Twee nieuwe prijsvragen i.s.m. Poppodium Willem Twee: Maak kans op twee kaarten voor Kayak en/of Soup + A Liquid Landscape.    Klik op de bandnaam en maak kans op deze tickets!

Neal Morse – Sola Scriptura

Neal Morse - Sola Scriptura

Laat ik beginnen met een fijne nuancering. In 2004 vond ik van het album dat Neal Morse dat jaar uitbracht, dat het een herhaling van zetten was, een beetje een teleurstelling. Intussen ken ik “One” haast uit mijn hoofd, zo vaak heb ik die plaat opgezet. Ik wil maar zeggen: ook een recensie is een momentopname.

Dat gezegd hebbende, moet me van het hart dat “Sola Scriptura” een herhaling van zetten is en een beetje een teleurstelling.

Voor zijn nieuwste bewerking van Jesus Christ Superstar wist Morse gitarist Paul Gilbert aan zich te binden. Gilbert is een echte hardrocker, zoals hij lang geleden bewees met zijn bandje Mr. Big. Het is dus geen verrassing dat “Sola Scriptura” een wat hardere plaat is dan eerdere albums. Aan de andere kant kun je moeilijk beweren dat Neal hiermee uitsluitend zijn harde kant blootlegt. De aloude invloeden laten zich weer moeiteloos aanwijzen; hier een stukje Beatles, daar een mootje Genesis, een flintertje Yes en nog een scheutje Gentle Giant. Hooguit kun je soms de vergelijking trekken met Dream Theater. Wat mij meer te binnen schoot dan heavy metal, was Andrew Lloyd Webber. “Sola Scriptura” is niet zomaar een conceptalbum, het is een hele musical. Je ziet de showballetjes al over het podium zwieren. Een musical over Luther en zijn kerkdeur, Joop van den Ende schijnt al belangstelling te hebben.

De plaat bevat drie lange stukken van het type epos en een pianoballade voor de afwisseling. De drie epossen zijn, zoals we dat inmiddels van Neal kennen, slechts met dunne draad aan elkaar geborduurde stukken progrock, liedjes, solo’s en overgangetjes. Je kunt een stuk als The Door, waarin in een klein half uurtje zes verschillende liedjes voorbij komen, bezwaarlijk een machtige compositie noemen, eerder een potpourri. Dat in het laatste stuk The Conclusion een liedje uit het eerste deel terugkomt, maakt “Sola Scriptura” nog geen totaalkunst.

Wat me vooral dwarszit, is dat de liedjes die door dit massieve blok muziek verweven zitten, niet heel sterk zijn. Ze komen me allemaal niet alleen bekend voor van vorige Morse en Beardplaten, maar ik vind ze ook zo gewoontjes. Dat komt natuurlijk omdat ik zo verwend ben met al die meesterwerken die Morse vanaf “The Light” geschreven heeft, maar deze nieuwe steekt daar wat schril bij af. De songs zitten in een hele boel fraaie verpakkingen, maar zijn op zich beluisterd niet bijster interessant.

Wat wel interessant is, is dat Neal op deze plaat wat kwaaier klinkt. Hij rockt af en toe flink (getuige het eerste deel van The Conflict) en klinkt dan als een nét wat gepolijstere versie van King’s X. Gilbert en Portnoy zullen daar wel lekker aan bijgedragen hebben, maar dat het album een nijdige sfeer heeft is toch de verdienste van Neal zelf. Misschien moet hij wat stoom afblazen na een avondje bijbelstudie. In de zware gitaren klinkt geen feest van overgave, maar opstand en verzet. Toch zijn de stevige stukken van de plaat niet de beste.

Want laat ik vooral ook benadrukken: “Sola Scriptura” kent een paar erg mooie delen, al zijn het er weinig en staan ze een eind uit elkaar. Het All I Ask For gedeelte van The Door (Neal heeft de onderdelen van de drie grote stukken ook een naam gegeven, dus dat is handig als verwijzing) is erg fraai, evenals het pompeuze einde van dat stuk. In het bijzonder furieuze The Conflict zit een prachtige akoestische gitaarpartij die overgaat in een stukje Latin (Milk wit Tabasco, anyone?) dat swingt als een bezetene, inclusief een fantastische pianosolo. Het begin van The Conclusion is een weergaloos nummertje hoogstaande Spock’s Beard-prog met een hoofdrol voor bassist Randy, het liedje Long Night’s Journey heeft wél een prachtige melodie en het stuk daarna bewijst nog maar eens dat niemand aan Portnoy kan tippen. En liefhebbers van het oude vertrouwde Mellotrongeluid kunnen hun lol op. Lekker!

Genoeg om van te genieten, dus. Hé, dit is wél Neal Morse, hoor! Maar toch… Heaven In My Heart is, ondanks de fraaie violen, een onwaarschijnlijk zemelig stukje zanikmuzak, Mercy For Sale is een zeurderig liedje en in de opening van The Conflict komt precies het soort metal voorbij dat Neal in zijn SB tijd belachelijk maakte met Into Fire, kinderachtige krachtpatserij. Voeg daarbij de metaalmoeheid van veel van de andere liedjes en de geijkte rock van veel instrumentale passages en je hebt bepaald geen overtuigend album.

Maar euh… vraag me dat over drie jaar nog eens?

Erik Groeneweg

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies