Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Indrek Patte – Thank And Share

Indrek Patte - Thank And Share

Indrek Patte is een inmiddels 56-jarige componist / zanger / multi-instrumentalist uit Estland die zijn inspiratie put uit de groten van de symfonische rock uit de jaren zeventig. Op zijn website noemt hij namen als Genesis, Yes, Gentle Giant, ELP, Jethro Tull en Camel. Recentere invloeden zijn Transatlantic en Neal Morse.

Als 15-jarige begon hij zijn carrière als zanger en toetsenist van de lokale band Elf. Na diverse omzwervingen bij enkele Estse bands richtte hij zich op het opnemen, mixen en arrangeren, om uiteindelijk te belanden bij het schrijven van filmmuziek. In 1996 kreeg Indrek een belangrijke cultuurprijs in Estland als beste producer en arrangeur en een jaar later een prijs als beste componist van filmmuziek. In 2003 bracht hij samen met een aantal muzikale vrienden een Led Zeppelin tribute onder de naam Led The R out uit, in samenwerking met het Narva Town Symphony Orchestra. In 2004 werd Patte Christen en begon in een worship-band te spelen. In het verlengde hiervan bracht hij in 2011 zijn eerste soloalbum “Celebration” uit. Naast de religieus getinte teksten getuigde de muziek op dit album van zijn grote voorliefde voor de prog-rock. Deze lijn wordt doorgezet op de opvolger “Thank And Share”.

Dit album opent sterk met Light Ship, een catchy song met een sterk refrein dat zomaar uit het Asia-songbook zou kunnen stammen. Wel iets rijker geïnstrumenteerd met Hackett-achtig gitaarwerk. Het proggy middendeel komt helaas wat geforceerd over om vervolgens weer in het jubelende Jesus-refrein uit te monden en lekker naar het einde weg te soleren.
Het tweede nummer Dance In Livland voert ons terug naar de middeleeuwen (een geliefd thema in de symphonische rock). Livland is de Engelse naam voor Livonia, zoals het gebied rondom de Baltische Zee tijdens de middeleeuwen door de inheemse bevolking werd genoemd. De opening van dit nummer is doorspekt van mooie nostalgische en pastorale klanken, waarna we instrumentaal worden meegenomen in het robuuste gewelddadige wapengekletter uit die tijd.
Ook het opgetogen Promises begint veelbelovend, maar kan in het (te vaak herhaalde) refrein helaas niet overtuigen. De gitaarsolo in het midden maakt gelukkig weer veel goed.
In tegenstelling tot de rest van het album is The Servant Soul al in 1988 is opgenomen. Door de onnatuurlijk hoog klinkende zang doet dit nummer erg denken aan de pogingen van Jon Anderson destijds om wereldmuziek in zijn muziek te integreren. Ook bij Indrek Patte blijft het helaas bij een poging.
Het instrumentale In Memories roept aanvankelijk een beklemmende sfeer op, maar doordat het thema voortdurend wordt herhaald zonder iets aan de instrumentale invulling te veranderen, valt de aandacht weg en wordt het saai.

Het geluid op dit album is mooi helder met lekker klinkende drums. Het gitaarwerk is goed verzorgd, met name de solo’s. Ook in de toetsen horen we met regelmaat lekkere synthesizerriedels, al zijn de gebruikte geluiden wel vaak gedateerd. Na de twee sterke openingsnummers zakt het album echter enigszins in. De overige nummers variëren van wisselvallig tot matig. Dat heeft vooral te maken met de matige muzikale ideeën en het gebrek aan eigen geluid. In die zin bevestigt Indrek Patte hier helaas de conclusie van collega Wouter Bessels in zijn recensie van Patte’s debuut-album, “Celebration”.

Math Lemmen

Progwereld | Recensies