Maak kans op vrijkaarten voor het optreden van Leap Day in de Singer te Rijkevorsel (België) op 15 september 2018. Klik hier voor onze prijsvraag.

Monnaie De Singe – The Last Chance

Monnaie De Singe – The Last Chance

De Franse band Monnaie De Singe is al meer dan twee decennia in de weer met progressieve muziek. Het hier besproken “The Last Chance” is inmiddels het vijfde album van de ambiente rockformatie en dat is iets dat je ook aan het hoesje kunt zien. De band luistert namelijk net zo makkelijk naar de naam MDS en voor de heugelijkheid is de letter S deze keer vervangen door het cijfer 5. Voor de duidelijkheid is deze ook nog eens rood gemaakt. Helder.

De astronaut op de voorkant van het hoesje duidt echter op een concept dat beduidend warriger neergezet is. Ook MDS komt met een verhandeling omtrent het milieu. Men maakt zich zorgen om het steeds maar groeiende behoeftepatroon van de mensheid. Zo was in 2013 bijna twee keer de aarde nodig om in ons bestaan te kunnen voorzien en in 2015 was dat al bijna drie keer. MDS trekt die lijn door en komt uit in december 3003 waar een stel pioniers de ruimte in gaat om te onderzoeken of er een plaats tussen de sterren is waar de mens verder kan leven. De vraag is of deze missie niet te laat komt. Nu ben ik niet echt een tekstenfetisjist, maar ik kan je wel vertellen dat MDS zich hier behoorlijk aan heeft vertild. Het is een dralende brij aan zinnen die veelal een opsomming is van hoe slecht we met de aarde omgaan en veelvuldig is er de vraag en de twijfel de aarde te verlaten. Het spreekt allemaal niet zo tot de verbeelding, eens kijken of de muziek dat doet.

Het album laat horen dat de zevenkoppige band vijf creatieve muzikanten herbergt die ook nog eens een aardig potje kunnen spelen. Vooral toetsenist Philippe Chavaroche weet z’n klavieren goed te raken en ook bassist Serge Combettes doet geen verkeerde dingen. MDS doet het met twee gitaristen, te weten Christophe Laporte en JPhilippe Moncanis, terwijl de drumstijl van Eric Farges zowel levendig als digitaal strak klinkt. Het geheel wordt afgemaakt door zangeres Anne-Gaëlle Rumin-Montil en er is ook nog een nummer met de voormalige zanger. Het gebodene doet wat denken aan een mengeling van Porcupine Tree, Archive en Paatos, hoewel het noemen van deze namen eigenlijk te veel eer is. Zo goed is het allemaal niet. Op deze cd ontbreekt het aan warmte, de gitaren klinken ijzig en de bekkens schel. Dan wil het ook niet echt helpen dat de stem van Montil vrij zeurderig op je afkomt. Waar het album mijns inziens onder gebukt gaat is een gebrek aan sterke thema’s, er is slechts een handjevol pakkende melodieën. Laten we dan maar eens kijken naar de dingen die goed gaan op dit album want zo slecht is het allemaal ook weer niet. Kom op en trek je zevenmijlslaarzen aan.

Als je het album gaat beluisteren zal je eerst drie wat narrige hamburgers moeten wegslikken voordat een gitaarsolo aan het einde van Emergency als een ware gamechanger energie komt brengen. Earth is even een lekker nummer dat me minuten lang doet denken aan het werk van Peter Gabriel. Dat het daarna de vlotte, zij het amateuristische, kant op gaat is toch welkom. Het daarop volgende titelnummer, The Last Chance, is MDS op z’n best. Wat te denken van dat Sylvan-achtige basspel in de intro, de fraaie zanglijn in het refrein of de weergaloze gitaarsolo aan het eind. Fijn hoor. Het Evanescence-achtige My Lucky Star is ook van dat allooi en je snapt niet waarom de band niet veel vaker met dergelijk materiaal op de proppen komt. December 3003 had ook een goed nummer kunnen zijn, maar ik mis een geweldig refrein. Hierdoor is het eigenlijk een vervelend lied dat net zo dralend is als de teksten. Het is niet anders. Over het afsluitende Happy Birthday zijn gelukkig weer wat positieve dingetjes te melden. Het is een wat apart nummer met een behoorlijk vlot ritme en het komt om van de strings.

Qua muziek spreekt “The Last Chance” meer tot de verbeelding dan tekstueel. En toch, als je alles plust en mint, als je alles deelt en je hand niet omdraait voor een paar hamburgers, krijgt dit schijfje een welverdiende vijf. Helder.

Dick van der Heijde

Progwereld | Recensies