Hackett. Zo werden er steeds meer werkjes van zijn hand zonder pardon van tafel geveegd. Het is een publiek geheim dat Banks liever gezien had dat het nummer After The OrdealSelling England By The Pound” niet eens had gehaald. Dat Hackett hierdoor steeds gefrustreerder rondliep was daardoor niet echt vreemd. De al eerder geweigerde muziekstukken had Hackett reeds gebundeld op zijn eerste soloplaat. Het fraaie “Voyage Of The Acolyte” had commercieel een redelijk succes en dat zette Steve tot nadenken. Overigens is het natuurlijk wrang om te zien dat al zijn Genesis makkers mee doen op “Voyage” behalve… juist, Banks.

Het in Hilvarenbeek opgenomen “Wind & Wuthering” is het achtste gedeelte van het Bijbelboek Genesis dat jaren later zijn, voorlopige, einde kende met “Calling All Stations”. Na “A Trick Of A Tail” het tweede met Phil Collins als zanger en dus het laatste met Hackett als gitarist. Dit achtste gedeelte is opgesplitst in acht verzen die ik allemaal even met u zal doornemen.

vers één: Eleventh Earl Of Mar

Dit nummer gaat tekstueel over een middeleeuws verhaal met betrekking tot de oorlogsvoering van de Schotse strijder John Erskine Mar. Nieuwbakken ster Collins is de hoofdrolspeler op dit nummer. De goede man zingt zijn longen uit zijn lijf en het drumwerk wat hij laat horen is zowel flegmatiek alsmede explosief. De fijne akoestische gitaarklanken van Hackett zorgen voor de juiste ondersteuning zodat Tony Banks al de met zijn toetsenarsenaal gevulde stopcontacten laat gloeien van opwinding. Een prima albumopener wat zo kenmerkend is voor vrijwel alle Genesis platen.

vers twee: One For The Vine

Het door Banks geschreven nummer laat een vrij ingetogen Genesis horen tot het moment dat Collins al zijn talenten moet aanspreken om zijn gehele percussie assortiment er binnen een twintigtal seconden doorheen te jagen. Na deze break volgt de eerste legendarische solo van Banks. Vingervlugheid is slechts een relativering als je Tony tekeer hoort gaan. Ondersteund door de cimbalen van Collins is het tweede gedeelte van One For The Vine een lust voor het oor. Na al dit ”˜geweld’ komt het nummer weer terug in het oorspronkelijke deel van het lied. Daar maken de heren het lied af met prachtig pianowerk en bezwerende zang van Collins. Kippenvel viert hoogtij in dit fenomenaal opgezette nummer.

vers drie: Your Own Special Way

Een ballade zoals Collins later in zijn solocarrière ze dertien in een dozijn bij elkaar schreef. Het opvallende is daarom dat niet Phil maar Mike Rutherford deze tranentrekker uit zijn pen liet vloeien. Het nummer is zelfs op single uitgebracht en werd zodoende het tweede nummer, na I Know What I Like, dat in de Britse top 50 belandde. Een redelijk mooi nummer maar zeker geen hoogvlieger, waarschijnlijk zelfs het zwakste nummer van “W & W”.

vers vier: Wot Gorilla?

Dit nummer is zo’n nummer dat in plaats van een Hackett compositie op “W & W” verscheen. Hackett is wel te horen, maar op de voorgrond treedt hij nauwelijks. Het door Banks en Collins geschreven instrumentale nummer neigt veel naar het werk dat Collins deed met hobby jamband Brand X. Weer is het die schitterende percussie die Collins naar grote hoogte doet stijgen. Het is toch wel erg jammer dat we dit soort werk van de kleine kalende man sindsdien vrijwel nooit meer hoorden.

vers vijf: All In A Mouse’s Night

Een vrolijk kat en muis lied, niet iets waar het toen als zeer serieus bekend staande Genesis om berucht was. Het, zowel muzikaal als tekstueel, door Tony Banks geschreven nummer is niet echt één van highlights op dit album. Hoewel het fraaie intro nog een hoop goeds belooft, is het toch behelpen tijdens de rest van dit nummer. Simpele drumpartijen, zware basaanslag hier en een slaggitaartje daar. Nee, dat is toch niet het optimale rendement vanuit een zeer getalenteerde groep muzikanten halen. Een aardig tussendoortje maar zeker niet meer dan dat.

vers zes: Blood On The Rooftops

Dames en heren, Steve Hackett! Eindelijk mag de spot ook een keer gericht zijn op Hackett. Een fraaie ballade die Collins en Hackett beiden naar grote hoogte doen stijgen. Samen schreven ze dit nummer en samen voerden ze het ook uit. Tenminste als je de door Banks neergelegde hoogpolige tapijten even niet meerekent. Het zeer gevoelig gezongen nummer zorgt ervoor dat elke ballad van Collins die nog kwam, zo door de jaren heen, telkens weer in de schaduw bleef staan van dit meesterwerk. Het is ook veelzeggend dat Hackett dit nummer nog veel op zijn setlist zet bij zijn solo optredens.

vers zeven: Unquiet Slumbers For The Sleepers…In That Quiet Earth

Een haast jazzy jamverbond tussen Rutherford, Hackett, Banks en Collins. Het redelijk strak en sober keurslijf van “W & W” wordt tijdens dit nummer afgegooid en de heren gaan los. Hackett excelleert op zijn elektrische gitaar, Rutherford laat zijn bas knorren van genot, Collins slaat zijn armen bijna uit de kom en Banks zorgt voor de nodige ondersteuning en daardoor voor het cement tussen de andere instrumentalisten. Een zeer fraai werkje dat regelmatig doet denken aan het geluid van de John Wetton jaren bij King Crimson. Dit schitterende instrumentaaltje loopt vloeiend over in……

vers acht: Afterglow

Afterglow werd al snel een publiekslieveling en Genesis sloot menig concert af met dit liefdeslied. Het woord melodieus is waarschijnlijk naar aanleiding van dit nummer ontstaan, prachtige orkestrale ondersteuning doet Phil Collins al zijn liefdesverdriet in vier minuten stoppen. Dit is zo’n nummer waar je niet al te veel over moet uitweiden, gewoon volume op tien en laat je meevoeren op de wondere wereld die Afterglow heet.Genesis bewees nogmaals wel zonder Peter Gabriel te kunnen en dat het in staat was om de meest prachtige composities in elkaar te draaien zonder dat de charismatische Gabriel de aandacht moest afleiden door allerlei verkleedpartijen. “Wind & Wuthering” is een uitstekende plaat om voluit te draaien in de herfst als de bladeren langs de ramen dwarrelen en met de open haard al knisperend als extra percussie instrument. Maar ik kan uit eigen ervaring vertellen dat deze plaat het ook uitstekend doet midden in de heetste zomer van de eeuw.

Amen.

Sander Kok

Progwereld | Recensies