Maak kans op vrijkaarten voor het optreden van Leap Day in de Singer te Rijkevorsel (België) op 15 september 2018. Klik hier voor onze prijsvraag.

King Crimson – Larks’ Tongues In Aspic

kc-ltia.jpg

Gezien de haast onschendbare status van het legendarische “In The Court Of The Crimson King” ga ik nu een behoorlijke knuppel in het bekende hoenderhok gooien. Ofschoon dit onvolprezen debuut door veel muziekkenners één van de meest invloedrijke platen aller tijden genoemd wordt, is het voor mij niet meer dan een geslaagde vingeroefening. Ik ben namelijk van mening dat King Crimson pas op zijn vijfde studioplaat zijn potentieel volledig inlost. Omdat de band hier een nog niet eerder vertoonde muzikale ontwikkeling etaleert, komt King Crimson in mijn ogen pas op “Larks’ Tongues In Aspic” ten volle tot wasdom.

Zo, dat is eruit. Nu moet ik dit, vermoedelijk omstreden, standpunt alleen nog even toelichten…

Om dat te doen wil ik je even meenemen naar het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw. Het is namelijk begin 1972 wanneer Robert Fripp, het enige bandlid uit de begintijd, de stekker uit King Crimson trekt. Terwijl zijn voormalige collega’s daardoor min of meer gedwongen worden hun carrière elders voort te zetten, blaast de eigenzinnige gitarist even later de band toch weer nieuw leven in. Samen met Bill Bruford (Yes), David Cross, Jamie Muir en John Wetton (Mogul Trash en Family) brengt hij namelijk in de zomer van dat jaar één van de meest invloedrijke incarnaties van King Crimson op de been.

Het debuut van deze nieuwe bezetting ligt op 23 maart 1973 in de platenwinkel. “Larks’ Tongues In Aspic” bestaat uit zes stukken, variërend van nog geen drie tot ruim dertien minuten, die bij elkaar meer dan zesenveertig minuten klokken. Hoewel de karakteristieke, soms verknipte excentriciteit  van eerdere albums behouden blijft, klinkt de band hier meedogenloos en bikkelhard. Doordat deze bezetting aan deze ongebreidelde agressie een zeker intellect weet te koppelen, ondergaat King Crimson op dit vijfde album een indrukwekkende muzikale metamorfose. Naast hartstochtelijk en temperamentvol, zoals op de eerste vier meer pastorale platen, klinkt de band immers hier nu ook gereserveerd en beheerst.

Hierdoor ben ik van mening dat “Larks’ Tongues In Aspic” de meest experimentele en vernieuwende plaat van de band sinds het vermaarde debuut is. Door een tomeloze experimenteerdrang ontstaat immers een avontuurlijk amalgaam van avant-garde, funk, jazz, klassiek, metal, progressieve rock en wereldmuziek. Dit resulteert op zijn beurt in een onheilspellend, ondoorgrondelijk, bovenaards, maar altijd fascinerend geluid, dat agressiever en feller dan ooit klinkt.

Dat is voor belangrijk deel toe te schrijven aan de vrijwel volledig herziene bezetting van de band. Zonder de bijdragen van de andere muzikanten te kleineren, is het vooral het vakmanschap van de ervaren ritmesectie die de band naar een hoger plan brengt. Het fijnbesnaarde, subtiele drumspel van Bill Bruford en het imponerende, luidruchtige basspel van John Wetton leveren een degelijk, maar opwindend fundament. Deze ongekend dynamische en creatieve wisselwerking wordt vervolgens verder kracht bijgezet door het ongebruikelijke, avant-gardistische percussiespel van Jamie Muir, dat de plaat ook een werelds karakter meegeeft. Het nieuwe geluid wordt tenslotte vervolledigd door David Cross, wiens karakteristieke en gevoelige spel een meer dan uitstekend contrast vormt voor Robert Fripps robuuste, hoekige gitaarpartijen.

Het is voor mij zo klaar als een klontje dat “Larks’ Tongues In Aspic” vooral door de dadendrang van deze bezielende bezetting buitengewoon energiek en indrukwekkend klinkt. Omdat het Engelse vijftal zijn fabelachtige, doch speelse virtuositeit vervolgens aan een opgewondenheid van een stel jonge maagden koppelt, komt de plaat beslist niet koud of afstandelijk over. Het is juist door deze technische bagage dat King Crimson meer dan eens kan overdonderen met verschillende excentrieke arrangementen, complexe instrumentaties en opmerkelijke toonzettingen. Daarbij laveert de band haast voortdurend tussen tedere agressie en chaotische kalmte, zodat het album uiteindelijk een volmaakt evenwicht tussen gewelddadige krachtpatserij en comfortabele ingetogenheid weet te vinden.

Na enkele onevenwichtige platen klinkt “Larks’ Tongues In Aspic” dientengevolge voor het eerst in het bestaan van de band als één coherent en logisch geheel. Ofschoon deze ontwikkeling natuurlijk voor een groot deel aan de intussen opgedane ervaring en kennis te danken is, is deze opvallende stap voorwaarts tussen plaat vier en vijf vooral toe te wijzen aan een band die dankzij een nieuwe bezetting als herboren klinkt. De plaat staat nu dan ook terecht te boek voor zijn baanbrekende benadering, die deze even significante als indrukwekkende metamorfose teweeg weet te brengen.

“Larks’ Tongues In Aspic” is daarom een doorslaggevend album in de ontwikkeling van King Crimson. Het is bovendien het begin van wat velen de meest progressieve en inventieve periode van de band noemen. Omdat de band hier meer experimenteel, gedurfder en barbaarser dan ooit klinkt, kan de plaat dan ook gezien worden als een blauwdruk voor de komende jaren. Het is zelfs zonder enige twijfel één van mijn favoriete platen uit 1973, het jaar waarin progressieve rock volledig tot wasdom komt.

Frans Schmidt

CD:
Koop bij bol.com
Collectors Edition (13 cd + DVD)
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies