Trommel je vrienden op en doe mee met de Progwereld Pub Quiz 2018 Win concertkaarten voor Leap Day Klik hier voor onze prijsvraag.

Pain Of Salvation – Linoleum (ep)

Pain Of Salvation - Linoleum

We schrijven oktober 2009.

In het begin van 2010 staat de release van het nieuwe album van Pain of Salvation gepland. Door financiële problemen met het label en daaraan gekoppeld het faillissement van de distributeur zijn zware tijden voor de band aangebroken. Optredens gaan niet door en het nieuwe album kan nog niet uitgegeven worden. Midden 2009 kondigt het brein van de band (Daniel Gildenlöw) de release van een ep aan, zodat de fans iets hebben om de pijn van de wachttijd iets te verz.. uhm, bevrijden. De band doet zijn naam eer aan. Men krijgt te horen dat de release van de dubbelaar “Road Salt” weer is uitgesteld en bijna tegelijkertijd wordt er een ep uitgebracht. “Linoleum” is de naam van deze plaat en op dit moment weet ik niet zeker of de nummers van dit schijfje op “Road Salt” terechtkomen. “Linoleum” en “Road Salt” hebben in elk geval iets gemeen: beide titels hebben met bodems te maken. Veel verder dan speculatie kom ik wat dat betreft niet. Over de muziek zelf kan ik gelukkig wel iets zinnigs zeggen.

De wellicht onbedoelde traditie van Pain of Salvation is met deze ep voortgezet. Bij de laatste twee studioalbums (“Be” en “Scarsick”) is telkens voor een nieuwe muzikale weg gekozen. Als ik even vals mag spelen en het akoestische live-album “12:5” meereken, kom ik tot de conclusie dat de laatste vier albums elke keer anders klinken. Je kunt dat leuk vinden of niet, maar het is in elk geval progressief. Ik verander voor het gemak een bekende filmquote: een nieuw album van Pain of Salvation is als een doos chocolaatjes: Je weet nooit wat je krijgt.

Het eerste chocolaatje, Lineoleum, doet wat aan Led Zeppelin denken, althans, de buitenkant… Op de helft van het nummer smelt de buitenkant langzaam en komen we bij de Jeff Buckley-achtige vulling, die later weer wat aan Soundgarden doet denken… Ik geef toe: het is een vreemd mengsel, maar het is goed verteerbaar. Omdat de band ervoor heeft gekozen om zoveel mogelijk tegelijkertijd op te nemen, klinkt alles rauwer en echter. Hierdoor komen we volgens de band dichter bij de emotie van de muziek. “Remedy Lane” is track voor track opgenomen en dat album raakt me nog steeds, dus aan dat gegeven heb ik niet zo veel. Het klinkt in elk geval eerlijker, hoewel men met de techniek van tegenwoordig digitaal een hoop illusies kan voorschotelen.

Het tweede nummer, Mortar Grind, heeft een intro dat wat aan Deep Purple doet denken, maar na een half minuutje maakt die associatie weer plaats voor het sfeertje van het eerste nummer… Rauwe rock dus. In de coupletten klinkt Gildenlöw breekbaar en kwetsbaar, maar laat u niet misleiden; hij heeft alles onder controle. Een klein minpuntje is de lengte. Het nummer duurt niet al te lang, maar het komt toch wat langdradig over. Misschien dat het voor mij een kwestie van wennen is, zoals het hele album een kwestie van wennen is.

De Radio Headachtige klaagzang van If You Wait is een welkome afwisseling. Het nummer is kort en heel indrukwekkend. De fantastische groove onder het nummer is voornamelijk te danken aan het drumspel van nieuwkomer Léo Margarit. De gitaristen Gildenlöw en Hallgren spelen op de automatische piloot wat een tranceverwekkende werking heeft en Margarit houdt alles vitaal met subtiel spel. Prachtig!

Het langste nummer, Gone, heeft een prachtig refrein en mooie muzikale contrasten. Tussen de slepende rockstukken door wordt het rustig en krijgt de muziek een hoop ademruimte. De sfeer van de eerste nummers wordt netjes voortgezet.

Bonus Track B is een redelijk grappig gesprekje tussen de bandleden, dat je na één keer luisteren voortaan overslaat. Ze hebben het over een bonusnummer dat na de mafketelpraat komt. Het is een cover van The Scorpions, getiteld: Yellow Raven. Het origineel ken ik niet, maar ik vind het prima klinken. Ik vermoed dat ze met dit bonusnummer de mensen over de streep trekken die de ep niet willen kopen omdat de nummers allemaal op “Road Salt” komen te staan. Ik heb al eerder aangegeven dat ik niet weet of dat het geval is, hoewel ik wel zeker weet dat de cover niet op “Road Salt” komt te staan. Wat dat betreft is het een slimme zet. Normaal houd ik helemaal niet van dat soort artistieke geldklopperij, maar omdat Pain of Salvation al zoveel pech heeft gehad, wil ik daar nu niet al te moeilijk over doen.

De reden waarom ik de chocolaatjesmetafoor zo snel heb laten vallen, is omdat ik me later realiseerde dat het nog altijd Pain of Salvation is en daarmee allesbehalve zoet. Het gepolijste geluid van de vorige albums is er niet meer. Dit is nauwelijks (wat mij betreft helemaal niet) progmetal te noemen, maar erg is het niet. De nieuwe drummer Léo Margarit maakt een verpletterende indruk. Vanwege de productie komen de drums minder prominent naar voren, maar dat hoort nu eenmaal bij de stijl die nu gekozen is. Gildenlöw omschreef het geluid van de ep als “1976 on steroids”. In die beschrijving kan ik me redelijk vinden. We hebben namelijk te maken met een moderne interpretatie van nummers uit de jaren zeventig die nooit zijn geschreven. Tegelijkertijd doet het aan de muziek van twintig jaar later in de vorm van Faith No More en Soundgarden denken… Met een beetje fantasie zou ik het debuut van Foo Fighters nog als associatie willen noemen. Mijn bewondering is groot voor het lef dat Pain of Salvation heeft door weer een nieuwe muzikale weg in te slaan.

Manuel Huijboom

Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies