Steun ons voor een nieuwe website.
Klik hier voor onze crowd funding actie

JPL – Cannibales

cannibales.jpg

 Deze JP zie ik helemaal zitten. In dit geval staat JPL voor Jean Pierre Louveton, gitarist, zanger en componist bij de bruisende Franse progband Nemo. “Cannibales” is zijn derde solo-cd, maar op zijn site is het de eerste die hij aanduidt als zijnde progressief. Nu staat de Franse keuken bekend als excellent, maar of deze portie ‘mens’ bij de progressieve fijnproever zal smaken valt nog te bezien.

Ik heb geprobeerd deze cd los te zien van het werk van Nemo, maar dat is nagenoeg onmogelijk. Beide werelden zijn teveel met elkaar verweven, maar er is toch ook een aantal significante verschillen aan te duiden. Zo zouden nummers als de opgewekte chanson Rien Ne Colle of het instrumentale Patrick Rondadt-achtige  Guest Star War, waar drie gastgitaristen elkaar de loef proberen af te steken, nooit op een album van Nemo hebben kunnen staan omdat ze te anders zijn. Het lijkt me daarom niet verkeerd om Nemo wat nader te introduceren.

Nemo mag met hun gedreven stevige vorm van progrock gelden als Frankrijk’s hoop voor de toekomst. Hun muziek is een dampende smeltkroes vol prog, hardrock, fusion, psychedelica en zelfs funk. De vier espoires hebben inmiddels drie albums volgespeeld die getuigen van hun capaciteiten als ”˜songsmiths’. Alhoewel de prog van de heren democratisch tot stand komt is Nemo toch het vlaggenschip van kapitein Louveton met aan zijn linkerhand toetsenist Guillaume Fontaine. Beiden zingen en wel in het Frans, hetgeen de nodige hartstocht aan de muziek toevoegt. Louveton, die leadzanger is, klinkt er in al z’n emoties soms wat wankel, maar dat is best overkombaar en na een tijdje stoort zijn nasale geluid niet meer zo.

Je zou “Cannibales” kunnen beschouwen als een minder rijke Nemo-plaat, waarbij ik direct wil aantekenen dat ik dit album minstens net zo waardevol vind, zo niet nog waardevoller. Een aantal nummers van deze cd spreekt me buitengewoon aan, terwijl ik eigenlijk alle andere nummers ook graag mag horen. “Cannibales” is gitaargericht. Louveton heeft z’n instrument niet al te vaak in de etalage gezet en is puur in dienst van de nummers bezig. Hij wordt overigens op toetsen ondersteund door zijn Nemo-maatje Fontaine die zich behoorlijk gedeisd heeft gehouden. Qua speelstijl kan je Louveton enigszins vergelijken met Martin Barre van Jethro Tull, maar pas op want de muziek van Louveton lijkt voor geen sikkepit op die van de Britten. Het zijn uitsluitend de tokkels, het vele gebruik van de akoestische gitaar, de lekkere slagjes, riffs en loopjes, alsmede de sporadische solo’s die me tot deze vergelijking hebben gebracht.

Cd-opener Trop Tard kent orkestrale brassgeluiden met elektrische gitaar. Dit stukje wordt abrupt afgebroken voor een kort getokkeld fragment met dromerige zang. Dit klinkt prettig. Met Comme Les Autres  wordt dan duidelijk dat Louveton er qua zang behoorlijk op vooruit is gegaan. Tussen alle vreemde maatsoorten in blijft zijn stem recht overeind met zijn poëtische brouwsels. Hij zingt met meer beheersing en geeft vrij toegankelijk uiting aan zijn visie op de relatie mens-maatschappij. Vooral het meerstemmige 7/8-ste deel weet enorm aan te spreken. Ook de chansonprog van Rien Ne Colle zal er in gaan als koek. Toen ik dit nummer voor het eerst hoorde op het zonovergoten terras van mijn vakantiebestemming in Rundumhausen, kon ik maar aan één ding denken: dit is een regelrechte zomerhit. Typisch is dat dit sprankelende nummer met z’n heerlijke melodie niet is geschreven door Louveton zelf maar door ene Jacques Jamon. De drums van Olivier Soumaire zijn er opzwepend en zorgen voor een vrolijke ambiance, al snap ik geen jota van de tekst.

St. Petrol vormt een fraai kontrast met z’n vrij donkere zwaarmoedige sfeer. Het gaat over luchtvervuiling van de grote jongens en naar mijn idee blijven de donkere wolken iets te lang hangen hier. Het middenstuk is vrij jam-based met heerlijk gitaarspel. In dit nummer maken we overigens kennis met Lionel B. Guichard, de nieuwe bassist van Nemo. Louveton speelde vroeger in een funkband en dat is goed te horen aan Télécommandés dat klinkt als een harde variant op Lenny Kravitz. Voor de Nemo-kenner zou ik het willen vergelijken met Générateur van “Présages”. Het baswerk van Manu Defay is trouwens om je vingers bij af te lebberen. Als de duimen omhoog zijn gegaan voor het variatie biedende Guest Star War komen de twee beste nummers van het album, Le Prix De L’exil en het titelnummer. Het moet wel gezegd worden dat beide zeer Nemo-achtig klinken maar dat vind ik absoluut prima. Het titelstuk bevat prachtig gitaarspel en goede melodieën. Het eind is zeer maf, want na een stel psychedelische toetsenakkoorden hoor je daadwerkelijk de kannibalen rond de pot dansen. Tot slot komt Louveton nog met een bonustrack. Het betreft hier een ingekorte versie van Le Prix De L’exil, maar ook al zet je het mes erin het blijft een geweldig nummer.

Louveton heeft met “Cannibales” een goed gevarieerde cd gemaakt die gelukkig wat toe weet te voegen aan het oeuvre van Nemo en geen slap aftreksel daarvan is. “Cannibales” smaakt me prima. Het is weliswaar geen haute cuisine, maar Louveton  krijgt van mij toch een Michelin-ster.

Dick van der Heijde

Progwereld | Recensies