Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Leonardo: The Absolute Man

Leonardo: The Absolute Man

Aan de hier besproken rockopera is jaren gewerkt. Magna Carta-baas Peter Morticelli zag dit project als zijn ultieme droom. Hij ontwierp de basis van dit concept en speelde deze daarna door aan Trent Gardner (Magellan, Explorers Club). Aan Gardner de moeilijke opgave dit concept uit te werken tot een geheel. Hij schreef de teksten en de muziek, net als de arrangementen en verzorgde ook nog eens de (klasse-)productie. Magna Carta vroeg zo’n beetje alle zangers en zangeressen uit eigen stal om deel te nemen aan dit ambitieuze project. De hoofdrol werd gegeven aan Dream Theater-frontman James LaBrie. Deze bracht onlangs ook al zijn nieuwe soloalbum “Mullmuzzler 2″ op de markt en werkt daarnaast aan het nieuwe Dream Theater-album. Een druk baasje.

“Leonardo” is heel erg op de zang georiënteerd, wat niet zo vreemd is met zo’n topcast. Opener Apparition daarentegen is volledig instrumentaal. Bij de eerste tonen zie je voor je gevoel de grote rode gordijnen openschuiven en waan je jezelf in een prachtige schouwburg. Het lijkt alsof er een compleet orkest is opgetrommeld. Prachtige aanzwellende orkestraties en mooie percussie brengen je helemaal in de stemming. Als dan ook nog de trombone van Gardner zich in de muziek mengt, is kippenvel niet meer onderdrukken. Dit is werkelijk een meesterstuk!

In het korte With Father doet LaBrie zijn intrede. Eigenlijk ben ik helemaal niet zo gecharmeerd van zijn stem. Vooral wanneer hij hard de hoogte ingaat, kan hij mij nogal eens mateloos irriteren. Maar in dit nummer zingt hij mooi rustig en dan klink zijn stem prima. Ook Davey Pattison (Gamma) laat zijn stem hierin voor het eerst horen. Zijn warme stem maakt aardig wat indruk op mij.

In Reins Of Tuscan worden alle registers opengetrokken. Na een indrukwekkend stukje drumspel barsten gitaar en basgitaar los. Pittige riffs begeleiden Josh Pincus (Ice Age). Wat een gouden strot heeft deze man! Het nummer is lekker up-tempo en vol variatie. Trend Gardner verwent de luisteraar met een jazzy piano solo en Michelle Young doet hetzelfde met haar prachtige stem. Dit is een geweldige song die je steeds weer opnieuw wil horen.

In Mona Lisa, over Leonardo daVinci’s meest beroemde schilderij, is weer een grote rol weggelegd voor LaBrie. Ook hier weer mooi toetsenspel. Halverwege ontmoeten we ook Mike Baker (Shadow Gallery), die een imposant stuk zang demonstreert. Groot pluspunt op deze opera is dat in elk nummer meerdere vocalisten zitten, waardoor de afwisseling groot blijft en het geheel echt als een rollenspel aan je voorbij trekt.
Il Divino is een instrumentaal stuk waarin drummer Jeremy Colson (Dali’s Dillema) opvalt. Deze man speelt ongelofelijk goed. Toen Trend Gardner sleutelde aan de muziek, kostte het hem drie maanden om de drums te programmeren. Met deze programmering ging hij naar Colson met de vraag of hij er iets mee kon. Colson zette zijn tanden erin en leerde in drie maanden elke noot en elke slag uit zijn hoofd. Eenmaal in de studio speelde hij in zes luttele uren de complete cd in!

First Commission is een bijzonder stuk. Een prachtige ballad welke me sterk deed denken aan “Dust In The Wind” van Kansas. Ditmaal staan Steve Walsh (Kansas) en Michelle Young aan het roer. De interactie tussen deze twee is pure magie.
Ook This Time, This Way is een duet, maar nu met James LaBrie en Lisa Bouchelle (Mastermind, October Baby). Ook deze stemmen passen perfect bij elkaar. Het nummer doet erg orkestraal aan met zwevende toetsen op een solide basis van sterk gitaar- en drumspel.
Inventions heeft weer meer een metal inslag met zwaar gitaar werk en een accelererende Steve Walsh. Tussen al het gitaargeweld en druk, maar mooi, toetsenspel, zorgt de stem van Chris Shryack (Under The Sun) voor wat rustigere momenten.
End Of A World is de afsluiter van dit imposante werkstuk. De hele cast komt opdraven en de Italiaanse samenzang bezorgt mij weer kippenvel.

“Leonardo – The Absolute Man” is een bijzonder album. Het is erg vocaal gericht, hierdoor is er relatief weinig ruimte voor instrumentale uitstapjes. Daarnaast heb ik wel eens het gevoel dat elke vrije centimeter ingekleurd wordt met zang, dit had van mij wel wat minder gemogen. Verder verdient dit album en vooral Trend Gardner alle lof. Het geheel is mooi afwisselend met ruimte voor progmetal- en zware symfonische stukken, maar ook gevoelige ballads en hier en daar een kort instrumentaal intermezzo. Ik heb van de eerste tot de laatste minuut genoten.

Maarten Goossensen

Progwereld | Recensies