Maak kans op toegangskaarten voor Habitants in De Effenaar te Eindhoven op Zondag 7 April 2019, met in het voorprogramma Thalamus. Klik hier voor onze wedstrijdpagina!

Karmakanic – Who’s The Boss In The Factory

karmakanic.jpg

Ja, na het beluisteren van het derde album van Karmakanic is het duidelijk wie in deze tent de baas is!

Vier jaar hebben we gewacht op “Who’s The Boss In The Factory”. En het was het wachten meer dan waard. “Entering The Spectra” was in 2002 niet meer dan een goed debuut van een groep die bestond uit een bij elkaar geraapt stelletje muzikanten uit andere gerenommeerde groepen. Ging menig fan in 2004 bij de opvolger “Wheel Of Life” al wat meer rechtop zitten, bij dit meesterwerk van Karmakanic zal diezelfde fan het wel van de daken willen schreeuwen. ”˜Mister Groove’ zelf, als wereldbewoner bekend onder de naam Jonas Reingold, heeft het begrip progressieve rock op deze schijf immers weer een nieuwe dimensie gegeven.

Karmakanic is volwassen geworden en dat mag, nee moet iedereen horen. De groep kent nu een vrijwel vaste bezetting, die per album wordt aangevuld met een stuk of wat gastmuzikanten.
Bij het zien van de line-up zal menigeen een zucht slaken en zelfs een (te) snelle conclusie trekken dat het vast wel een Flower Kings-achtige bedoening zal zijn geworden. Niets is echter minder waar, of toch?

De eerste seconden van Send A Message From The Heart zijn breekbaar en aandoenlijk tegelijk. Het is immers de vijfjarige Alex Reingold die de eerste paar zangregels voor zijn rekening neemt, begeleid door Mellotron en zachte synthesizer. De toetsen zwellen aan, het ritme gaat omhoog en een onmiskenbare Flower Kings intro wordt jouw deel. Het zijn de formidabele en ferme klappen van Zoltan Csörz op de drums die het geluid nog majestueuzer maken. Qua stijl is er niets nieuws onder de zon. Maar wat wil je wanneer je als baas de muziek omschrijft als ”˜traditioneel klassieke progressieve rock met invloeden van fusion en jazz’ (citaat Jonas Reingold).

Ook de baas zélf laat zich natuurlijk niet onbetuigd en voorziet de muziek van zijn overbekende en overheersende basspel. Maar mag het ook zijn bedrijfsfeestje zijn? Zoals het een goede manager betaamd krijgt ook het personeel ruim gelegenheid om naar hartelust te soleren. Zo speelt Lalle Larsson halverwege Send A Message From The Heart een wervelende toetsensolo op dit vrolijke en zonnige nummer. Deze Larsson is overigens een nieuwe naam in ons genre. De man is van oorsprong pianist met inmiddels een behoorlijke staat van dienst getuige zijn bijdrage aan een slordige twintig albums van artiesten in uiteenlopende genres. Gitarist en alleskunner Krister Jonsson is natuurlijk bekend als de betrouwbare en loyale medewerker die niet vies is van een lang uitgesponnen en slepende gitaarsolo.

Grote contrasten kent Let In Hollywood met enerzijds akoestisch gitaarspel en een springerig ritme, die worden afgewisseld met bruut gitaargeweld van Jonsson. De heren spelen met het grootste gemak – en gelukkig alleen op dit nummer – progressieve metal.

Dat Göran Edman de juiste zanger voor Karmakanic is, was natuurlijk al bekend. Op het zeer afwisselende Who’s The Boss In The Factory laat hij dat allemaal nog eens horen. Spookachtig laag, haast bezwerend zingt hij je toe om moeiteloos over te schakelen op een hogere octaaf. De rustige momenten worden ingevuld door jazzy en frivool pianospel van Larsson dat zo simpel klinkt maar tegelijkertijd erg functioneel is. Subtiel wordt toegewerkt naar een fraaie en pompeuze climax met overduidelijke trekjes van The Flower Kings.

Naast het vaste personeel zijn er ook enkele uitzendkrachten ingezet. Het is een goede keuze van Reingold om deze krachten hun kunsten op niet meer dan één nummer te laten vertonen. Het is en blijft het feestje van Reingold, ik memoreerde het al eerder. Op Two Blocks From The Edge is Theo Travis aan de beurt om zijn tenorsaxofoon luid en duidelijk te laten klinken. Mede door zijn herkenbare spel doet het geheel hierdoor wel aan The Tangent denken.

Het afsluitende en uit twee delen bestaande Eternally is van een geheel andere orde. Het nummer is door Reingold opgedragen aan zijn ouders die beiden vlak voor Kerstmis 2007 bij een verkeersongeval zijn omgekomen. Het klassieke pianowerk van Lalle Larsson in Part 1 lijkt in die zin een vreemde eend in de bijt, maar vormt een prachtige brug naar het mooie en gevoelige Part 2. Om het gevoel nog meer tot uitdrukking te laten komen is gebruik gemaakt van echte strijkinstrumenten. Een voorname rol is weggelegd voor accordeonist Lelo Nika. Wat zo’n instrument aan melancholie en gevoel kan brengen is op 2 februari 2002 voor volk en vaderland duidelijk geworden. Het getuigt van moed, durf en lef om dit instrument te gebruiken. Voor mij is het hoogtepunt van het album dan ook voor het laatst bewaard.

Het is vanzelfsprekend een eer om zulk fantastisch personeel in dienst te hebben, maar het is duidelijk wie op dit album de baas is: Jonas Reingold.

Hans Ravensbergen
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies