Kijk ook eens op onze facebook pagina of meld je aan voor onze mailinglist en blijf op de hoogte.

Next To None – Phases

Next-to-None-Phases

Bij de toewijzing van de nieuwe promo’s op ons Progwereldkantoor met onder meer op de stapel het nieuwe album van Next To None, stond ik met mijn neus vooraan aangezien collega Mario van Os op vakantie was, Erik Groeneweg een vrije dag had en Govert Krul een tijd geleden ontslag had genomen. En aangezien er verder niet veel liefhebbers van deze metal stroming op dit platform actief zijn, wierp ik mij dan ook gretig op om dit harde werkje te recenseren. De kans was namelijk groot dat dit hard en bruut zou gaan klinken, iets wat mij zo nu en dan heerlijk bevalt.

Deze piepjonge en ambitieuze band is in eerste instantie bekend geworden doordat de vader van de drummer een beroemde progdrummer is. En als je na de korte intro van het album de eerste minuten van het nummer Answer Me hoort, denk je gelijk naar de ‘one man show’ van Max Portnoy te luisteren. Een beetje in de lijn van papa Portnoy, de voormalige Dream Theater drummer, maar later blijkt dat het niet alleen het feestje van Portnoy is. Een imponerend verbaal geweld van agressief klinkende zang, dwingende gitaarriffs, scratching, beukende basgitaar grooves en harde, aanwezige drums daalt over je heen. Je wordt werkelijk overdonderd door tempowisselingen, breaks, complexe en dynamische ritmes in de tracks. De term trash metal komt vaak om de hoek kijken. Niet alleen Max Portnoy probeert te imponeren, ook zijn collega’s gooien alles uit de kast om je muzikaal te overweldigen. Tussendoor nog een huishoudelijke mededeling: gitarist Ryland Hollander is vorig jaar vervangen door Derrick Schneider. Hollander besloot zich in deze fase van zijn leven te focussen op zijn studie in plaats van het muziek maken.

Je kan over dit album verschillende meningen hebben en zowel de muziekpers als ook de  geïnteresseerde, neutrale luisteraar raakt hier waarschijnlijk niet snel over uitgepraat. Laten we beginnen met de nadelen van dit album. De band heeft een enorme neiging de luisteraar te imponeren, en met name de productie is te dominant, patserig en de mannen hebben klaarblijkelijk een voorkeur voor kermisattracties met aanverwante geluiden. De band laat graag horen dat het de verschillende technieken onder de knie heeft maar overdrijft daar ook teveel in. Vooral de drums die nadrukkelijk in de mix zijn opgenomen kunnen voor veel mensen storend zijn, net als de screams en grunts waar je gewoonweg van moet houden. Waar de band bij het debuut nog het commentaar krijgt dat zanger Thomas Cuce ‘wat dun’ klinkt, vind ik hem op dit album vooral veelzijdig, dat is een pluspunt.

Vaak is er een overkill aan techniek te horen op deze plaat en proberen deze jongelingen de luisteraar te overbluffen met diverse productionele foefjes. Neem een song als The Apple, dat naast het brute geweld wordt opgevuld met scratchen, vertragingen en terugdraaien van de muziek. Nu heeft een veelvoud van de songs (neem bijvoorbeeld Kek) dat kenmerk, maar die onnodige geluidjes en toevoegingen is nu net het punt waar Govert Krul over viel in zijn recensie van het debuutalbum . Nog steeds zijn die tierelantijntjes niet verdwenen en hebben de meeste tracks dat niet nodig om te blijven boeien.

Dan onvermijdelijk: het drumwerk van Max Portnoy. Is het nu goed of is het nu slecht? Natuurlijk is het een kwestie van smaak, maar maatgevoelig, machinaal, technisch en hard is het drumwerk van Portnoy in elk geval. Ook de razendsnelle basdrums zijn indrukwekkend te noemen en het gebruik van werkelijk allerlei toms, hihats, woodblocks, cymbals, koebellen en weet niet wat je allemaal kan toepassen op een drumstel is bewonderenswaardig. Maar net als bij zijn vader mis ik persoonlijk het pure gevoel in zijn drumspel, hoewel dat bij een stroming als moderne nu/hardcore/trash metal natuurlijk wat minder belangrijk is dan in de progrock. Daarnaast is het jammer dat de drums te aanwezig in de mix zijn gezet, waardoor het ten koste gaat van de homogeniteit en het soms storend wordt te luisteren.

Zijn er ook pluspunten? Ja, want er zijn natuurlijk ook mensen die voorkeur hebben voor drukke, agressieve en imponerende muziektechnieken en daar is dit album bijzonder geschikt voor. En met de twintig minuten epic The Wanderer laat de band ook horen dat het echt wel wat in zijn mars heeft. Dit progressieve nummer laat meer gevoel horen dan elders op het album, hoewel ook daar de productie nog steeds de genoemde minpunten laat horen. En voor alle duidelijkheid, deze jongens zijn nog geen twintig, laten we dat vooral niet vergeten. Maken de termen progressieve metal, hardcore, bruut, vet en enthousiast  je benieuwd naar wat je kan verwachten? En ben je niet bang voor wat overdreven productie make-up? Laat “Phases” dan vooral niet liggen.

Ruard Veltmaat
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies