Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Jadis – More Than Meets The Eye (Special Edition)

We schrijven het jaar 1992. Nog voordat het langverwachte comebackalbum van IQ, “Ever”, uit is duikt daar ineens het bandje Jadis op met zo waar twee leden van IQ aan boord. Tenminste, zo kwam het bij heel veel mensen over, maar deze band heeft altijd zanger / gitarist Gary Chandler als spil gehad en de geschiedenis van deze band gaat al terug tot midden jaren ‘80. Een geschiedenis die zowel verbonden is met die van Marillion als ook die van IQ in de vorm van optredens als supportact tijdens resp. de “Clutching At Straws”-toer en de “Nomzamo”-tournee. Maar het is in 1989 dat de band op z’n gat ligt en Chandler helemaal opnieuw moet beginnen en uiteindelijk weer in contact komt met toetsenist Martin Orford. Een meer dan capabele drummer word nota bene in de kleine woonplaats van Chandler gevonden in de vorm van Steve Christey en na een korte periode met bassist Nick May gaat IQ-bassist John Jowitt die plek innemen.

Jadis - More Than Meets The Eye (Special Edition)

 Het originele album

 

Met uitzondering van Sleepwalk, Wonderful World en Holding Your Breath heeft het materiaal op dit album al een even lange geschiedenis als de band zelf. Maar wat ze met elkaar gemeen hebben is dat het allemaal uiterst aanstekelijke, hypermelodieuze nummers zijn die sterk gefocust zijn op de grote troef van Jadis: Gary Chandler’s schitterende gitaarspel.
Sleepwalk is zo’n beetje het archetypische Jadis-nummer: een up-tempo openingsgedeelte dat uiteindelijk overgaat in een langzamer deel dat dan weer toewerkt naar een majestueus slot, dat een schitterende tapijt is waar over Chandler zijn kunstje mag doen. Heel opvallend aan de nummers op dit album is dat de gitaarsolo’s meer memorabel zijn dan de zangpartijen. Het zijn dan ook vaak niet eens solo’s die hij speelt, maar gewoon goede uitgekiende gitaarmelodieën.

Een ander opvallend aspect aan de muziek op dit album is dat ze eigenlijk allemaal niet echt voldoen aan het criterium van een normale rocksong. Veel nummers hebben niet eens een echt refrein maar zijn een opeenstapeling van verschillende delen. Hiding In The Corner en G.13 zijn daar erg goede voorbeelden van. Eerstgenoemde is eigenlijk veel meer een instrumentaal stuk met een kort stukje tekst en het tweede is een combinatie van een up-tempo deel gekoppeld aan het slotdeel dat begint met de mooie zangmelodie ”˜I wish the sun would shine on me…’. Heel mooi is hoe Chandler een gitaar-tegenmelodie met zijn zangpartij weet te verweven om uiteindelijk aan het slot wederom zo’n heerlijke solo uit zijn mouw te schudden.

Wonderful World laat Jadis op z’n meest symfonisch horen. Een akoestische gitaartokkel opent het stuk waarna Martin Orford de boel mooi inkleurt met zijn toetsen. Zijn spel is op dit album van een heel andere, lichtere aard dan dat hij ooit bij IQ heeft gedaan. Hij creëert de basis, ondersteund door het sterke fundament neergelegd door de ritme-sectie Jowitt / Christey, waardoor Chandler de gelegenheid krijgt om zich van zijn sterkste kant te laten zien. Heel mooi is zijn vraag-en-antwoord gitaarspel in het midden van dit stuk. En ook dit nummer is best wel een beetje ongewoon, want ik ken eigenlijk maar weinig stukken met zo’n trieste tekst als deze gecombineerd met zulke opzwepende, meeslepende en opbeurende muziek. Ik kan er niks aan doen maar als Chandler ”˜…and as the darkness takes the day, a thousand people fade away’ aan het eind van dit stuk zingt, om vervolgens met het meest extatische moment van het hele album te komen, komt er een grote glimlach op m’n gezicht.

Perfect getimed loopt dit stuk door in het ingetogen titelstuk van het album. Openend met fluitspel en zacht getokkelde elektrische gitaar krijgen we een korte zangpassage voorgeschoteld, waarna er een orkestraal deel volgt met wederom Martin Orford’s fluitspel in de hoofdrol. Het afsluitende ”˜Nananana’-gedeelte is hoe ogenschijnlijk banaal het ook overkomt zo op papier altijd al een favoriet meezinggedeelte van me geweest.

The Beginning And The End is één van de oudste stukken op dit album en is zo’n stuk dat in latere jaren nog vaker op zal duiken op Jadis-albums: een langzame, simpele groove, een mooie zangmelodie en wederom Chandler’s gitaarspel in de hoofdrol. Gebruikmakend van dezelfde techniek als Eddie Van Halen in zijn solo in het nummer Jump (of Michael Jackson’s Beat It), maar dan een stuk langzamer en melodieuzer werkt Chandler uiteindelijk naar het grote slot van dit stuk toe gevuld met zweverige toetsenakkoorden, lekker jankend gitaarwerk en donderende baspedalen.

Holding Your Breath is het lange instrumentale slot van dit album. Het zit tjokvol ideeën die net genoeg ruimte krijgen om tot ontwikkeling te komen. Het is ook niet zo gek dat dit nog na al die jaren een echte live favoriet is, omdat het in een tijdsbestek van net geen 10 minuten zo ontzettend veel kanten op gaat. Het mooiste moment vind ik nog altijd de toetsenmelodie c.q. solo vlak voor de laatste gitaarsolo in dit stuk.

Jadis presenteert op dit officiële debuutalbum misschien wel de meest zonnige, opbeurende symfo die er ooit gemaakt is. Ja, het lijkt muziek gespeend van enige pretentie of boodschap en ja, het is zo aanstekelijk als het maar zijn kan mits je je er voor open wilt stellen. Maar terugkijkend durf ik gerust te stellen dat met uitzondering van IQ’s “Ever” of “Subterranea” dit misschien wel het meest ultieme jaren ‘90 neoprog schijfje is. Het maakt niet uit wanneer ik dit schijfje op zet, het lijkt altijd als of de zon doorbreekt na een fikse zomerregenbui.

De Bonus CDWe schrijven het jaar 2005. “More Than Meets The Eye” (MTMTE) wordt opnieuw uitgebracht door InsideOut en er wordt een extra cd aan toegevoegd en wat voor een! 11 nummers (het korte Baboon Enquiries niet meegerekend) uit de vroege geschiedenis van Jadis en eindelijk de kans voor velen om de befaamde Jadis LP eens te horen. Ja, je leest het goed. Nog voordat MTMTE uitkwam was er ook al een langspeelplaat met daarop nummers die de band in 1987 en 1989 had opgenomen onder productionele leiding van Steve Rothery (Marillion). Een aantal van deze nummers zou later nog in nieuwere uitvoeringen opduiken op verzamel-cd’s (This Changing Face), op ep’s (o.a. Follow Me To Salzburg) of op hun debuut-cd (G.13 en The Beginning And The End). Dit alles maakt het voor Jadis-fans eigenlijk een bijna verplichte aanschaf en niet alleen vanuit een puur historisch perspectief of verzamelaarwaarde.

 

Het laat ons mooi horen waar Chandler c.s. de mosterd vandaan haalden op het muzikale vlak. Want ja, je hoort de Marillion-invloed terug in die nummers, maar je hoort ook dat Chandler nog lang niet zeker van zich zelf is in zowel zijn zang als zijn gitaarspel dat nog niet zo prominent aanwezig is op deze nummers. En toch zitten hier juweeltjes tussen. Het broeierige Follow Me To Salzburg bevalt me prima in deze uitvoering en ondanks dat Pete Salmon geen Martin Orford is, vind ik zijn dartelende fluit-achtige solospel in dit stuk erg mooi. En dat Taking Your Time al die jaren zelfs nooit meer live is gespeeld, vind ik rondweg crimineel te noemen. Een mooi ingetogen Jadis-nummer met een schitterende slepende gitaarsolo aan het slot.

En dan nog even over waar Chandler de mosterd vandaan haalt: de erg vroege versie van The Beginning And The End, die inderdaad qua opname misschien niet denderend is maar dat goed maakt in sfeer, heeft een onmiskenbare Genesis-”Wind And Wuthering”-sfeer. De oplettende lezer van het cd-boekje zal opvallen dat er hier nog een link is met IQ in de vorm van de eerste IQ-drummer Mark Ridout en gitarist Les Marshall, die nog een tijdje bas zal spelen bij IQ in de periode voor de comeback in de jaren ‘90. Overigens, wie bespeelt die Mellotron aan het eind van dit stuk? Het boekje geeft geen uitsluitsel.

De Remix en RemasteringNog steeds schrijven we het jaar 2005 en Chandler grijpt de kans om voor deze heruitgave het album van een grondige facelift te voorzien. Dat resulteert uiteindelijk in een album dat qua klank beduidend dieper, zwaarder en breder klinkt dan het origineel en daardoor ook meer aansluit bij de opvolger “Across The Water” waarvoor men toen duidelijk een ruimer budget had dan voor het debuut. Dat maakt dat er voor diegenen die al jaren dit album kennen er verschillende momenten zijn op deze nieuwe versie dat je zult denken: ”˜He, zat dat er altijd al in?’. Bepaalde meerstemmige gitaarpartijtjes die nu veel beter te horen zijn, een Hammondorgel in Hiding In The Corner die nu duidelijker in de mix zit en Steve Christey’s drumstel dat nu lekker vol klinkt. Om nog maar te zwijgen van de veel prominentere plaats die de baspedalen op de goede momenten hebben gekregen in het geluidsbeeld. Kortom, het is zoals met dat oude schilderij op zolder waar jaren niet naar is omgekeken waarbij na een grondige schoonmaakbeurt blijkt dat het om een schitterend stukje kunst gaat.

 

Christian Bekhuis

Progwereld | Recensies