Like ons ook op Facebook!

Pendragon – The Masquerade Overture

pendragon-the-masquerade-overture.jpg

Geplaagd door een gebrek aan absolute erkenning, gefrustreerd door het hedendaagse downloaden en één van de vaandeldragers van symfonische neo-prog. Zo zou je kort maar krachtig Nick Barrett kunnen omschrijven. Of ben ik dan tóch niet helemaal volledig? Nee. Want of je het nu met dit eerste deel van de karakterschets eens bent of niet, er bestaat weinig twijfel over dat Barrett (zonder zijn medebandleden tekort te doen trouwens!) met “The Masquerade Overture” ook vader is van tenminste één klassieker.

Voor mij was “The Masquerade Overture” in 1996 een eerste kennismaking met het begrip neo-prog. Als puber in de jaren ‘80 beleefde ik sedertdien veel meer plezier aan (prog)metalbands. De groten der aarde zoals Pink Floyd en Rush hadden natuurlijk een plekje in de platencollectie en van Genesis kende ik vooral Follow You Follow Me en het hitlijstenwerk, wat ik later steeds meer ben gaan waarderen (evenals al het andere Genesismateriaal!), maar op dat moment helemaal niks vond. Van Pendragon had ik nog nooit gehoord. Mijn aandacht werd getrokken door een recensie in muziekblad OOR waarin o.a. stond dat TMO een fraai symfonisch werkstuk was, ware het niet dat Barrett eens moest proberen wat minder muziek in één song te stoppen. Daarbij stond de afbeelding van de betreffende cover die ik tot op de dag van vandaag erg aansprekend vind. Al met al was mijn nieuwsgierigheid gewekt en vertrok ik richting platenboer om een exemplaar aan te schaffen…

De opener en titelsong bezorgde mij alvast koude rillingen, wat een poeha zeg (ik was duidelijk nog niet gewend aan deze manier van openen, maar dat zou later goed komen). Een heel stuk beter werd het vanaf As Good As Gold. Deze intro gaf mijn door metal geplaagde oren veel comfort en ik werd er zelfs wat emotioneel van. Die toetsen, die zang, die heldere productie… geweldig! En dan na 1:30 minuut dat moment waarop de neo-prog zich in alle hevigheid openbaarde, ik werd werkelijk van m’n sokken geblazen door de intensiteit van alles wat mij bereikte, er gebeurde zoveel dat het nauwelijks te bevatten was. En wat ik met mijn nieuwsgierige en onrustige karakter nou juist zo lekker vond, in tegenstelling tot de recensent van OOR, was de afwisseling.

Zwijgend bleef ik met de koptelefoon op in mijn stoel hangen (ook toen al had ik de gewoonte elke plaat in elk geval de eerste keer te beluisteren met een koptelefoon) in afwachting van wat zou komen: Paintbox. Wederom zo’n sfeervolle intro, Gilmouriaans gitaarspel, fluit, mooie zang met poëtische teksten, aanzwellende toetsen, heerlijk. Ik werd al vrolijk toen ik zag dat ook deze song weer lekker lang was en als de bas subtiel bijvalt loopt de spanning op. Koorzang vult aan, gitaar gaat nog wat meer huilen, toetsen worden zwaarder en dan de versnelling. Een groovende bas, zingende toetsen, weer die gitaar, het samenspel als het einde nadert, wat een genot. ”˜Nogal bombastisch, niet?’ sprak mijn vriendin later toen ik haar confronteerde. Ja, geweldig, zei ik trots.

Dan krijg ik met The Pursuit Of Excellence ineens een koude douche, wat een draak zeg. Op naar Guardian Of My Soul. Ah, gelukkig. Twaalf minuten neo-prog in optima forma. Wel is duidelijk dat Abraham de mosterd blind weet te vinden, want hier komt Pink Floyd, en dan met name High Hopes wel erg duidelijk voorbij. Dit is dan toch die wankele balans tussen ”˜interpreteren van klassiekers’ en ”˜kopiëren van klassiekers’. Zou dit ook onder het stelen van muziek vallen? Desalniettemin is dit natuurlijk een juweel van een song met speciale aandacht voor het spetterende gitaar- en toetsenwerk wat invalt na een lekker donker stuk muziek.

The Shadow kent weer een meesterlijke opbouw, wat over het gehele album sowieso wel de sterkste troef is. Elke nieuwe wending binnen een song komt zo weldadig en vanzelfsprekend dat het een aaneenschakeling van hoogtepunten wordt. De laatste twee minuten moeten gewoon luidkeels worden meegezongen.

En alsof het dan nog niet mooi genoeg is trekt Masters Of Illusion buitengewoon fel van leer. Tussen twee speakers ingeklemd word je van links naar rechts geslagen om vervolgens te worden bevrijd door, jawel: Pink Floyd. Mij maakt het inmiddels niets meer uit waar de muziek zijn oorsprong vindt, dit is gewoon mooi en meer dan goed gejat. En door de eigen inbreng, sterke opbouw en herkenbare productie heeft Pendragon wel degelijk een eigen geluid.

Hoewel ik de afgelopen jaren altijd een lichte voorkeur heb gehad voor dat andere neo-prog-bandje IQ en het meesterwerk “Subterranea” natuurlijk op eenzame hoogte staat, valt niet te tornen aan de klasse van “The Masquerade Overture”. Het is zonder meer het opus magnum van Pendragon en onmisbaar in de geschiedenis van het genre. En Nick, speciaal voor dit album een welgemeend: bedankt!

Govert Krul

Heruitgave 2013

Ook voor mij was dit album, samen met “The Visitor” van Arena, mijn eerste kennismaking met neo-prog. En ook nu, 17 jaar later, klinkt het album nog steeds als een klok en mag het met recht de titel “klassieker” dragen. Het heeft niets aan kracht verloren en klinkt nog altijd niet gedateerd.

Het Madfish label (onderdeel van Snapper Music) brengt alle oudere Pendragon albums opnieuw uit. Deze heruitgave is uitgebreid met de nummers die op de ep “As Good As Gold” stonden. Die ep is al in geen tijden meer verkrijgbaar. De drie tracks zijn stuk voor stuk geweldige nummers die perfect passen in de lijn van dit album. Bird Of Paradise en Midnight Running zijn heerlijk stuwende songs in de stijl van As Good As Gold en Paintbox. Nick Barrett klinkt op deze nummers  wat minder bijtend dan doorgaans. A Million Miles Away is een mooi ingetogen nummer met een hoofdrol voor de dragende toetsen van Clive Nolan.

Het toevoegen van deze ep maakt deze heruitgave interessant voor de fans. Mocht je dit album nog niet kennen, dan wens ik je veel plezier met het ontdekken én grijs draaien van dit album. Hij is ook beschikbaar als dubbel LP.

Maarten Goossensen

CD:
Koop bij bol.com

2LP:
Koop bij bol.com

Progwereld | Recensies