Like ons ook op Facebook of meld je aan voor onze mailinglist

Karfagen – Continium

Karfagen - Continium

“Continium” is het ”˜net niet’-debuut van de Oekraïense band Karfagen. Vlak na de band’s oprichting in 1997 door Antony Kalugin werd al een album gemaakt dat echter geenszins te vergelijken valt met het hier te bespreken product. “Continium” is in die zin toch een debuut daar het de eerste cd is van de band op een flink label, namelijk Unicorn Digital.

Karfagen is het Oekraïense woord voor Carthago. Deze Tunesische stad werd in de negende eeuw voor Christus door de Romeinen geheel verwoest. Op de ruines van het platgebrande bolwerk stichtten de Romeinen een nieuw Carthago dat met z’n pracht en praal van villa’s, tempels en thermische badhuizen uitgroeide tot de administratieve hoofdstad van het Romeinse Rijk in Afrika.

Kalugin heeft de bandnaam destijds goed gekozen, want Karfagen kent met deze schijf eveneens een tot de verbeelding sprekende wederopstanding. De band heeft gedurende enkele jaren op een bijzonder laag pitje gestaan waardoor Kalugin zich volledig kon richten op z’n solocarrière. Dat leidde tot “The Water”, zijn solo-cd uit 2002, alsmede tot zijn deelname aan enkele commercieel getinte new age-projecten en een 40-tal gastbijdragen aan albums van anderen. Het heeft hem de nodige roebels opgeleverd waarmee hij en het heropgerichte Karfagen glorieus de studio kon induiken om “Continium” op te nemen.

Kalugin heeft heel wat in zijn mars want als je in een paar jaar tijd op meer dan 40 albums wordt uitgenodigd ben je beslist geen koekenbakker. Kalugin komt in de nagenoeg instrumentale muziek met mooie, smaakvolle melodieën in een nogal glad, gesofisticeerd geluid dat uiteenloopt van warm atmosferisch tot explosief bombastisch. Niet zelden heeft dit een folkloristische ambiance richting Iona ten gevolg zoals in A Winter Tale – Part 1, maar de band komt toch ook met Clepsydra-achtige neo-prog. Luister even naar A Winter Tale – Part 2.

Kalugin is met zijn toetsenspel echt mister Karfagen. Toch kent Karfagen in de persoon van Oleg Polyanskiy nog een tweede toetsenist om Kalugins’ composities gestalte te geven. Polyanskiy speelt hoofdzakelijk piano en orgel in een stijl die me doet denken aan die van Don Airy op zijn “K2″-album. Ook is de naam Camel nooit ver weg met dit smakelijke orgelspel. Dat de toetsen zo’n enorm prominente plaats innemen wil niet zeggen dat het de muziek ontbreekt aan een rock-insteek; verzorgde drums en slepende bas geven het totaal fraaie ritmes en de weelderige gitaar laat de muziek ver uitsteken boven een new age-niveau. Gaandeweg het album komt er trouwens steeds meer jazzrock in met o.a. een geweldige gitaarsolo in Amused Fair, mijn hoogtepunt van de cd. Allerlei passages fluit, accordeon, akoestische gitaar, Duduk (een rietinstrument dat vaak gebruikt wordt in de Armeense volksmuziek) en bijvoorbeeld enkele vocalisaties plus wat geluidseffecten hebben het geheel een sterk cinematografisch karakter gegeven dat zich laat meten met het oude werk van Gandalf.

“Continium” heeft er alle schijn van een concept-cd te zijn. Toch is hij dat niet, althans niet dat ik weet. De cd telt tien nummers, negen van het reguliere album en een bonustrack. Close To Heaven heet dit niemendalletje en ik word er niet blij van, vooral niet vanwege die Lois Lane-achtige zang. Tevens heeft het reguliere album met het zweverige Muse, dat fraai jazzy gitaarwerk kent, een mooie afsluiter waardoor de bonustrack eigenlijk overkomt als mosterd na de maaltijd.

Het hoesontwerp sluit nauw aan bij de kleur van de muziek. De voorkant is de moeite waard maar die binnenkant… Tjonge jonge. Die roept een waar nachtmerrie déjà vu op aan de hoesjes van weleer op het label van SI. DIT IS VOLSTREKT ONLEESBAAR. Enfin, dan heeft deze supertoegankelijke cd toch nog iets ontoegankelijks.

Dick van der Heijde

Progwereld | Recensies