Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Mike Oldfield – Return to Ommadawn

Mike Oldfield - Return To Ommadawn

Vorig jaar merkte ik al op dat er een nieuwe Mike Oldfield zat aan te komen. Tijdens mijn recensie van het zwaar aan Oldfield schatplichtige “Sanctuary II” van Rob Reed, haalde ik een quote aan van de man zelf op zijn Facebook pagina. Hij gaf aan te werken aan de opvolger van “Ommadawn” en meldde dat de geplande datum van uitbrengen augustus (2016) zou zijn. Ik geloof dat ik indertijd nog gekscherend zei dat ik hoopte dat de meester het over datzelfde jaar had. Ik bleek dus dichter bij de waarheid te zitten dan me lief was. Maar in januari 2017 is hij er dan eindelijk, het langverwachte nieuwe album van de maestro, “Return To Ommadawn”.

Met de iconische trits albums “Tubular bells”, “Hergest Ridge” en “Ommadawn” binnen een tijdspanne van drie jaar, tussen 1973 en 1975, heeft Michael Gordon Oldfield (63) een blijvende drie-eenheid geschapen van klassieke albums die rock en klassieke muziek overlapten inclusief, voordat die termen bedacht waren, new age en world music. Deze albums zullen voor altijd het muzikale statement van Oldfield blijven, ze liggen het dichtst bij zijn ware ik. Hij heeft inmiddels “Tubular Bells” al een aantal keren opnieuw ‘bezocht’: twee keer als vervolg en één maal in de vorm van een volledige her-opname. Het laatste album van de trits, “Ommadawn”, is echter altijd mijn favoriet geweest, en ik ben niet alleen in die adoratie, zoals later zal blijken.

Het verhaal van Oldfield is bekend, dus ik volsta hier met een beknopte versie. Van piepjonge virtuoze folkgitarist in de bands van zijn zusje en later Kevin Ayers tot aan de eerste en meest succesvolle uitgave op het zojuist opgerichte Virgin label van entrepreneur Richard Branson. Met uiteindelijk een duizelingwekkende 17 miljoen verkopen als gevolg. “Tubular Bells” werd uiteindelijk één van de meest iconische albums van onze tijd. Maar er waren ook de depressies en de ontwikkeling van muzikale kluizenaar naar wereldberoemde rockstar en weer terug. Vele, vele albums later, goede (“Discovery” uit 1984 en “Man on the Rocks” uit 2014) maar ook minder goede (“Earth Moving” uit 1989), was daar het ultieme eerbetoon aan zijn muziek in de vorm van een uitnodiging om een optreden te verzorgen tijdens de opening van de Olympische spelen in 2012 in Londen. Oldfield speelde uiteindelijk delen uit “Tubular Bells”, Far Above The Clouds en In Dulci Jubilo. Het succesvolle optreden zou een verhevigde belangstelling voor ’s mans uitgebreide oeuvre tot gevolg hebben.

Maar ondanks het feit dat je zou veronderstellen dat hij op dat moment op een ultiem hoogtepunt zou staan was het tegenovergestelde het gevolg. Met wederom depressies tot gevolg, nog verder aangewakkerd door heftige persoonlijke verliezen in de vorm van de dood van zijn 33-jarige zoon (een natuurlijk sterfgeval) en zijn vader. Totdat uitgerekend zijn voorliefde voor moderne media hem uit het dal zou trekken. Hij speelde al langer met het idee om een nieuw, meer akoestisch getint album uit te brengen, met muziek die dichter bij hem zelf lag dan recent werk. Toen hij dit idee toetste bij zijn volgers op Facebook kwam er een golf aan ongemeen positieve reacties los. Naar eigen zeggen was het een opmerking van uitgerekend Jean-Michel Jarre op diens Facebook pagina wat hem definitief deed besluiten om het idee ook daadwerkelijk uit te voeren.

Het uit 1975 daterende “Ommadawn” zou als basis dienen voor het idee, voor het eerst in bijna veertig jaar, na “Incantations” uit 1978, zou weer een conceptueel instrumentaal album bestaande uit twee delen het levenslicht zien. Met een overwegend akoestische en folky ‘feel’, dicht bij het hart van de muzikant. Zo gezegd zo gedaan. Dat betekende wel een zoektocht naar de originele instrumenten die op het oorspronkelijke album waren gebruikt, van bodhrán en Afrikaanse drums tot diverse gitaren, toetseninstrumenten, fluiten en, niet te vergeten, een authentiek glockenspiel. Oldfield had besloten alles, maar dan ook alles, alleen te spelen, dus geen gastoptredens ditmaal. Wel is er een piepklein stukje van het koor dat indertijd op het origineel speelde gebruikt, maar dit doet meer dienst als bruggetje naar het nieuwe album. De toetseninstrumenten, waaronder een Mellotron en Solina, bleken een groter obstakel te zijn, maar godzijdank is er inmiddels de geniale uitvinding die plug-in heet, probleem opgelost.

Al spelend en knoeiend met geluiden en tapes vormde zich gaandeweg het muzikale thema. Oldfield heeft naar eigen zeggen werkelijk genoten van zowel het componeren als spelen en opnemen. Vooral de akoestische gitaren, altijd al zijn voorkeur, werden met liefde omhelst en bespeeld alsof het de eerste keer was. En dat hoor je ook, de passie en frisheid spat werkelijk van de muziek af.

Ik ben altijd al een Mike Oldfield fan geweest, al vanaf het allereerste moment, met de nadruk op de eerste drie legendarische platen, maar heb zeker ook mijn favorieten tussen zijn latere werk. Heb hem ook zien optreden, tijdens het eerste concert ooit in Nederland. Met een volledig koor en orkest en een band bestaande uit wel tien man met onder anderen percussionist Pierre Moerlen (Gong), Maddy Prior (Steeleye Span) en gitarist Nico Ramsden (Rick Wakeman, Sad Café) in de gelederen en onder aanvoering van orkestleider/toetsenist David Bedford, verzorgde hij een geweldige live-uitvoering van zijn muziek in het Haagse Congresgebouw in april 1979 ten tijde van het uitbrengen van zijn instrumentale meesterwerk “Incantations”. Ik zat op één van de eerste rijen en prees mezelf gelukkig aanwezig te zijn bij een magistraal live-optreden van het muzikale genie en zijn band/orkest. Volledig gekleed in een khaki outfit, net zoals de ongeveer veertig andere muzikanten op het podium, maakte hij een verpletterende indruk op de jonge progfanaat op de eerste rang. De kans dat we dit nog een keer gaan meemaken is echter klein: op een vraag daartoe antwoordde hij recent dat hij alleen een succesvolle live-uitvoering voor ogen heeft indien er een kans is op een vijftiental klonen van hemzelf. Gaat niet gebeuren dus, hier zijn nog geen plug-ins voor, helaas. Voorlopig moeten we het doen met een uiterst sfeervolle en uitstekend gelukte terugkeer naar “Ommadawn”.

Part I start op kenmerkende wijze, met fluit, zwevende synthesizer en een akoestische gitaar. Diezelfde gitaar speelt al snel het hoofdthema waarna de zware maar melodieuze bas en fuzzy gitaar erbij komen. De heerlijke heldere tonen van de akoestische gitaar, hij gaat met zichzelf in duet in verschillende toonhoogtes, roepen al snel associaties op met zijn beste werk, de eenvoud werkt aanstekelijk. Als de diverse instrumenten bij elkaar komen, als in een crescendo, kan ik het niet nalaten het volume nog iets verder op te voeren.

Vooral de prominente rol van de akoestische gitaren is opmerkelijk, het plezier wat Oldfield naar eigen zeggen had tijdens het componeren en spelen is duidelijk waarneembaar. De multi-instrumentalist is toch het liefst bezig met zijn vingers, nagels en snaren, zoveel is wel duidelijk. Filmisch bijna, het is niet moeilijk om beelden op te roepen van Schotse Hooglanden, het ongerepte landschap van Wales, en de ruwe kustlijn van Ierland. Keltische referenties dus. Terwijl het album toch echt volledig is opgenomen in zijn privéstudio op de Bahamas, sinds 2009 zijn domicilie.

Ingetogen, de minimalistische en repetitieve stijl van leermeester Terry Riley indachtig, wordt de terugkeer naar Ommadawn voortgezet. En ja hoor daar zijn ze dan, halverwege part I, de beroemde hypnotiserende Afrikaanse drums tegen een achtergrond van Oldfieldiaanse chants aan, hoe herkenbaar, zonder dat het een karikatuur of kopie wordt. Een van zijn iconische gitaarsoli op elektrische gitaar is de inleiding tot een sfeervolle akoestische afsluiting van part I. Tijd om de plaat om te draaien voor de vinyl liefhebbers. Want ja, dat vergeet ik bijna te zeggen, er is gecomponeerd en gespeeld met een ouderwetse elpee in het achterhoofd. Dus kant 1 en 2 van een langspeelplaat, met ca. 20 minuten speeltijd zoals we dat ooit gewend waren. Misschien wat kort naar hedendaagse normen maar perfect voor het doel.

Kant twee, sorry Part II, start wederom ingetogen met een mandoline, fluit en synth, al snel overlopend in een akoestisch gitaar in de beste traditie van deze muzikale duizendpoot. Waarna een duet volgt tussen akoestische en elektrische gita(a)r(en), met zijn karakteristieke pivoterende stijl van spelen. Kippenvel momenten zijn er te over, vooral in duet met zichzelf op gitaar zoals halverwege Part I en op driekwart van Part II.  Het folky getinte On Horseback aan het einde van Part II is een logisch vervolg op het einde van het originele album, inclusief al eerder genoemd kinderkoor flarden en Gibson SG solo. De verbinding tussen oud en nieuw is gelegd, het muzikale canvas is af.

En de impact daarvan is direct merkbaar; ik heb het album al meerdere malen gespeeld en krijg er geen genoeg van. Oldfield heeft met “Return To Ommadawn” een uitstekend werkstuk afgeleverd dat de vergelijking met zijn legendarische voorganger prima kan doorstaan. Hopelijk put de meester kracht uit de respons van pers en publiek en laat hij ons de volgende keer niet zo lang wachten op de opvolger van “Incantations” – als die er ooit mag komen. Nog een extra vermelding voor de prachtige sfeervolle hoes, in de elpee versie is er sprake van een mooie klaphoes. Dit album gaat een behoorlijke gooi doen naar de titel ‘Album van het jaar’, zeker weten.

Alex Driessen
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies