Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Hourglass – Oblivious To The Obvious

Hourglass ”“ Oblivious To The Obvious

Het Amerikaanse Hourglass is tot veel moois in staat. Op “The Journey Into” uit 2002 en “Subconscious” uit 2004 gaf men hier al blijk van en het recente “Oblivious To The Obvious” onderstreept deze stelling andermaal. Door het eigenwijze karakter van de muziek is de band moeilijk in een hokje te plaatsen. Niet onoverkomelijk trouwens hoor, sterker, persoonlijk luisteren wij graag naar cd’s die wat verrassing bieden. Een uur lang aaneengesloten zwijmelen of juist flink van leer trekken is vaak een lange zit en minder ons ding.

Hourglass is er eens goed voor gaan zitten want men heeft zich op dit laatste wapenfeit extra compositorische ruimte gegund door maar liefst twee goed gevulde zilveren schijfjes te gebruiken. Voor Progwereld mede aanleiding om cd 1 door Govert en cd 2 door Hans te laten bespreken.

Door de ruim toegekende speeltijd krijgt elk idee flink ruimte om te groeien en die ruimte wordt optimaal benut op de stevige, sfeervolle opener On The Brink. Lekker technisch drumwerk staat aan de basis van een afwisselende song met dynamisch gitaar- en toetsenwerk en overtuigende, soms helder en dan weer rauw klinkende zang. Nieuwkomer Michael Turner – opvolger van Cody Walker die de band niet langer kon combineren met zijn andere werkzaamheden – geeft een prima visitekaartje af. Regelmatig wordt gas teruggenomen om ruimte te bieden aan uiteenlopende sfeerelementen, waardoor het geheel tot een mooi ambachtelijk en eigenzinnig progmetal product versmelt.

Op Homeward Bound, dat hoewel iets korter dan de opener toch ook op tien minuten klokt, laat men de teugels vieren en geeft men op jazzy, soms funky wijze invulling aan een song met een warm, organisch karakter. Zonder echt indruk te maken luistert het prettig weg, maar had men voor een enkele cd keuzes moeten maken dan zou deze song het vast niet gered hebben.

Pawn II, het vervolg op Pawn van het debuutalbum, creëert van meet af aan aanzienlijk meer spanning met een minutenlange opbouw in Spaanse stijl om vervolgens met een bijzonder aanstekelijk refrein dat lekker blijft hangen ruig te vervolgen. Hier en daar wat Oosterse invloeden fleuren het geheel nog verder op, terwijl de toetsen zorgen voor een stemmige deken. Dream Theater zal voor deze in delen opgeknipte song een belangrijke invloed zijn geweest. Al met al een sterke song.

Faces is een ingetogen, emotionele track waar de band zich van zijn rustige kant laat horen. Piano, golven op het strand, warme gitaarklanken en uitstekende zang. Enig tempo wordt pas in de laatste twee minuten gemaakt en sluit deze track daarmee in stijl af.

Afsluiter van cd 1 is het ruim 21 minuten durende 38th Floor. En helaas is dit het schoolvoorbeeld van een nummer waarin met gemak minimaal tien minuten weggelaten had kunnen worden. De opbouw is verdienstelijk maar echt veel indruk maakt het allemaal niet. Het heeft nog het meest weg van een jamsessie waarbij niet vaststaat hoe de song zal verlopen – laat staan eindigen. Je ziet al ruim van tevoren aankomen dat men halverwege gaat vervallen in instrumentale krachtpatserij en nog erger wordt het als men er vervolgens tien minuten muziek voor bij het kampvuur aan vastknoopt. Tja, en die laatste uithalen ter afsluiting zit niemand meer op te wachten, lijkt me. Ook hier geldt: had men niet twee schijfjes tijd gehad zou dit de plaat nooit in deze vorm gehaald hebben. Jammer.

Een beetje lezer van deze website weet waarschijnlijk dat ik (Hans) een voorliefde koester voor lange intro’s en instrumentale stukken. Op cd 2 word ik al gelijk op mijn wenken bediend.
Facade opent immers met een dijk van een intro. Sferische toetsen openen het nummer in een serene omgeving. Traag en huilend gitaargeluid valt bij waarna ritmische basgitaar en fraai ”˜open’ drumwerk zorgen voor een zeer sterk opgebouwd intro van welgeteld zes minuten.
Het is juist in dit soort passages dat het uitstekende drumwerk van John Dunston tot zijn recht komt. Deze Dunston is een technische drummer. Hij maakt vaak gebruik van rollende drums en is een meester op de bekkens. Het is daarom zo jammer dat in vocale stukken de drums gewoon niet goed zijn gemixt, waardoor vooral de bekkens hun effect volledig missen. Ook klinkt de dubbele basdrum nog wel eens als het geroffel op een houten tafel. Naar mijn mening een productionele misser want het geluid zou een stuk voller zijn geweest.

Skeletons is met zijn krappe zeven minuten het kortste nummer van deze dubbelaar. Ook nu weer een spectaculaire opening met vervormde basgitaar dat we kennen van Pink Floyd’s One Of These Days. Met On The Brink is dit het meest progmetal-achtige nummer met zware gitaarriffs van Brick Williams. Het is ook het enige nummer waar de dubbele basdrum wel goed tot zijn recht komt.

Onoverkomelijk maar volkomen overbodig in mijn ogen is de saaie en eentonige ballad Estranged. Niet meer doen graag, het haalt de vaart uit jullie muziek! Dit in tegenstelling tot het instrumentale en op Dream Theater leest geschoeide Delirium. De heren geven hier blijk met gemak het Dream Theater geluid aan te kunnen en gelukkig te kunnen voorzien van eigen identiteit en geluid.

De laatste dertig (!) minuten zijn gereserveerd voor het indrukwekkende Oblivious To The Obvious. Het nummer bestaat uit vijf delen. Waar de groep zich op cd 1 aan 38th Floor heeft vertild, daar blijft men hier van begin tot eind overeind. Dit nummer vertelt het tragische verhaal van een man die door een slechte jeugd later niet in staat blijkt om zijn eigen kinderen goed op te voeden. Zijn berouw komt te laat omdat hij jong aan kanker sterft. In het interview met Brick Williams vertelt hij zelf meer over de aanleiding en achtergrond van dit nummer.

No Chance heeft een Spock’s Beard-achtig geluid met een hoofdrol voor piano en basgitaar. Op Realization zet Michael Turner aanvankelijk zijn beste zangprestatie neer. Dit gevoelige deel doet mij sterk aan Sylvan denken. Het tempo gaat omhoog op Remember Me en hierop geeft Turner weer het beste wat hij heeft. Jammer alleen dat hij zichzelf met enkele hoge uithalen overschat. Een stuk pure funkrock zorgt voor de naadloze overgang naar In My Hands waarin men weer een tandje bij schakelt. Het gedegen instrumentale Redemption zorgt voor een waardige afsluiting.

Met “Oblivious To The Obvious” heeft Hourglass zichzelf niet overtroffen. Dit had men wellicht wel gedaan door de sterkste nummers van deze dubbelaar op een enkel schijfje te persen en door meer aandacht te schenken aan de productie. Nu worden uitstekende stukken muziek afgewisseld met bedenkelijke, overbodige passages die het geheel omlaag trekken. Voor alle duidelijkheid wordt nog wel opgemerkt dat Hourglass laat horen de kwaliteit van de vorige albums te kunnen evenaren. Een dubbelalbum volspelen blijkt echter op basis van hetgeen op “Oblivious To The Obvious” is te horen wat overambitieus. Toch behoudt deze sympathieke groep een speciaal plekje in ons Progwereld hart. Ondanks de kritische kanttekeningen zal deze cd absoluut een breed publiek aanspreken.

Govert Krul en Hans Ravensbergen

Progwereld | Recensies