Win kaarten voor Nordic Giants in Willem Twee te ’s Hertogenbosch op 29-11-2017. Klik hier voor onze prijsvraag.

Manning – Number Ten

manning-number-10.jpg

Hoewel de meest gefotografeerde voordeur ter wereld op de voorzijde van deze cd prijkt is “Number Ten” absoluut geen conceptalbum over de Britse politiek. Nee, dit tiende album van Guy Manning bevat acht opzichzelfstaande composities die in tijdsduur variëren van 5.25 tot 15.52. Tien albums in tien jaar, daarmee loopt Manning 1 op 1 en dat is een gemiddelde waar de progressieve multi-instrumentalist behoorlijk trots op mag zijn. Het is ook een gemiddelde waarbij de nodige luisteraars zich zullen afvragen of de kwantiteit niet belangrijker is dan de kwaliteit. Nou, neem maar van mij aan dat “Number Ten” minstens zo goed is als z’n voorganger, het zeer geslaagde “Songs From The Bilston House“.

Ditmaal heeft Andy Tillison ook weer een groot aandeel in het toetsenspel op het album. Sommige nummers overspoelt hij dan ook rijkelijk met een wulps ronkend orgelgeluid zoals hij dat ook bij The Tangent laat horen. Neem het openende Ships, een funkende rocker die veelvuldig doorkruist wordt door een lekkere gitaarriff. Een smeuïg geheel met prachtige tempowisselingen is het resultaat. Daarnaast is Andy Tillison ook drummer en medeproducer van de plaat, net als op “Songs From The Bilston House”. Het is een verstandige zet geweest van Manning om de samenwerking aan te gaan met dit muziekdier. Sindsdien is zijn muziek heel wat meer enerverend geworden. Hoewel Manning een grote hoeveelheid instrumenten bespeelt (waaronder toetsen, akoestische gitaar, mandoline, bas en percussie) straalt zijn ster toch het meest als componist en arrangeur. Luister even naar de wonderschone ballade An Ordinary Day of naar het ritmisch zeer aardige Valentine’s Night dat Manning samen met Julie King zingt en hoor het vernuft.

Manning schrijft dusdanig dat anderen weten te excelleren, zoals Laura Fowles die zich her en der met haar sax onsterfelijk weet te maken. Over het hele album hangt een organische sfeer die gestalte krijgt door het gebruik van onder andere mandoline, bouzouki, viool en fluit. Te horen is, zoals ik dat in een eerdere recensie ook al aangaf, een ”˜Jethro Tull-light’-achtig geheel. In de (uiteraard) met folk doordrenkte rock is ruimte voor elementen blues en fusion. Ook Iona komt voorbij evenals Van Der Graaff Generator. Manning dweept op zijn tiende album rijkelijk met z’n voorkeuren zonder dat hij er een bont allegaartje van maakt. Er wordt met een haast vriendschappelijk plezier gemusiceerd en dat is terug te horen in de zang. De vocale verrichtingen van Manning zijn vooral uitbundig en expressief. De gedreven singer-songwriter klinkt in zijn proggy wereldje als een wat minder volle Ian Anderson van Jethro Tull.

Twee nummers van het album hebben een tamelijk popachtige signatuur, Bloody Holiday! en Another Lazy Sunday. Op zich passen deze stukken goed in de lijn van het album. Ze krikken het gemiddelde tempo van de plaat een beetje omhoog en tevens spreekt de toetsensolo van Bloody Holiday! enorm aan. Die solo, hoe kort hij ook duurt, is eigenlijk al een klein hoogtepuntje. Het grootste hoogtepunt staat, zoals het een goed retro- progalbum betaamt, aan het eind van de plaat. Ruim een kwartier lang zit je in een achtbaan van emoties die The House On The Hill heet en waar Fowles een fantastisch slot aan blaast.

Sommige muzikanten maken muziek met de gedachte dat ze niet twee keer hetzelfde album willen maken. In dat kader zou ik Manning willen adviseren een ’sabbatical’ te nemen voordat plaat elf gemaakt wordt. Vooral de laatste paar jaren maakt Manning muziek die behoorlijk oké is, de ”˜Manningmoeheid’ ligt echter wel wat op de loer bij de luisteraar.

Dick van der Heijde

Progwereld | Recensies