Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

GTR – GTR

GTR - GTR

Nadat Steve Howe Asia had verlaten omdat hij zijn buik vol had van het door talloze lagen toetsen gedomineerde geluid van deze band, was hij op zoek naar een nieuwe samenwerking. In gesprekken met zijn manager Brian Lane had hij zijn voorkeur voor een gitaargeoriënteerde band en zijn bewondering voor Steve Hackett al een paar keer laten blijken waarop Lane zijn buurman Hackett benaderde met het idee van een samenwerking tussen hem en Steve Howe. Hackett, wiens solocarrière enigszins op een dood spoor was aanbeland, voelde er uiteindelijk wel voor.

Na een aantal maanden in het geheim samen aan nummers te hebben gewerkt, werd er een band samengesteld met Jonathan Mover (kortstondig in Marillion) op drums, basgitarist Phil Spalding en zanger Max Bacon. Als producer werd Geoff Downes benaderd, nadat Trevor Horn niet beschikbaar bleek te zijn. De lijntjes tussen Horn, Downes en Howe waren in die tijd natuurlijk al erg kort. Downes had er met het derde album van Asia net zijn eerste productieklus in samenwerking met Mike Stone op zitten. De invloed van Stone op het geluid van GTR is meteen evident aanwezig in de onmetelijke hoeveelheid galm die het hele album ontsiert. Een euvel waar veel producties uit die tijd, waaronder de Asia-albums ook zwaar onder gebukt gingen.

Met twee zulke symfonische gitaargiganten zou je een puur symfo-album verwachten. Niets is echter minder waar. Howe ging met GTR verder waar hij met Asia al aan begonnen was. Een meer directe en compacte wijze van songs schrijven, die hem langzaam steeds verder van het Yes-idioom deed afdrijven. De typische Hackett-stijl sloot daar vrij goed bij aan. Het resultaat was een AOR-achtig album met symfonisch getinte uitspattingen. Vooral de melodische zang van Bacon en de uitgebreide vocale arrangementen droegen hier veel aan bij.

Veel critici hadden destijds veel moeite met het album. De hoge stem van Bacon werkte bij velen van hen op de zenuwen. Voor de meeste rockcritici van die tijd was het allemaal te hoogdravend en voor de symfo-critici was het té commercieel, gelijk aan de trend van Asia. Beide heren verloochenden hun roots en dat werd niet geaccepteerd.

Achteraf kunnen we rustig stellen dat er een aantal fraaie composities op dit album staat zoals de single When The Heart Rules The Mind, Here I Wait, Reach Out, Toe The Line en Imagining, waarvan de laatste waarschijnlijk het meest symfonisch is. Tevens kregen beide gitaristen een solo-spot op dit album waarbij Hackett To Bits het ruimschoots wint van Sketches In The Sun van Howe. De meeste nummers kennen vrij stevige gitaar georiënteerde structuren die vaak, soms te vaak en te dik, worden ingekleurd met synthesizergeluiden, getriggerd via de destijds innovatieve Roland gitaarsynthesizer. Deze techniek is mede onder invloed van producer Downes toegepast.

Het album verkocht destijds, mede onder invloed van de MTV-aandacht, zeer goed. Goede vooruitzichten voor een opvolger zou je zo denken. De eerste stappen in die richting zijn ook wel gezet, maar de ego’s en verschillende benadering van beide gitaristen hebben uiteindelijk ervoor gezorgd dat de band na twee jaar strandde. Financiële beslommeringen hebben hierbij ook nog een rol gespeeld.
De eerste cd van deze heruitgave is aangevuld met een speciale GTR-mix van The Hunter, waar de ongesynthesizerde gitaren een grotere rol spelen en Howe een I’ve Seen All Good People-achtige begeleiding speelt en zelfs nog een aantal misplaatste countryinvloeden laat horen. Verder treffen we nog een singleversie aan van The Hunter en When The Heart Rules The Mind.

De tweede cd wordt gevuld met een live-registratie van het concert dat GTR gaf in het Wiltern Theater in Los Angeles op 19 juli 1986. Deze live-registratie werd al eens eerder uitgegeven als “King Biscuit Flower Hour Presents GTR” in 1997. Dit concert laat een stevige en hechte band horen. Wat meteen opvalt is dat Jonathan Mover hier veel meer los gaat dan op het album waar producer Downes hem strak aan zijn leiband hield. Het geeft de band wel veel meer drive.

Naast een selectie van de nummers van het album wordt hier ook een aantal nummers uit het solorepertoire en de catalogus van de voormalige werkgever van beide gitaristen gespeeld. De Yes-cover Roundabout komt er hier beduidend beter van af dan de Genesis-cover I Know What I Like, maar dat heeft misschien ook met het timbre van de stem van Bacon te maken. Deze zanger overtuigt live overigens ruimschoots. Hij blijkt meer power en kleur te hebben dan het kille en steriele geluid op het studioalbum. De gitaarsynthesizers zijn live overboord gegooid en vervangen door Matt Clifford op toetsen. De midi-elementen die het gitaarspel moeten omzetten in een midi-signaal voor de synthesizer, hadden een vertragende werking op het geluid waardoor het live onmogelijk te gebruiken was.

Voor wie het originele “GTR”-album en de live-registratie “King Biscuit Flower Hour Presents GTR” al in hun bezit hebben, voegt deze heruitgave niets meer toe dan een cd-boekje met een aardige uiteenzetting van de totstandkoming en teloorgang van deze band, gelardeerd met verhalen van alle betrokkenen.
Voor wie nog geen plaatwerk van GTR in zijn bezit heeft is dit een mooi document van een interessant hoofdstuk in de carrière van zowel Howe als Hackett.

Math Lemmen
Koop bij bol.com

Lees hier ook de recensie van de originele versie van dit album:

Rond de eeuwwisseling leerde ik via (meestal Amerikaanse) verzamelalbums veel nieuwe rocksongs kennen, vaak van artiesten waar ik überhaupt nog nooit van gehoord had. Deze hadden het dan buiten Nederland nog net tot B-artiest geschopt, terwijl ze hier in het beste geval een C(ult)-status hadden. Een van die songs was When The Heart Rules The Mind van een bandje genaamd GTR. Vanaf dat ik dit nummer met al zijn energie en zijn aanstekelijke melodie voor het eerst hoorde, was ik meteen verkocht.

Mijn kennis van en affiniteit met prog was op dat moment nog minimaal. Van Yes kende ik weinig meer dan Owner Of A Lonely Heart en van Genesis weinig meer dan Mama, Land Of Confusion en I Can’t Dance. Laat staan dat ik ooit gehoord had van ene Steve Howe, dan wel Steve Hackett die, nog ruim voor de betreffende hits, in die respectievelijke bands de gitaar beroerden en in die functie ieder een heldenstatus bezaten. Het is dan ook weinig verwonderlijk dat, toen ik het album van GTR in zijn geheel ging beluisteren, ik daar met andere verwachtingen aan begon dan de gemiddelde oudere Howe- of Hackett-fan indertijd.

Het ongetitelde debuut, tevens zwanenzang, van de curieuze samenwerking van deze twee gitaristen, aangevuld met zanger Max Bacon (Nightwing), bassist Phil Spalding (Toyah, Mike Oldfield) en drummer Jonathan Mover (onder andere een blauwe maandag bij Marillion, tussen Mick Pointer en Ian Mosley in), staat bij veel progliefhebbers van de oude stempel bekend als één van de zwartste bladzijden in de geschiedenis van hun favoriete genre. Evenals veel tijdgenoten werd GTR (bij gebrek aan iets symfonischers) nog wel tot de prog gerekend, maar maakten ze op de keper beschouwd toch vooral AOR. Wat dat betreft moet ik ook constateren dat het album vooral een sterperformance van Max Bacon bevat, hoewel de naam van de band anders doet vermoeden.

Hackett had er alweer heel wat solojaren op zitten, na uit Genesis vertrokken te zijn, volgens het publieke geheim vooral omdat zijn songideeën vrijwel unaniem afgewezen werden. Steve Howe’s laatste grote band was Asia geweest, waarmee hij welgeteld twee albums gemaakt had en waar hij met name op het tweede album, “Alpha“  eigenlijk een vergelijkbaar ”˜trauma’ opliep. Niettemin was Hackett blijkbaar het verst afgebroken, want enkel van ”˜zijn’ instrumentaaltje, Hackett To Bits (een variant op zijn aloude Please Don’t Touch), worden de credits aan hem toegeschreven. Howe komt met een echt solo-instrumentaaltje, Sketches In The Sun, een nummer dat qua kleur wat meer op de vroege symfo teruggrijpt (Mood For A Day 2?) dan het stuk van Hackett. Niet helemaal toevallig heeft dat stuk dan ook mijn voorkeur.

De bulk van het album bestaat echter uit up-tempo ”˜stadionrock’ die redelijk in het verlengde ligt van het openingsnummer, waarbij de aanwezigheid van de beide gitaristen naar voren komt in net iets meer en net iets langere solo’s dan bij veel andere contemporaine rockplaten. Voor veel progliefhebbers is deze muziek toch wat gewoontjes en anderzijds bevat hij voor veel AOR-liefhebbers toch nogal wat vreemde wendingen in het basistempo (Here I Wait, Jekyll And Hyde, You Can Still Get Through). Voor degene die zich graag op het snijvlak van AOR en prog begeeft (zoals ondergetekende) levert het een hoop genietbaars op. Reach Out (Never Say No) is een prima powerrocker, onsterfelijk door een goed gevonden basisriff: een echt kind van zijn tijd zogezegd. Imagining had zo in het post-”Relayer“-Yes repertoire gekund.

Een aparte vermelding is er voor de beide ballades. Toe The Line is alleszins behoorlijk, maar het echte prijsnummer van de plaat is het stemmige The Hunter, gecomponeerd en geproduceerd door niemand minder dan Geoffrey Downes. Dit nummer is later ook nog door Asia zelf uitgevoerd, wat enigszins pijnlijk duidelijk maakte waarom het soms goed is als componist en uitvoerende zich ieder van hun eigen kwaliteiten bewust zijn.

Beter dan enig Yes- of Genesis-album uit de jaren ”˜80 en beter dan Asia’s toenmalige laatsteling, is het enige studioalbum van GTR een bijna verplicht kleinood voor de progressieve AOR-liefhebber. Alleen niet aan te bevelen aan de conservatievere Hackett- en Howefans.

Casper Middelkamp
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies