Maak 2x kans op twee vrijkaarten voor het optreden van Cirrha Niva op 1 september in Willem Twee te 's Hertogenbosch.
Klik hier voor deelname.

Pattern Seeking Animals – Pattern Seeking Animals

Pattern Seeking Animals – Pattern Seeking Animals

Bij elk debuutalbum van een nieuwe groep hef ik mijn gezicht even ten hemel in de hoop daar het antwoord te vinden of we een nieuw baanbrekend album mogen ontdekken. Dat heeft net zoals het zoeken naar een nieuwe sterrenbeeld in de dierenriem weinig zin, dus een eerste luisterbeurt moet mij in vervoering brengen waarmee mijn hoop bevestigd wordt.

Wat Pattern Seeking Animals mij na een eerste luisterronde biedt is echter geen nieuwe ster aan het progfirmament ondanks de bijzondere naamstelling. De muziek klinkt door een uitmuntende productie geweldig naast dat er ook nog eens meer dan goed in gemusiceerd wordt. Helaas laten de nummers voor mij geen memorabele indruk achter, terwijl hier toch naam en faam uit de Amerikaanse prog samenspeelt.

Pattern Seeking Animals is namelijk een nieuwe afgeleide groep van Spock’s Beard door de (oud) leden Jimmy Keegan, Ted Leonard & Dave Meros en hun songwriter-producer John Boegehold als initiator, inspirator en menner over het geheel. Laatstgenoemde beroert alle toetsenborden in plaats van de prettig gestoorde Ryo Okumoto, terwijl zanger Ted Leonard meer dan verdienstelijk de gitaarpartijen inspeelt. Daar waar Spock’s Beard grijpt naar zes verschillende songwriters (inclusief Boegehold) werd Pattern Seeking Animals grotendeels geschreven door John Boegehold zelf met een paar toevoegingen van Leonard en Meros.

Nergens word gerept over een soloalbum van John Boegeholden en moeten we het toch vooral als groep zien, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hij diegene is die dit allemaal in gang heeft gezet en houdt. Het levert uiteindelijk een muzikale richting op die deels progressief is maar vooral melodieus ongeacht of het nummer vier of tien minuten duurt, want in dit tijdskader volgen de negen nummers zich op.

Bij een tweede luisterbeurt heb ik getracht een patroon te ontdekken in de constellatie aan verschillende nummers. Muzikaal is het echter niet zo divers als het dierenpalet op de albumhoes. Zoals te verwachten valt is er veel speelplezier tussen de spelers maar pas op; er zijn geen ‘Gentle Giant’ harmonieën en contrapunten. Geen explosieve veranderingen in de maatsoort of abrupte tempowisselingen. Het is daarmee Spock’s maar dan zonder Beard. Het album bestaat uit zes korte nummers die als poppy prog songs gezien moeten worden en drie langere experimenten. Verwacht in die lange stukken geen thematische uitwerkingen Als je hoopt op Spock’s Beard’s unieke verkenningen in het muzikale heelal ben je misschien teleurgesteld. Als je openstaat voor toegankelijk poppy prog songs valt er best wat te genieten en zou dit album een logisch vervolg zijn op “Noise Floor”. Misschien was daarom Spock’s Beard light een betere benaming als groepsnaam geweest en dekte het geheel de lading.

Van de drie lange nummers is het slotstuk Stars Along The Way een mooi opgebouwd geheel waar de tijd wordt genomen om rustig te beginnen om gaandeweg de uitwerking van de melodielijn de gang erin te zetten. Na een prima instrumentaal intermezzo eindigt het nummer weer in de rustige modus. Dit laat een positief gevoel achter. Naast dit nummer zijn opener No Burden Left To Carry en Orphans Of The Universe de spannendste stukken van dit album dat door veel Spock’s Beard fans gewaardeerd zal worden. Variatie, melodieuze baslijntjes van Meros, fraaie zangpartijen, interessante instrumentatie, pakkende breaks en soepel wisselende maatsoorten. Dit is de muziek waar de Beard fans naar zoeken en van houden.

Is van de zes korte nummers No One Ever Died And Made Me King nog een lekkere stevige rocksong ondersteund met een ouderwetse Ritchie Blackmore’s hard rock riff, dan kakt het toch wel vervaarlijk in met These Are My Things en We Write The Ghost Stories waar je zowaar uitnodigd wordt om een walsje te dansen. Hier is het Kayak dat bij mij als eerste sterrenbeeld naar boven komt. No Land’s Man is een up-tempo nummer waarvan er dertien in een dozijn gaan. Als de gitaarsolo daarin nou expressiever en vooral langer duurde was het misschien nog boven het AOR maaiveld uitgekomen. Naast de vele gladde violen in The Same Mistakes Again en meebrullertje Fall Away als de onvermijdelijke ballad komt het werk van “Out Of The Blue” van ELO hier vaak uit de lucht vallen.

Oorspronkelijk gepland als een opnameproject, wil Pattern Seeking Animals live optreden. Het plan van John Boegehold is om zoveel mogelijk rond te toeren en minstens een keer per jaar een nieuw album uit te brengen. Ergo, In feite is het werk aan het tweede album al in volle gang. Ik spreek de verwachting uit dat Pattern Seeking Animals het muzikale universum verder gaat verkennen door meer risico te nemen en avontuurlijker te componeren. En dan graag naar de tien minuten grens of daarover heen, want daar ligt toch hun universum en componeerkracht.

Jos Driessen
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies