Maak kans op toegangskaarten voor Habitants in De Effenaar te Eindhoven op Zondag 7 April 2019, met in het voorprogramma Thalamus. Klik hier voor onze wedstrijdpagina!

Lazuli – Tant Que L’Herbe Est Grasse

Lazuli - Tant Que l Herbe Est Grasse

Het heeft drie jaar geduurd, maar nu is er dan toch een nieuw album van de Franse groep Lazuli. Zoals bekend raakte de groep rond 2010 in de problemen toen de helft van de band uit onvrede met de koers opstapte. Gelukkig vonden de overblijvers, de broertjes Leonetti en gitarist Byar, goede vervangers in drummer Barnavol en toetsenist Thorel.

Lazuli is een bijzondere band. Inmiddels kent iedereen het verhaal van Claude Leonetti, die na een verkeersongeval geen gitaar meer kon spelen en daarom een geheel nieuw instrument ontwikkelde, de Léode. Dit is een kruising tussen een  Chapmann Stick en een digitale zingende zaag. Daarnaast brengen de nieuwkomers ook nog wat minder gebruikelijke talenten mee: ze spelen marimba en hoorn. Met al die ongewone instrumenten moet me van het hart dat Lazuli toch verdacht gewoon klinkt. Dat is op zich zelf geen diskwalificatie, maar op papier heb je de potentie voor een Franstalig Isildur’s Bane en die verwachting maakt Lazuli niet waar. Daarbij vind ik dat die Léode af en toe klinkt als een valse hond, eerder een stoorzender dan een waardevolle toevoeging. Daarbij: het kreng is digitaal, dus kan in principe elke klankkleur aannemen die je maar wil. Waarom klinkt-ie dan toch altijd als een slide gitaar?

Lazuli is een door en door Frans bandje. En ik weet niet wat het is met Franse popmuziek, maar de balans tussen melodie en ballen is altijd een beetje zoek. Franse muziek is super melodieus, maar net te braaf. Dat geldt, ondanks de gierende gitaren, zeker ook voor Lazuli. De piercings en wapperende haren ten spijt is een stuk als Une Pente Qu’On Dévale au fond een liedje dat op het Eurovisie Songfestival roemloos ten onder zou gaan.

De optelsom is dus een wat gewoon en braaf bandje, maar dat is oneerlijk, want “Tant Que L’Herbe Est Grasse” is wel degelijk een fraai album vol mooie liedjes en hoogwaardig gemusiceer. Zanger Dominique, met zijn hoge, heldere geluid, vind ik nog steeds de ster van het gezelschap, maar ook nieuwe drummer Barnavol is fijn. Het album klinkt voortreffelijk, wat voor een eigen productie geen gering compliment is. Echt progressief kan ik de band echter niet meer vinden, in mijn beleving maakten de heren vroeger meer spannende en instrumentale muziek, met aanzienlijk meer solo’s en avontuur. In die zin is dit album geen vooruitgang.

Er staan wel wat pareltjes op de plaat, zoals het menuetje Tristes Moitiés, afsluiter Les Courants Ascendants (waarop je iets van dat oude vuur terug hoort) en het langste stuk J’ai Trouvé Ta Faille, waarop in deel twee niemand minder dan Fish een paar coupletjes mag kraaien. Ik snap niet helemaal waarom hij zingt dat hij ‘onder de duif’ zit, maar dat heb ik wel vaker met poëzie. Gebruik dan een servetje, zou ik denken. Sterk is het ondertussen wel, al eindigt het stuk een beetje flauw met een fade-out.

Gek genoeg doet deze muziek me nog het meeste denken aan Cirque Du Soleil. Daar zit ook altijd van die net-niet muziek onder met een beetje folk, een beetje uit andere windstreken en een hoop rock die niet te storend mag zijn. Wel mooi, maar ongevaarlijk.

Erik Groeneweg

Progwereld | Recensies